• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 111 pages
Summary

Samenvatting Toegepaste micro-economie (personeelsgedeelte) Economie en bedrijfseconomie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 111 pages

Toegepaste micro-economie (personeelsgedeelte) Economie en bedrijfseconomie

Content preview

Toegepaste micro-economie (personeelsgedeelte) –
Economie en bedrijfseconomie


Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 (Personeelseconomie): Principaal-agent probleem ..........................................................2

Hoofdstuk 2 (Personeelseconomie): Efficiëntie en Extensies ..............................................................11

Hoofdstuk 3 (Personeelseconomie): Prestatiebeloningen in praktijk .................................................20

Hoofdstuk 4 (personeelseconomie): Niet-klassieke motivatoren .......................................................27

Hoofdstuk 5 (Personeelseconomie): Selectie en training ....................................................................35

Hoofdstuk 6 (Personeelseconomie): Monopsonie en efficiënte loonmodellen ..................................52

Hoofdstuk 7 (Personeels Economie): Competitie op de werkvloer .....................................................68

Hoofstuk 8 (personeelseconomie): Teams ...........................................................................................78

Antwoorden personeels economie .......................................................................................................85

,1

, Hoofdstuk 1 (Personeelseconomie): Principaal-agent
probleem
In dit eerste hoofdstuk van personeelseconomie zullen wij het hebben over het principaal-agent
model. Het model behandelt economische relaties tussen twee of meer mensen. Dit model wordt veel
gebruikt bij personeelseconomie, en natuurlijk ook bij andere onderdelen van de micro-economie.

We zullen beginnen met het opstellen van een principaal-agent model. De principaal en de agent zijn
twee spelers in dit model. De agent heeft de taak om iets te gaan doen, bijvoorbeeld een rapport
schrijven. De principaal is degene die belang heeft bij de uitvoering van deze taak. Deze probleem
structuur kan op veel vlakken worden toegepast, maar tijdens dit vak zal vaak worden aangenomen
dat de principaal de werkgever of manager is en de agent de werknemer.


Het principaal-agent model
Voordat we een dergelijk model kunnen opstellen moeten we een aantal veronderstellingen maken
over de volgende onderwerpen:
1. De structuur van de interacties: wie doet wat wanneer.
2. Motivatie van de agent en de principaal.

Motivatie van de agent en de principaal
We gaan er in dit hoofdstuk vanuit dat de agent een zelfzuchtige en enigszins luie werknemer is. Hij
geeft om geld en vindt werken eigenlijk altijd onplezierig. Daarnaast wordt er verondersteld dat de
principaal de werkgever is en alleen geeft om een zo hoog mogelijke winst.

Na het maken van de veronderstellingen zullen we beginnen met analyseren en bekijken we welke
uitkomsten we kunnen verwachten, gegeven die omstandigheden. De laatste stap is de uitkomsten
testen door middel van de data (empirisch onderzoek).

Veronderstellingen voor het model in dit hoofdstuk
1. Er is maar één type werknemer. Hierdoor hoef je niet te bepalen wie er geselecteerd moet
worden.
2. Er is maar één werknemer, en maar één werkgever. Dit betekent echter niet dat de werknemer
voor de werkgever moet werken. Hij kan ook kiezen om niet voor hem te werken.
3. Er is een winst maximaliserende principaal en een zelfzuchtige en luie agent. Elke eenheid
werken levert kosten op voor de agent.
4. Beide spelers nemen rationele beslissingen.

Het principaal-agent probleem bestaat uit meerdere stappen. Deze stappen zullen hieronder op een
rijtje worden gezet:
1. Principaal biedt een bepaald contract aan. Hier bepaalt de principaal hoe het contract eruitziet,
gegeven zijn doelstellingen en de omgeving.
2. Agent besluit om het contract te accepteren of af te wijzen. Hier bepaalt de agent of hij/zij het
aantrekkelijk genoeg vindt om hieraan mee te doen.



2

, 3. Indien de agent het contract heeft geaccepteerd zal hij bepalen hoeveel inspanning hij zal
leveren.
4. De agent krijgt uitbetaald en de principaal geniet van de winst.

Nu komen we aan bij het wiskundige gedeelte van dit hoofdstuk. We zullen alle bovenstaande
eigenschappen wiskundig opschrijven.

Ten eerste zullen we de winstfunctie opstellen. Het is namelijk de doelstelling van de werkgever om
deze zo hoog mogelijk te maken.
𝑤𝑖𝑛𝑠𝑡 = 𝜋 = 𝑝𝑄 − 𝑌
- P = prijs
- Q = aantal eenheden geproduceerd
- Y = loonkosten

De werknemer wil zijn eigen nut maximaliseren. Om dit te berekenen hebben we zijn nutsfunctie
nodig. Deze ziet er als volgt uit:
𝑈 = 𝑌 − 𝑉(𝐸)
- Y = loon voor de geleverde inspanning E
- V(E) = inspanningskosten, met V’(E)>0 en V’’(E)>0

Er zijn kosten verbonden aan het nut van de werknemer die afhangen van de inspanning die door de
werknemer wordt geleverd. Deze kosten drukken we uit als V(E). In dit geval is de functie van de
inspanningskosten convex. Dit houdt in dat de kosten marginaal steeds harder toenemen gegeven een
hoger inspanningsniveau. In dit hoofdstuk zullen we aannemen dat:
1
𝑉(𝐸) = 𝐸2
2

Uit de bovenstaande formules blijkt dat de werknemer het liefste een zo hoog mogelijk loon heeft,
maar zo min mogelijk werkt. Het contract zal er dus voor moeten zorgen dat de werknemer
gemotiveerd wordt om hard te werken. Hiervoor is het nodig dat er een relatie is tussen het inkomen
en de inspanningen. Als de werknemer een vast salaris krijgt zal hij/zij er namelijk voor kiezen om geen
inspanning te leveren omdat dit zijn/haar nut maximaliseert. Om ervoor te zorgen dat de werknemer
hard zal werken kan de werkgever een contract uitbieden dat bestaat uit een vast salaris (a) en een
variabel gedeelte (b). Het variabele gedeelte hangt af van de hoeveelheid productie en wordt ook wel
stukloon genoemd. De inkomensfunctie ziet er als volgt uit:
𝑌 = 𝑎 + 𝑏𝑄
- a = vast salaris
- b = bonus per eenheid productie

Als laatste hebben we de productiefunctie nodig om zo de relatie tussen inspanning en de
resulterende output te bepalen. Deze wordt uitgedrukt in E omdat de geleverde inspanning uiteindelijk
leidt tot de geproduceerde producten. Meer inspanning leidt tot een hogere productie.
𝑄 = 𝑑∗𝐸
- d kan hier worden gezien als factor die de hoeveelheid eenheden productie kan beïnvloeden.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan talent of het volgen van een bepaalde training.



3

Document information

Study
Uploaded on
December 10, 2022
Number of pages
111
Written in
2022/2023
Type
Summary
$6.33

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
olivierhoek
4.5
(2)
Sold
18
Followers
9
Items
15
Last sold
3 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions