Internationaal recht:
Onderwijsgroep 3
Bronnen van het internationaal recht: andere bronnen
en verhouding
A) VN-Vredeshandhaving
Is deze handelswijze in overeenstemming met het internationaal
recht? Noteer dat er geen betwisting is over de toerekening van
handelingen aan België (veeleer dan aan de VN). Noteer ook dat
België partij is bij verschillende mensenrechtenverdragen.
Resolutie van de Veiligheidsraad, hoofdstuk 7 --> bindend voor landen van
de VN (art 25 HVN) Anderzijds heb je ook Art 5 + 6 EVRM, art 9
BUPO
Hier is dus een conflict tussen? Nu gaan ze de resolutie interpreteren als je
alles mag doen, maar wel alles wat binnen het internationaal recht valt.
(conflicten vermijden)
Hoe ga je met conflicten om? Lex superior = de hogere norm gaat voor op
de lagere norm.
Dan zou art 5+6 EVRM en art 9 BUPO Jus Cogens moeten zijn.
MAAR dit is geen jus cogens want het gaat om recht op leven, daar
worden nog steeds uitzonderingen op gemaakt (vb gevangenis)
Art 103 HVN: verplichtingen krachtens het handvest hebben voorrang bij
strijdigheid tussen art van het handvest en andere verplichtingen. In casu
gaat het om een verplichting van het handvest want de resolutie is
genomen op basis van hoofdstuk VII van dat handvest. Hier heeft de
resolutie dus voorrang.
Jus cogens gaat wel nog voor op art 103 HVN !! --> art 53 WVV
Het normale toepassingsgebied van een verdrag is territoriaal dus waarom
zouden ze hier wel gelden buiten België?
--> art 1 EVRM en art 2(1) BUPO zegt dat het ook geldt als ze rechtsmacht
uitoefenen. Dus België had ook verplichtingen buiten hun grondgebied
omdat ze controle (rechtsmacht) uitoefenen daar.
Art 29 WVV: een verdrag bindt elke partij ten opzichte van haar gehele
grondgebied.
Art 1 HVN: internationale vrede en veiligheid handhaven
, Art 3 HVN: eerbied voor de fundamentele mensenrechten
Conclusie: de resolutie moet geïnterpreteerd worden conform de
internationaalrechtelijke bepalingen dus ook in overeenstemming met het
EVRM, BUPO.
B) Gewoonte en verdrag
Wie heeft er gelijk? Rodinia of Armentaia? Motiveer uw antwoord.
Lex specialis: specifieke regel gaat voor op de algemene regel
Lex posterior: de nieuwe regel gaat voor op de oudere
Hiërarchie Art 38 HVN:
Jus Cogens
Art 103 HVN
verdragen – gewoonterecht – algemene beginselen - eenzijdige
rechtshandelingen
rechtsleer en rechtspraak
Gewoonterecht komt tot stand door:
statenpraktijk: staten moeten zich op dezelfde manier gedragen
(vb over zeerecht indien ze een kust hebben) --> niet absoluut, niet
elke staat moet exact op dezelfde manier handelen. (eenvormig en
standvastig)
--> verwijzing naar de juiste cases: Nicaragua case, Lotus Case,
north-sea continental shelf cases
opinio juris: staten handelen niet omdat het praktisch is, maar
omdat ze denken dat ze zo moeten handelen, dat het een
verplichting is om zo te handelen. Dus ze moeten eigenlijk de
overtuiging hebben dat de rechtsregel bestaat.
--> Lotus case: hier wilde de staat van het slachtoffer de dader
vervolgen (Turkije) en Frankrijk zei hier nee dat kan niet want het is
een regel van gewoonterecht dat de staat van de dader de dader
vervolgd. Maar hier zei het hof dat de regel over het feit dat de staat
van de dader altijd vervolgd, is geen gewoonterecht omdat dit geen
opinio juris heeft. Het wordt gewoon toegepast omdat het praktisch
is.
--> north sea continental shelf cases: geschil tussen Nederland en
Denemarken tegen Duitsland. Hoe moet het continentaal plat
Onderwijsgroep 3
Bronnen van het internationaal recht: andere bronnen
en verhouding
A) VN-Vredeshandhaving
Is deze handelswijze in overeenstemming met het internationaal
recht? Noteer dat er geen betwisting is over de toerekening van
handelingen aan België (veeleer dan aan de VN). Noteer ook dat
België partij is bij verschillende mensenrechtenverdragen.
Resolutie van de Veiligheidsraad, hoofdstuk 7 --> bindend voor landen van
de VN (art 25 HVN) Anderzijds heb je ook Art 5 + 6 EVRM, art 9
BUPO
Hier is dus een conflict tussen? Nu gaan ze de resolutie interpreteren als je
alles mag doen, maar wel alles wat binnen het internationaal recht valt.
(conflicten vermijden)
Hoe ga je met conflicten om? Lex superior = de hogere norm gaat voor op
de lagere norm.
Dan zou art 5+6 EVRM en art 9 BUPO Jus Cogens moeten zijn.
MAAR dit is geen jus cogens want het gaat om recht op leven, daar
worden nog steeds uitzonderingen op gemaakt (vb gevangenis)
Art 103 HVN: verplichtingen krachtens het handvest hebben voorrang bij
strijdigheid tussen art van het handvest en andere verplichtingen. In casu
gaat het om een verplichting van het handvest want de resolutie is
genomen op basis van hoofdstuk VII van dat handvest. Hier heeft de
resolutie dus voorrang.
Jus cogens gaat wel nog voor op art 103 HVN !! --> art 53 WVV
Het normale toepassingsgebied van een verdrag is territoriaal dus waarom
zouden ze hier wel gelden buiten België?
--> art 1 EVRM en art 2(1) BUPO zegt dat het ook geldt als ze rechtsmacht
uitoefenen. Dus België had ook verplichtingen buiten hun grondgebied
omdat ze controle (rechtsmacht) uitoefenen daar.
Art 29 WVV: een verdrag bindt elke partij ten opzichte van haar gehele
grondgebied.
Art 1 HVN: internationale vrede en veiligheid handhaven
, Art 3 HVN: eerbied voor de fundamentele mensenrechten
Conclusie: de resolutie moet geïnterpreteerd worden conform de
internationaalrechtelijke bepalingen dus ook in overeenstemming met het
EVRM, BUPO.
B) Gewoonte en verdrag
Wie heeft er gelijk? Rodinia of Armentaia? Motiveer uw antwoord.
Lex specialis: specifieke regel gaat voor op de algemene regel
Lex posterior: de nieuwe regel gaat voor op de oudere
Hiërarchie Art 38 HVN:
Jus Cogens
Art 103 HVN
verdragen – gewoonterecht – algemene beginselen - eenzijdige
rechtshandelingen
rechtsleer en rechtspraak
Gewoonterecht komt tot stand door:
statenpraktijk: staten moeten zich op dezelfde manier gedragen
(vb over zeerecht indien ze een kust hebben) --> niet absoluut, niet
elke staat moet exact op dezelfde manier handelen. (eenvormig en
standvastig)
--> verwijzing naar de juiste cases: Nicaragua case, Lotus Case,
north-sea continental shelf cases
opinio juris: staten handelen niet omdat het praktisch is, maar
omdat ze denken dat ze zo moeten handelen, dat het een
verplichting is om zo te handelen. Dus ze moeten eigenlijk de
overtuiging hebben dat de rechtsregel bestaat.
--> Lotus case: hier wilde de staat van het slachtoffer de dader
vervolgen (Turkije) en Frankrijk zei hier nee dat kan niet want het is
een regel van gewoonterecht dat de staat van de dader de dader
vervolgd. Maar hier zei het hof dat de regel over het feit dat de staat
van de dader altijd vervolgd, is geen gewoonterecht omdat dit geen
opinio juris heeft. Het wordt gewoon toegepast omdat het praktisch
is.
--> north sea continental shelf cases: geschil tussen Nederland en
Denemarken tegen Duitsland. Hoe moet het continentaal plat