7 EMOTIONELE ONTWIKKELING IN VERBINDING
7.1 EMOTIONELE ONTWIKKELING IN VERBINDING
Elke emotionele ontwikkelingsfase gaat gepaard met enkele spanningen bij de cliënt (zie
vorig hoofdstuk). en onoverkomelijk ook bij de begeleider terecht komen. Het is de
bedoeling dat wij als begeleider onze emoties dan ook moeten kunnen reguleren om hier
gepast mee om te gaan en goed te mentaliseren (= reflecteren). Deze les gaat erover om als
begeleider aan jezelf vragen te stellen zoals wie ben ik, wat kan ik aan,…
7.1.1 Verschuiving in de kijk op uitdagende situaties
Gelukkig is er in de kijk naar moeilijk gedrag een verschuiving gebeurt.
Intra-individuele kijk (probleemgedrag, moeilijke cliënt) → relationele/ interactionele kijk
(gedrag dat een signaal geeft van een verstoorde relatie met de omgeving)
Dit geeft aan dat wij er als begeleiders soms nog niet voldoende in slagen om ons af te
stemmen op de noden en behoeften van cliënten.
7.2 MENTALISEREN
Mentaliseren = jezelf van buitenaf en de ander van binnenuit zien, aandacht schenken aan
gedachten & gevoelens in jezelf en anderen, de vaardigheid om betekenis te geven aan
eigen/andermans ervaringen en gedrag. Denken over voelen en voelen over denken. Hart en
brein die samenwerken.
7.2.1 Mentaliseren en gehechtheid
• Vermogen om te mentaliseren ontwikkelt zich stapsgewijs binnen een veilige
gehechtheidsrelatie: ouders leren om zichzelf en hun kind emotioneel te begrijpen
• Mentaliseren/reflecteren bevordert de emotionele verbondenheid (gehechtheid)
• Mentaliseren/reflecteren is een belangrijke basis om sensitief responsief te kunnen
reageren.
63
, 7.2.2 Innerlijke dialoog
Tijdens het mentaliseren gaat er een innerlijke dialoog van start binnenin onszelf. Bij een
innerlijke dialoog praten verschillende stemmetjes die ons iets vertellen over onszelf, de
cliënt en de relatie tussen ons en de cliënt. Die stemmen vertrekken vanuit onze buik en
ons hoofd.
De toegang tot de stemmetjes die vanuit onze buik vertrekken, daar zit onze hele spontane
kennis over de ander, zoals over een vriend of vriendin die je al heel lang kent, kan je soms
al gewoon weten en voelen hoe je met die persoon moet omgaan zonder dat je daar hee
hard over moet nadenken! (=intuïtieve kennis, ervaringskennis, impliciete kennis).
De toegangspoort tot deze kennis is onze emotionele arousal (=ons spanningsniveau)
• Toegang krijgen tot onze intuïtieve, spontane kennis, wanneer de spanning die we
voelen niet hoog is. Als we ons ontspannen voelen, geraken we daar makkelijk aan.
Als onze spanning stijgt en we meer onder stress staan, is het moeilijker om tot die intuïtieve
kennis toegang te krijgen.
Verduidelijking met een voorbeeld:
Paul, een man met een ernstige V.B. en een agressieproblematiek, zit rustig in ‘zijn zetel’ en
speelt met een koordje (=zijn transitioneel object waar hij aan gehecht is). Af en toe stelt hij
een vraag.
De begeleider, druk bezig met het bereiden van het avondmaal, weet dat hij even moet
antwoorden om Paul gerust te stellen.
64
7.1 EMOTIONELE ONTWIKKELING IN VERBINDING
Elke emotionele ontwikkelingsfase gaat gepaard met enkele spanningen bij de cliënt (zie
vorig hoofdstuk). en onoverkomelijk ook bij de begeleider terecht komen. Het is de
bedoeling dat wij als begeleider onze emoties dan ook moeten kunnen reguleren om hier
gepast mee om te gaan en goed te mentaliseren (= reflecteren). Deze les gaat erover om als
begeleider aan jezelf vragen te stellen zoals wie ben ik, wat kan ik aan,…
7.1.1 Verschuiving in de kijk op uitdagende situaties
Gelukkig is er in de kijk naar moeilijk gedrag een verschuiving gebeurt.
Intra-individuele kijk (probleemgedrag, moeilijke cliënt) → relationele/ interactionele kijk
(gedrag dat een signaal geeft van een verstoorde relatie met de omgeving)
Dit geeft aan dat wij er als begeleiders soms nog niet voldoende in slagen om ons af te
stemmen op de noden en behoeften van cliënten.
7.2 MENTALISEREN
Mentaliseren = jezelf van buitenaf en de ander van binnenuit zien, aandacht schenken aan
gedachten & gevoelens in jezelf en anderen, de vaardigheid om betekenis te geven aan
eigen/andermans ervaringen en gedrag. Denken over voelen en voelen over denken. Hart en
brein die samenwerken.
7.2.1 Mentaliseren en gehechtheid
• Vermogen om te mentaliseren ontwikkelt zich stapsgewijs binnen een veilige
gehechtheidsrelatie: ouders leren om zichzelf en hun kind emotioneel te begrijpen
• Mentaliseren/reflecteren bevordert de emotionele verbondenheid (gehechtheid)
• Mentaliseren/reflecteren is een belangrijke basis om sensitief responsief te kunnen
reageren.
63
, 7.2.2 Innerlijke dialoog
Tijdens het mentaliseren gaat er een innerlijke dialoog van start binnenin onszelf. Bij een
innerlijke dialoog praten verschillende stemmetjes die ons iets vertellen over onszelf, de
cliënt en de relatie tussen ons en de cliënt. Die stemmen vertrekken vanuit onze buik en
ons hoofd.
De toegang tot de stemmetjes die vanuit onze buik vertrekken, daar zit onze hele spontane
kennis over de ander, zoals over een vriend of vriendin die je al heel lang kent, kan je soms
al gewoon weten en voelen hoe je met die persoon moet omgaan zonder dat je daar hee
hard over moet nadenken! (=intuïtieve kennis, ervaringskennis, impliciete kennis).
De toegangspoort tot deze kennis is onze emotionele arousal (=ons spanningsniveau)
• Toegang krijgen tot onze intuïtieve, spontane kennis, wanneer de spanning die we
voelen niet hoog is. Als we ons ontspannen voelen, geraken we daar makkelijk aan.
Als onze spanning stijgt en we meer onder stress staan, is het moeilijker om tot die intuïtieve
kennis toegang te krijgen.
Verduidelijking met een voorbeeld:
Paul, een man met een ernstige V.B. en een agressieproblematiek, zit rustig in ‘zijn zetel’ en
speelt met een koordje (=zijn transitioneel object waar hij aan gehecht is). Af en toe stelt hij
een vraag.
De begeleider, druk bezig met het bereiden van het avondmaal, weet dat hij even moet
antwoorden om Paul gerust te stellen.
64