1
ZELFSTUDIEOPDRACHT IMMUNOLOGIE 2: T CELGEMEDIEERDE IMMUUNRESPONSEN EN
EFFECTORMECHANISMNE
Hoofdstuk 4: Antigen herkenning in het adaptieve immuunsysteem
4.1 Antigen receptoren van lymfocyten
Antigen receptoren hebben vele gelijkenissen qua structuur en signaal mechanismen
MAAR er zijn fundamentele verschillen qua herkenning van types van antigen structuren
o Plasma membraan antilichamen
-> Functioneren als antigen receptoren voor B Lymfocyten
-> Herkennen veel grotere reeks chemische structuren ( T cel antigen receptoren)
Ze herkennen de vorm of conformatie van inheemse macromoleculen (proteïnen, lipiden,
koolhydraten, nucleïnezuren en kleine chemische groepen)
=> Hierdoor kunnen antilichamen diverse microben en toxinen herkennen in hun aangeboren vorm
o Antigen receptoren van T cellen
-> Herkennen enkel peptiden die gepresenteerd w op antigen-presenterende celen (APCs) gebonden
aan membraan proteïnen gecodeerd in het major histocompatibility complex (MHC) locus
=> Herkennen dus cel-geassocieerde microben
Antigen receptor moleculen bevatten regio’s/domeinen betrokken in antigen herkenning (Varieert tussen
klonen van lymfocyten)
En ze bevatten regio’s die nodig zijn voor de structurele volledigheid en effector functies (Aanwezig in alle
klonen)
o Antigen herkennende domeinen: Variabele (V) regio’s £
-> Sequentie variabiliteit geconcentreerd in korte stukjes: Hypervariabele regio’s/ compelementaire-
determinatie regio’s (CDRs)
Ze vormen de delen vd receptor die antigenen binden
-> Door concentratie van sequentie variatie in een kleine regio vd receptor maximaliseer je de
variabiliteit van het antigen-bindend gedeelte en behoud je gelijktijdig de basis structuur vd
receptoren
OPM. Er zijn speciale mechanismen in de ontwikkeling van lymfocyten om genen te creëren die
coderen voor versch variabele regio’s van antigen receptor proteïnen in individuele klonen
o Geconserveerde gedeelten: Constante (C) regio’s
Antigen receptor kettingen w geassocieerd met invariante membraan proteïnen die de intracellulaire signalen
leveren die getriggerd w door antigen herkenning
-> Deze signalen w doorgegeven naar het cytosol en nucleus
Kunnen zorgen dat de lymfocyten delen/differentiëren/stevenen
-> DUS twee functies van lymfocyt receptoren voor antigenen (Herkenning en signaal transductie) w
gemedieerd door versh polypeptiden
-> Hierdoor is er variabiliteit zonder verandering aan de geconserveerde functie van signaal transductie in
andere invariante proteïnen
o B cel receptor (BCR) complex: De geassocieerde set van plasma membraan antigen receptor en
signaal moleculen in B lymfocyten
o T cel receptor (TCR) complex: De geassocieerde set van antigen receptor en signaal moleculen in T
lymfocyten
1. Wanneer antigen moleculen binden aan de antigen receptoren w de geassocieerde signaal proteïnen
vd receptor complexen in de nabijheid gebracht
2. Enzymen binden aan de cytoplasmatische delen vd signaal proteïnen en katalyseren de fosforylatie vn
andere proteïnen
, 2
3. Fosforylatie triggert complexe signalisatie cascades die leiden tot activatie van transcriptie van vele
genen en productie van vele proteïnen
-> Deze proteïnen mediëren de responsen vd lymfocyten
Antilichamen bestaan in 2 vormen
1. Membraan gebonden antigen receptoren op B cellen
-> Herkennen microbiële antigenen en toxines door hun variabele domeinen
2. Gesecreteerde proteïnen
-> Zitten in het bloed en mucosale secreteis
-> Neutraliseren en elimineren microben en toxines (Effector moleculen v humorale immuniteit)
-> Herkennen microbiële antigenen en toxines door hun variabele domeinen
De constante regio’s binden aan andere moleculen die deelnemen in de eliminatie vn antigenen
(Receptoren op fagocyten en proteïnen vh complement systeem)
OPM. Antilichamen = immunoglobulines (Igs)
-> Immuniteit-verlenende proteïnen met karakteristieken (trage elektroforetische mobiliteit)
van globulines
Antilichamen voorzien versch functies op versch fases vh humorale immuun respons
-> Membraan gebonden: Initiëren responsen en secreteren antilichamen om microben te
neutraliseren en elimineren in de effector fase vn humorale immuniteit
-> In cel gemedieerde immuniteit: Effector functie dr T lymfocyten en andere leukocyten die
reageren op de T cellen
Deze proteïnen zijn niet gesecreteerd en mediëren geen effector functies
TCRs bestaan enkel als membraan receptoren op T cellen
FIGUUR 4-1 p 73
4.1.1 Antilichamen
STRUCTUUR
Bestaan uit 4 polypeptide kettingen
-> Elke bevaten een variabele regio en een constante regio
-> Zitten samen in een Y-vormig molecule
o Twee identieke zware/heavy (H) kettingen
-> Zijn met elkaar verbonden door disulfide bindingen
-> Bestaat uit 1 V en 3/4 C domeinen
o Twee identieke lichte (L) kettingen
-> Elke L keten zit vast aan een H keten
-> Bestaat uit 1 V en 1 C domein
Elk domein vouwt in een karakteristieke 3D vorm: immunoglobuline domein
-> Een Ig domein bestaat uit 2 lagen van β-geploode bladen samengehouden door een disulfide brug
-> De naburige strengen van elke β-blad w gelinkt door korte uitpulende loops
Deze loops vormen de 3 CDRs en zijn verantwoordelijk vr antigen herkenning
OPM. Komen voor in vele andere proteïnen zowel in als uit het immuunsysteem
De meeste proteïnen zijn betrokken in reactie op stimuli vd omgeving en andere cellen
Alle proteïnen komen ve immunoglobuline superfamilie en zijn dus geëvolueerd ve
gemeenschappelijk voorouder gen
ZELFSTUDIEOPDRACHT IMMUNOLOGIE 2: T CELGEMEDIEERDE IMMUUNRESPONSEN EN
EFFECTORMECHANISMNE
Hoofdstuk 4: Antigen herkenning in het adaptieve immuunsysteem
4.1 Antigen receptoren van lymfocyten
Antigen receptoren hebben vele gelijkenissen qua structuur en signaal mechanismen
MAAR er zijn fundamentele verschillen qua herkenning van types van antigen structuren
o Plasma membraan antilichamen
-> Functioneren als antigen receptoren voor B Lymfocyten
-> Herkennen veel grotere reeks chemische structuren ( T cel antigen receptoren)
Ze herkennen de vorm of conformatie van inheemse macromoleculen (proteïnen, lipiden,
koolhydraten, nucleïnezuren en kleine chemische groepen)
=> Hierdoor kunnen antilichamen diverse microben en toxinen herkennen in hun aangeboren vorm
o Antigen receptoren van T cellen
-> Herkennen enkel peptiden die gepresenteerd w op antigen-presenterende celen (APCs) gebonden
aan membraan proteïnen gecodeerd in het major histocompatibility complex (MHC) locus
=> Herkennen dus cel-geassocieerde microben
Antigen receptor moleculen bevatten regio’s/domeinen betrokken in antigen herkenning (Varieert tussen
klonen van lymfocyten)
En ze bevatten regio’s die nodig zijn voor de structurele volledigheid en effector functies (Aanwezig in alle
klonen)
o Antigen herkennende domeinen: Variabele (V) regio’s £
-> Sequentie variabiliteit geconcentreerd in korte stukjes: Hypervariabele regio’s/ compelementaire-
determinatie regio’s (CDRs)
Ze vormen de delen vd receptor die antigenen binden
-> Door concentratie van sequentie variatie in een kleine regio vd receptor maximaliseer je de
variabiliteit van het antigen-bindend gedeelte en behoud je gelijktijdig de basis structuur vd
receptoren
OPM. Er zijn speciale mechanismen in de ontwikkeling van lymfocyten om genen te creëren die
coderen voor versch variabele regio’s van antigen receptor proteïnen in individuele klonen
o Geconserveerde gedeelten: Constante (C) regio’s
Antigen receptor kettingen w geassocieerd met invariante membraan proteïnen die de intracellulaire signalen
leveren die getriggerd w door antigen herkenning
-> Deze signalen w doorgegeven naar het cytosol en nucleus
Kunnen zorgen dat de lymfocyten delen/differentiëren/stevenen
-> DUS twee functies van lymfocyt receptoren voor antigenen (Herkenning en signaal transductie) w
gemedieerd door versh polypeptiden
-> Hierdoor is er variabiliteit zonder verandering aan de geconserveerde functie van signaal transductie in
andere invariante proteïnen
o B cel receptor (BCR) complex: De geassocieerde set van plasma membraan antigen receptor en
signaal moleculen in B lymfocyten
o T cel receptor (TCR) complex: De geassocieerde set van antigen receptor en signaal moleculen in T
lymfocyten
1. Wanneer antigen moleculen binden aan de antigen receptoren w de geassocieerde signaal proteïnen
vd receptor complexen in de nabijheid gebracht
2. Enzymen binden aan de cytoplasmatische delen vd signaal proteïnen en katalyseren de fosforylatie vn
andere proteïnen
, 2
3. Fosforylatie triggert complexe signalisatie cascades die leiden tot activatie van transcriptie van vele
genen en productie van vele proteïnen
-> Deze proteïnen mediëren de responsen vd lymfocyten
Antilichamen bestaan in 2 vormen
1. Membraan gebonden antigen receptoren op B cellen
-> Herkennen microbiële antigenen en toxines door hun variabele domeinen
2. Gesecreteerde proteïnen
-> Zitten in het bloed en mucosale secreteis
-> Neutraliseren en elimineren microben en toxines (Effector moleculen v humorale immuniteit)
-> Herkennen microbiële antigenen en toxines door hun variabele domeinen
De constante regio’s binden aan andere moleculen die deelnemen in de eliminatie vn antigenen
(Receptoren op fagocyten en proteïnen vh complement systeem)
OPM. Antilichamen = immunoglobulines (Igs)
-> Immuniteit-verlenende proteïnen met karakteristieken (trage elektroforetische mobiliteit)
van globulines
Antilichamen voorzien versch functies op versch fases vh humorale immuun respons
-> Membraan gebonden: Initiëren responsen en secreteren antilichamen om microben te
neutraliseren en elimineren in de effector fase vn humorale immuniteit
-> In cel gemedieerde immuniteit: Effector functie dr T lymfocyten en andere leukocyten die
reageren op de T cellen
Deze proteïnen zijn niet gesecreteerd en mediëren geen effector functies
TCRs bestaan enkel als membraan receptoren op T cellen
FIGUUR 4-1 p 73
4.1.1 Antilichamen
STRUCTUUR
Bestaan uit 4 polypeptide kettingen
-> Elke bevaten een variabele regio en een constante regio
-> Zitten samen in een Y-vormig molecule
o Twee identieke zware/heavy (H) kettingen
-> Zijn met elkaar verbonden door disulfide bindingen
-> Bestaat uit 1 V en 3/4 C domeinen
o Twee identieke lichte (L) kettingen
-> Elke L keten zit vast aan een H keten
-> Bestaat uit 1 V en 1 C domein
Elk domein vouwt in een karakteristieke 3D vorm: immunoglobuline domein
-> Een Ig domein bestaat uit 2 lagen van β-geploode bladen samengehouden door een disulfide brug
-> De naburige strengen van elke β-blad w gelinkt door korte uitpulende loops
Deze loops vormen de 3 CDRs en zijn verantwoordelijk vr antigen herkenning
OPM. Komen voor in vele andere proteïnen zowel in als uit het immuunsysteem
De meeste proteïnen zijn betrokken in reactie op stimuli vd omgeving en andere cellen
Alle proteïnen komen ve immunoglobuline superfamilie en zijn dus geëvolueerd ve
gemeenschappelijk voorouder gen