EBP 3 -> RCT beoordelen
Onderzoeksvraag(PICO): 99% van de gevallen te vinden in de eerste zin van de
methodesectie of in de laatste alinea van de inleiding.
Randomisatie: verdeling over twee groepen door toeval. Het doel is vergelijkbare
groepen te krijgen in een gerandomiseerd experiment. De interventie
(behandeling) is daardoor het enige wat verschilt tussen de onderzoeksgroepen.
De verschillen in gezondheidstoestand aan het eind van het onderzoek zijn dan
ook alleen aan de interventie toe te schrijven. Randomiseren kan op
verschillende manieren gebeuren, van een muntje opgooien tot het door een
computer laten bepalen.
Uitgangspunt is dat iedere persoon evenveel kans heeft in een bepaalde
onderzoeksgroep terecht te komen en dat de toewijzing onvoorspelbaar en
onbeïnvloedbaar is.
Clusterrandomisatie: randomisatie per ziekenhuis/instelling
blokrandomisatie: randomisatie vindt in blokjes plaats zodat er even grote
groepen ontstaan.
Allocation concealment: degene die de patiënt insluit in het onderzoek mag niet
op de hoogte zijn van de volgorde.
dus: ‘de volgorde van toewijzing aan één van de onderzoeksarmen
(‘allocation’) onvoorspelbaar zijn én deze volgorde moet geheim blijven
(‘concealment’) voor de onderzoekers die deelnemers includeren in één
van de groepen én voor de deelnemers zelf’.
dus niet: ‘een randomisatie methode die op maandag proefpersonen
toewijst aan de interventie en op dinsdag aan de controlegroep’.
Blindering:
Juiste methode?
- Patiënt, behandelaar of beoordelaar weet niet welke interventie de patiënt heeft
gekregen
Waarom?
- Onbewust kunnen alle drie zich anders gedragen à performance bias. Indien
onmogelijk à onafhankelijk persoon als onderzoeker
Hoe te voorkomen?
- Experimentele interventie v.s. placebo, nepinterventie
RCT: Bij gerandomiseerd vergelijkend onderzoek worden onderzoeksobjecten
(bijvoorbeeld proefpersonen of proefdieren) willekeurig over twee of meer
groepen verdeeld, waarna de groepen worden blootgesteld aan verschillende
proefomstandigheden of behandelingen. Het willekeurig toewijzen van
onderzoeksobjecten aan groepen wordt randomiseren genoemd. Het gevolg van
randomiseren is, dat onbekende of niet gemeten storende factoren zoveel
mogelijk gelijk verdeeld worden over de groepen. Daardoor is hun gemiddelde
effect op de uitkomst voor alle groepen gelijk.
Onderzoeksvraag(PICO): 99% van de gevallen te vinden in de eerste zin van de
methodesectie of in de laatste alinea van de inleiding.
Randomisatie: verdeling over twee groepen door toeval. Het doel is vergelijkbare
groepen te krijgen in een gerandomiseerd experiment. De interventie
(behandeling) is daardoor het enige wat verschilt tussen de onderzoeksgroepen.
De verschillen in gezondheidstoestand aan het eind van het onderzoek zijn dan
ook alleen aan de interventie toe te schrijven. Randomiseren kan op
verschillende manieren gebeuren, van een muntje opgooien tot het door een
computer laten bepalen.
Uitgangspunt is dat iedere persoon evenveel kans heeft in een bepaalde
onderzoeksgroep terecht te komen en dat de toewijzing onvoorspelbaar en
onbeïnvloedbaar is.
Clusterrandomisatie: randomisatie per ziekenhuis/instelling
blokrandomisatie: randomisatie vindt in blokjes plaats zodat er even grote
groepen ontstaan.
Allocation concealment: degene die de patiënt insluit in het onderzoek mag niet
op de hoogte zijn van de volgorde.
dus: ‘de volgorde van toewijzing aan één van de onderzoeksarmen
(‘allocation’) onvoorspelbaar zijn én deze volgorde moet geheim blijven
(‘concealment’) voor de onderzoekers die deelnemers includeren in één
van de groepen én voor de deelnemers zelf’.
dus niet: ‘een randomisatie methode die op maandag proefpersonen
toewijst aan de interventie en op dinsdag aan de controlegroep’.
Blindering:
Juiste methode?
- Patiënt, behandelaar of beoordelaar weet niet welke interventie de patiënt heeft
gekregen
Waarom?
- Onbewust kunnen alle drie zich anders gedragen à performance bias. Indien
onmogelijk à onafhankelijk persoon als onderzoeker
Hoe te voorkomen?
- Experimentele interventie v.s. placebo, nepinterventie
RCT: Bij gerandomiseerd vergelijkend onderzoek worden onderzoeksobjecten
(bijvoorbeeld proefpersonen of proefdieren) willekeurig over twee of meer
groepen verdeeld, waarna de groepen worden blootgesteld aan verschillende
proefomstandigheden of behandelingen. Het willekeurig toewijzen van
onderzoeksobjecten aan groepen wordt randomiseren genoemd. Het gevolg van
randomiseren is, dat onbekende of niet gemeten storende factoren zoveel
mogelijk gelijk verdeeld worden over de groepen. Daardoor is hun gemiddelde
effect op de uitkomst voor alle groepen gelijk.