1
ZELFSTUDIEOPDRACHT 2 BACTERIOLOGIE: INTERACTIE VAN BACTERIËN MET DE MENS
Symbiose of samenleven van verschillende organismen:
• Commensalisme: Voordeel voor één organisme doordat het met of op een ander organisme
leeft, terwijl dit ander organisme daar geen voor- of nadeel van heeft
• Parasitisme: Eén organisme heeft voordeel en het ander organisme ondervindt nadeel
• Mutualisme: Wederzijds voordeel voor de 2 organismen
Overdracht van micro-organismen
• Contact
bv. Direct contact via de huid, overdracht via voeding, speekseldruppels, lucht, …
• Besmetting: blootstelling aan een ziektekiem
• Kolonisatie: `bezetting’ van een bepaald lichaamsgebied door (pathogene) micro-organismen, die zich
daar voor langere duur handhaven
• Infectie: ziekte bij de gastheer door de aanwezigheid van een micro-organisme
• Besmettelijkheid: de micro-organismen verlaten het lichaam en kunnen andere mensen besmetten
DEEL 1: Bacteriën die via de luchtwegen binnendringen
Hoofdstuk 1: Inleiding
1.1 Belang van de respiratoire tractus voor infecties
Bepaalde bacteriën veroorzaken infecties nadat ze terecht zijn gekomen op de slijmvliezen van de luchtwegen
-> Infecties vd respiratoire tractus zijn de meest voorkomende
OPM. Niet alle micro-organismen die ons lichaam binnendringen via de respiratoire slijmvliezen veroorzaken
infecties vd luchtwegen
vb. Neisseria meningitidis
De ademhalingswegen kunnen verdeeld w in 2 delen
1. Bovenste luchtwegen
Neus, Farynx, Middenoor, Sinussen, Larynx, Trachea
2. Onderste luchtwegen
Bronchi en alveolen
, 2
1.2 Natuurlijke verdedigingssystemen van de respiratoire tractus
o Bovenste luchtwegen
-> Hebben verschillende verdedigingssystemen tegenover bacteriën
1. Mucuslaag op de slijmvliezen
-> Druppeltjes, stofdeeltjes en dus ook bacteriën w in de mucuslaag gevangen
-> Via ritmische beweging vd cilia w de mucus naar de keel ‘geborsteld’
-> Daar w de mucus ingeslikt of uitgespuwd
2. Omvangrijk lymfoïde weefsel thv de neus-keelovergang
-> Draagt bij tot het genereren van een immuunantwoord
OPM. Lymfoïde weefsel kan ook zelf w geïnfecteerd
-> Spreiding infectie vanuit keel naar middenoor
-> Neus, keel verbonden met sinussen en middenoor
-> Infectie vaak van ene naar andere regio
3. Aanwezigheid commensale flora
-> Maakt het moeilijker voor nieuwe, potentieel pathogene bacteriën om zich in de
oronasofarynx te vestigen
OPM. Er zijn soms ook bacteriën die deel kunnen uitmaken van deze commensale flora die
zelf de oorzaak zijn van infecties
vb. Streptococcus pneumoniae
-> Commensale flora speelt ook rol in stijgende resistentie tegen antibiotica van bacteriën
o Onderste luchtwegen
-> Zijn in normale omstandigheden steriel
-> Ingeademde partikels of druppels beladen met bacteriën w opgevangen in de mucus
-> Heel fijne partikels die toch aan de alveoli zouden geraken (GN MUCUSLAAG THV ALVEOLI) w
gefacocyteerd door alveolaire macrofagen
-> Macrofagen w na verloop van tijd verwijderd uit de luchtwegen via de ciliaire lift
1.3 Factoren die de natuurlijke verdediging van de luchtwegen verzwakken
Er zijn een aantal factoren die bijdragen dat de bovenstaande verdedigingsmechanismen minder goed werken
Sigarettenrook: Verlamming van de cilia
Aangeboren aandoeningen: Taai mucus dat nt kan verwijderd w in de luchtwegen
vb. Mucoviscidose
Astma-aanval: Leiden tot paroxysmale vernauwingen vd luchtwegen
Niet-vernietigbare partikels: Kunnen de alveolaire macrofagen immobiliseren of verwonden
vb. Silicaat of asbestpartikels
Andere situaties:
Intrinsieke longabnormaliteiten
Chronische ontstekingen vd luchtwegen
Diabetes
Alcoholisme
Verlies van bewustzijn
Verlamming
Intubatie
ZELFSTUDIEOPDRACHT 2 BACTERIOLOGIE: INTERACTIE VAN BACTERIËN MET DE MENS
Symbiose of samenleven van verschillende organismen:
• Commensalisme: Voordeel voor één organisme doordat het met of op een ander organisme
leeft, terwijl dit ander organisme daar geen voor- of nadeel van heeft
• Parasitisme: Eén organisme heeft voordeel en het ander organisme ondervindt nadeel
• Mutualisme: Wederzijds voordeel voor de 2 organismen
Overdracht van micro-organismen
• Contact
bv. Direct contact via de huid, overdracht via voeding, speekseldruppels, lucht, …
• Besmetting: blootstelling aan een ziektekiem
• Kolonisatie: `bezetting’ van een bepaald lichaamsgebied door (pathogene) micro-organismen, die zich
daar voor langere duur handhaven
• Infectie: ziekte bij de gastheer door de aanwezigheid van een micro-organisme
• Besmettelijkheid: de micro-organismen verlaten het lichaam en kunnen andere mensen besmetten
DEEL 1: Bacteriën die via de luchtwegen binnendringen
Hoofdstuk 1: Inleiding
1.1 Belang van de respiratoire tractus voor infecties
Bepaalde bacteriën veroorzaken infecties nadat ze terecht zijn gekomen op de slijmvliezen van de luchtwegen
-> Infecties vd respiratoire tractus zijn de meest voorkomende
OPM. Niet alle micro-organismen die ons lichaam binnendringen via de respiratoire slijmvliezen veroorzaken
infecties vd luchtwegen
vb. Neisseria meningitidis
De ademhalingswegen kunnen verdeeld w in 2 delen
1. Bovenste luchtwegen
Neus, Farynx, Middenoor, Sinussen, Larynx, Trachea
2. Onderste luchtwegen
Bronchi en alveolen
, 2
1.2 Natuurlijke verdedigingssystemen van de respiratoire tractus
o Bovenste luchtwegen
-> Hebben verschillende verdedigingssystemen tegenover bacteriën
1. Mucuslaag op de slijmvliezen
-> Druppeltjes, stofdeeltjes en dus ook bacteriën w in de mucuslaag gevangen
-> Via ritmische beweging vd cilia w de mucus naar de keel ‘geborsteld’
-> Daar w de mucus ingeslikt of uitgespuwd
2. Omvangrijk lymfoïde weefsel thv de neus-keelovergang
-> Draagt bij tot het genereren van een immuunantwoord
OPM. Lymfoïde weefsel kan ook zelf w geïnfecteerd
-> Spreiding infectie vanuit keel naar middenoor
-> Neus, keel verbonden met sinussen en middenoor
-> Infectie vaak van ene naar andere regio
3. Aanwezigheid commensale flora
-> Maakt het moeilijker voor nieuwe, potentieel pathogene bacteriën om zich in de
oronasofarynx te vestigen
OPM. Er zijn soms ook bacteriën die deel kunnen uitmaken van deze commensale flora die
zelf de oorzaak zijn van infecties
vb. Streptococcus pneumoniae
-> Commensale flora speelt ook rol in stijgende resistentie tegen antibiotica van bacteriën
o Onderste luchtwegen
-> Zijn in normale omstandigheden steriel
-> Ingeademde partikels of druppels beladen met bacteriën w opgevangen in de mucus
-> Heel fijne partikels die toch aan de alveoli zouden geraken (GN MUCUSLAAG THV ALVEOLI) w
gefacocyteerd door alveolaire macrofagen
-> Macrofagen w na verloop van tijd verwijderd uit de luchtwegen via de ciliaire lift
1.3 Factoren die de natuurlijke verdediging van de luchtwegen verzwakken
Er zijn een aantal factoren die bijdragen dat de bovenstaande verdedigingsmechanismen minder goed werken
Sigarettenrook: Verlamming van de cilia
Aangeboren aandoeningen: Taai mucus dat nt kan verwijderd w in de luchtwegen
vb. Mucoviscidose
Astma-aanval: Leiden tot paroxysmale vernauwingen vd luchtwegen
Niet-vernietigbare partikels: Kunnen de alveolaire macrofagen immobiliseren of verwonden
vb. Silicaat of asbestpartikels
Andere situaties:
Intrinsieke longabnormaliteiten
Chronische ontstekingen vd luchtwegen
Diabetes
Alcoholisme
Verlies van bewustzijn
Verlamming
Intubatie