1
ZELFSTUDIEOPDRACHT 2 VIROLOGIE: INTERACTIE MICRO-ORGANISMEN MET DE MENS – HIV/AIDS
DEEL 1 Respirotoir syncytieel virus infecties
Respirotoir syncytieel virus (RSV): Is een virus dat gezien wordt als een van de belangrijkste veroorzakers van
Verkoudheid
-> Voor volwassenen blijft het dan bij deze verkoudheid
Maar vooral bij zeer jonge kinderen kan de verkoudheid overslaan op de
lagere luchtwegen
KLINISCHE ASPECTEN
De ziekte start vaak zoals een gewone verkoudheid
MAAR binnen de 24u kan de baby erg ziek w: Cyanosis (blauwachtige verkleuring vd huid)
Ademnood
-> Typische is bronchiolitis (luchtweginfectie), met of zonder de betrokkenheid vd long parenchym
(veroorzaakt pneumonitis – onsteking vh longweefsel)
OPM. Er is bewijs dat RSV infecties bij kinderen lange-termijn ademhalingsproblemen
veroorzaakt
De infectie kan verward w met influenza
-> Ernstige ziekte: Significant risico op sterfte (zowel bij kinderen als bejaarden)
Infectie en re-infectie zijn vaak voorkomend in de eerste levensjaren
Baby’s tussen 6weken en 6maanden oud w hoofdzakelijk geïnfecteerd
-> RSV is d belangrijkste respiratoire pathogeen bij jonge kinderen
PATHOGENESIS EN PATHOLOGIE
De incubatieperiode: 5-7 dagen
-> Wordt gevolgd door een milde prodromale periode
Prodromal: the time during which a disease process has begun but is not yet clinically manifest
Later in de ziekte progressie kan het virus infectie veroorzaken vd lagere luchtwegen
-> Necrose bronchiolitis waarbij partiële blokkage vd bronchiën leidt tot ht invallen v gebieden vd long
-> Peribronchiale infiltratie kan verspreiden: Wijdverspreide interstitiële pneumonitis
De inflammatoire respons vroeg tijdens de infectie heeft een belangrijke bijdrage aan de klinische
ziekte en houdt aan zelfs na de virale replicatie
Blijft infectief voor 2-3weken nadat de symptomen verdwenen zijn
IMMUUNRESPONS
Maternale antilichamen blijken geen bescherming te bieden na de geboorte
RSV induceert zowel antilichaam- en celgemedieerde responsen
-> Schade aan de celgemedieerde responsen (bij immuungecompromitteerde patiënten) kan leiden
tot aanhoudende infectie
De IFN (interferonen) response is merkbaar erger dan bij andere paramyxovirus infecties
Re-infecties zijn vaak voorkomend
-> DUS de eerste infecties induceren niet altijd lange termijn immuniteit
-> Antigene variatie tussen strengen van RSV
, 2
EPIDEMIOLOGIE
De oorzakelijke virussen vallen in 2 serologische groepen: A en B
-> Kunnen onderscheiden w door specifieke antisera
Antisera: is bloedserum, ve mens of dier dat al dan niet opzettelijk sterk immuun gemaakt is tegen
bep. vergiften of ziekteverwekkers
Transmissie van RSV infecties: Inademing van respiratoire secreties (kleine droplets)
Contaminatie van de handen met fomites (object dat infectieuze
organismen kan dragen) vb. beddengoed
In gematigde klimaten: Wintermanden
In tropische klimaten: Nat seizoen of zomer maanden
Tijdens periode van epidemie: Verspreiding in hospitalen, crèches en dagopvang
-> Nosocomiale infecties
-> Kort, persoonlijk contact
-> Virussen kunnen tot 3 weken na de acute fase nog doorgegeven w
Re-infecties komen vaak voor maar zijn subklinisch
-> Subklinische infecties behouden een groot reservoir van het infectieve virus
Wordt gemakkelijk verspreid door respiratoire secreties op de handen, speelgoed en gereedschap
LABORATOIRE DIAGNOSE
Het virus kan geïsoleerd w in continue lijnen van humane cellen waarin CPEs met vorming van syncytia
voorkomen na 2-10 dagen
o Indirecte immunofluorescentie
-> Detecteert virale antigenen in cellen ve nasopharyngeale wisser
-> Geeft een direct resultaat of detectie van virale antigenen in nasale vloeistoffen
-> Maakt gebruik van enzyme immunoassay kits
o RT PCR
-> Techniek waarbij samples precies moeten zijn
KLINISCHE DIAGNOSE
Symptomen: Loopneus en hoesten voor de progressie
Niezen en ademnood (abdominaal ademen, intercostale recessie, tracheal tug)
-> Bronchilitis
Ademhalingsvrequentie
-> Wnnr 60 ademhalingen/min: Naar het ziekenhuis
Intercostale recessie: Intercostale retractie treedt op wanneer de spieren tussen uw ribben naar
binnen worden getrokken. We noemen dit ook
Tracheal tug sign, is an abnormal downward movement of the trachea during systole
PREVENTIE
Pogingen tot het vormen van vaccinaties: Weinig succes
-> Gebruik van recombinante DNA technologie voor het maken van een vaccin w nog bestudeerd
Limitatie van verspreiding naar pediatrische eenheden, verpleegsters hangt af van een goede hygiëne
-> Wassen vd handen, bedekken vd mond bij niezen of hoesten en weggooien v papieren zakdoeken
ZELFSTUDIEOPDRACHT 2 VIROLOGIE: INTERACTIE MICRO-ORGANISMEN MET DE MENS – HIV/AIDS
DEEL 1 Respirotoir syncytieel virus infecties
Respirotoir syncytieel virus (RSV): Is een virus dat gezien wordt als een van de belangrijkste veroorzakers van
Verkoudheid
-> Voor volwassenen blijft het dan bij deze verkoudheid
Maar vooral bij zeer jonge kinderen kan de verkoudheid overslaan op de
lagere luchtwegen
KLINISCHE ASPECTEN
De ziekte start vaak zoals een gewone verkoudheid
MAAR binnen de 24u kan de baby erg ziek w: Cyanosis (blauwachtige verkleuring vd huid)
Ademnood
-> Typische is bronchiolitis (luchtweginfectie), met of zonder de betrokkenheid vd long parenchym
(veroorzaakt pneumonitis – onsteking vh longweefsel)
OPM. Er is bewijs dat RSV infecties bij kinderen lange-termijn ademhalingsproblemen
veroorzaakt
De infectie kan verward w met influenza
-> Ernstige ziekte: Significant risico op sterfte (zowel bij kinderen als bejaarden)
Infectie en re-infectie zijn vaak voorkomend in de eerste levensjaren
Baby’s tussen 6weken en 6maanden oud w hoofdzakelijk geïnfecteerd
-> RSV is d belangrijkste respiratoire pathogeen bij jonge kinderen
PATHOGENESIS EN PATHOLOGIE
De incubatieperiode: 5-7 dagen
-> Wordt gevolgd door een milde prodromale periode
Prodromal: the time during which a disease process has begun but is not yet clinically manifest
Later in de ziekte progressie kan het virus infectie veroorzaken vd lagere luchtwegen
-> Necrose bronchiolitis waarbij partiële blokkage vd bronchiën leidt tot ht invallen v gebieden vd long
-> Peribronchiale infiltratie kan verspreiden: Wijdverspreide interstitiële pneumonitis
De inflammatoire respons vroeg tijdens de infectie heeft een belangrijke bijdrage aan de klinische
ziekte en houdt aan zelfs na de virale replicatie
Blijft infectief voor 2-3weken nadat de symptomen verdwenen zijn
IMMUUNRESPONS
Maternale antilichamen blijken geen bescherming te bieden na de geboorte
RSV induceert zowel antilichaam- en celgemedieerde responsen
-> Schade aan de celgemedieerde responsen (bij immuungecompromitteerde patiënten) kan leiden
tot aanhoudende infectie
De IFN (interferonen) response is merkbaar erger dan bij andere paramyxovirus infecties
Re-infecties zijn vaak voorkomend
-> DUS de eerste infecties induceren niet altijd lange termijn immuniteit
-> Antigene variatie tussen strengen van RSV
, 2
EPIDEMIOLOGIE
De oorzakelijke virussen vallen in 2 serologische groepen: A en B
-> Kunnen onderscheiden w door specifieke antisera
Antisera: is bloedserum, ve mens of dier dat al dan niet opzettelijk sterk immuun gemaakt is tegen
bep. vergiften of ziekteverwekkers
Transmissie van RSV infecties: Inademing van respiratoire secreties (kleine droplets)
Contaminatie van de handen met fomites (object dat infectieuze
organismen kan dragen) vb. beddengoed
In gematigde klimaten: Wintermanden
In tropische klimaten: Nat seizoen of zomer maanden
Tijdens periode van epidemie: Verspreiding in hospitalen, crèches en dagopvang
-> Nosocomiale infecties
-> Kort, persoonlijk contact
-> Virussen kunnen tot 3 weken na de acute fase nog doorgegeven w
Re-infecties komen vaak voor maar zijn subklinisch
-> Subklinische infecties behouden een groot reservoir van het infectieve virus
Wordt gemakkelijk verspreid door respiratoire secreties op de handen, speelgoed en gereedschap
LABORATOIRE DIAGNOSE
Het virus kan geïsoleerd w in continue lijnen van humane cellen waarin CPEs met vorming van syncytia
voorkomen na 2-10 dagen
o Indirecte immunofluorescentie
-> Detecteert virale antigenen in cellen ve nasopharyngeale wisser
-> Geeft een direct resultaat of detectie van virale antigenen in nasale vloeistoffen
-> Maakt gebruik van enzyme immunoassay kits
o RT PCR
-> Techniek waarbij samples precies moeten zijn
KLINISCHE DIAGNOSE
Symptomen: Loopneus en hoesten voor de progressie
Niezen en ademnood (abdominaal ademen, intercostale recessie, tracheal tug)
-> Bronchilitis
Ademhalingsvrequentie
-> Wnnr 60 ademhalingen/min: Naar het ziekenhuis
Intercostale recessie: Intercostale retractie treedt op wanneer de spieren tussen uw ribben naar
binnen worden getrokken. We noemen dit ook
Tracheal tug sign, is an abnormal downward movement of the trachea during systole
PREVENTIE
Pogingen tot het vormen van vaccinaties: Weinig succes
-> Gebruik van recombinante DNA technologie voor het maken van een vaccin w nog bestudeerd
Limitatie van verspreiding naar pediatrische eenheden, verpleegsters hangt af van een goede hygiëne
-> Wassen vd handen, bedekken vd mond bij niezen of hoesten en weggooien v papieren zakdoeken