TUSSENDOORTJE : Hansje en Grietje
1) Naam: Prisca Jochmans
2) Domein(en) BEELD BEWEGING MUZIEK TAAL
3) Leeftijd: 4-5 jarigen
4) Doel:
De kleuters kunnen het metrum van het beluisterde lied ervaren
De kleuters kunnen het lied dramatiseren
5) Materiaal:
Keyboard, vingerpopjes Hans en Grietje
LIED + Liedvorm: A (a, a’) B (b1, b2) A (a, a’) B’ (b3, c)
6) Organisatie:
De kleuters zitten in de onthaalkring
7) Spelverloop:
Aanknoping:
KO: “Kennen jullie het verhaal van Hansje en Grietje nog?” (...zochten de weg terug naar
huis, maar waren verdwaald…)
De KO neemt de vingerpopjes ‘Hansje’ en ‘Grietje’ en roept sfeer op a.h.v. een stemspel:
groot bos, stil, donker, koud, de wind waait (blazen), bladeren ritselen (...), stil (‘ssst’)...
H. en G. gaan op zoek naar een straat, een huis, een lichtje,...
De KO speelt de beginnootjes op keyboard en zingt deel A van het lied. Intussen stappen
de kls. metrisch ter plaatse.
Kern: (metrisch bewegen + uitbeelden)
1. We stappen allen mee met H. en G. door de klasruimte.
2. Het begint langzaam donker te worden… H. en G. lopen nu heel snel -> ‘lopen’ ipv
‘gingen’: de kleuters lopen mee (door elkaar)… (De KO zingt deel A sneller)
1) Naam: Prisca Jochmans
2) Domein(en) BEELD BEWEGING MUZIEK TAAL
3) Leeftijd: 4-5 jarigen
4) Doel:
De kleuters kunnen het metrum van het beluisterde lied ervaren
De kleuters kunnen het lied dramatiseren
5) Materiaal:
Keyboard, vingerpopjes Hans en Grietje
LIED + Liedvorm: A (a, a’) B (b1, b2) A (a, a’) B’ (b3, c)
6) Organisatie:
De kleuters zitten in de onthaalkring
7) Spelverloop:
Aanknoping:
KO: “Kennen jullie het verhaal van Hansje en Grietje nog?” (...zochten de weg terug naar
huis, maar waren verdwaald…)
De KO neemt de vingerpopjes ‘Hansje’ en ‘Grietje’ en roept sfeer op a.h.v. een stemspel:
groot bos, stil, donker, koud, de wind waait (blazen), bladeren ritselen (...), stil (‘ssst’)...
H. en G. gaan op zoek naar een straat, een huis, een lichtje,...
De KO speelt de beginnootjes op keyboard en zingt deel A van het lied. Intussen stappen
de kls. metrisch ter plaatse.
Kern: (metrisch bewegen + uitbeelden)
1. We stappen allen mee met H. en G. door de klasruimte.
2. Het begint langzaam donker te worden… H. en G. lopen nu heel snel -> ‘lopen’ ipv
‘gingen’: de kleuters lopen mee (door elkaar)… (De KO zingt deel A sneller)