OntwikkelingsStoornissen
Neurospectrumstoornissen: stoornissen die het hele leven blijven
Hersenen Gedrag: emoties en cognities
Disfunctie hersenen Gedragsproblemen
Hersen gedrag model
Observeerbaar gedrag/emotie, fenotype
^
Medierende functie, endofenotype (neuropsychologie)
^
Hersenen, aanleg, genotype
Antisociaal/externaliserend gedrag: neemt af naarmate kinderen betere controle
hebben
Ernstig en/of frequent antisociaal gedrag: gedragsstoornis
Classificatiesysteem DSM-5
- Oppositional defiant disorder (ODD)
- Conduct disorder (CD)
Historische achtergronden:
- Nature-nurture
- Goodness-of-fit (Thomas en Chess): omgeving moet afgestemd
worden op individuele temperamentkenmerken
- Socialisatie (Bell): wederzijds interactief proces waarin zowel kind als
opvoeder gedrag proberen te sturen, te verminderen, te stimuleren of
te intensiveren
- Differentiële ontvankelijkheid: temperament kind en
opvoedingsomgeving
Oorzaken antisociaal gedrag:
- Kindfactoren: geslacht, genen, persoonlijkheid
- Relationele factoren: opvoeding, invloeden leeftijdsgenoten
- Directe leefomgeving: kenmerken van buurt of school
- Bredere maatschappij: massamedia, werkgelegenheid
Verband tussen disfunctionele opvoeding en antisociaal gedrag:
- Sociale leertheorie (Patterson
- Coërciviteitstheorie (Patterson)
o Macromodel: gedrag van opvoeders correleert met negatief
gedrag kind
o Micromodel: wederzijdse dwang (coersion) in ouder-kind
interacties brengt gedragsverandering teweeg bij kind
1. Actie van ouder die het kind als negatief ervaart
2. Tegenaanval kind
3. Reactie ouder op poging kind om iets af te dwingen
Negatieve bekrachtiging: ouder laat eis vallen
4. Negatief gedrag houdt op
Korte termijn: einde conflict
, Lange termijn: meer wederzijdse dwang, gebrek aan sociale
vaardigheden, leerachterstanden, antisociale
persoonlijkheidsstoornis
Persoonlijkheidskenmerken antisociaal gedrag:
- Big Five
o Extraversie
o Welwillendheid
o Consiëntieusheid
o Emotionele stabiliteit
o Vindingrijkheid/openheid
MiPIC = vragenlijst voor meten persoonlijkheidsfactoren
Cross-sectionele en longidutinale studies: disfunctionlee opvoeden en
persoonlijkheid kind zijn direct gerelateerd aan antisociaal gedrag; hoge scores
op consciëntieusheid en welwillendheid en hoge scores op extraversie
voorspellen meer antisociaal gedrag
- Flemisch Study on Parenting, Personality and Development
(FSPPD): lopende longitudinale studie; welke determinanten van de
opvoeding en ontwikkeling onderscheiden kunnen worden
Individuele verschillen en ontwikkeling antisociaal gedrag (Shiner en Caspi)
- Leerprocessen
o Kinderen met gedragsstoornis vooral gevoelig voor
beloningssignalen, maar ongevoelig voor bestraffingsprikkels
o Psychobiologische persoonlijkheidsmodel (Gray): individuele
verschillen in gevoeligheid beloning/straf leidt tot verschillende
aangeleerde reacties
- Negatieve reacties (dwingend gedrag) die kinderen met lage
welwillendheid uitlokken bij ouders
- Interpreteren van omgeving: kinderen met lage emotionele stabiliteit
vatten bedoelingen anderen vaker onjuist/vijandig op
- Sociale vergelijkingen: kinderen met gedragsproblemen overschatten
hun sociale competentie
- Door omgeving gestuurde selectie: manieren waarop kinderen situaties
uitkiezen die vervolgens bepaald gedrag stimuleren
- Manipulatie omgeving: verandert iemands persoonlijkheid en wordt de
omgeving gevormd
Persoon-omgevingsinteracties spelen belangrijke rol bij antisociaal gedrag
VIPP-SD: interventieprogramma met als doel antisociaal gedrag te
verminderen door het versterken van ouderlijke sensitiviteit en het
bevorderen van sensitieve disciplinering
Agressie:
- Reactief agressief: niet kunnen beheersen/verlies van controle
- Proactief agressief: al van plan om agressief te handelen
- Systematisch agressief: gedragsstoornis