Paragraaf 9.1
Voor de Industriële Revolutie
● Agrarisch-urbane samenleving:
- De meeste mensen leven van landbouw (platteland), een klein deel
van de handel en ambacht (steden)
- Producenten worden gemaakt met de hand of kleine gereedschappen
- Ze gebruiken spierkracht, windkracht en waterkracht
● Kleine wereld: men leefde lokaal
- Reizen gingen te voet, per paard of met een zeilboot. Producten
werden gemaakt en verkocht in de regio.
- Communicatie was langzaam
● Bijna geen middenklasse
- Rijke grootgrondbezitters en handelaren
- Veel armoede onder landarbeiders
Oorzaken voor de Industriële Revolutie
● Landbouwrevolutie
- Enclosure: grootgrondbezitters omheinen de gemeenschappelijke gronden
om deze efficiënter te bewerken = meer opbrengst.
→ Kleine boeren raakten hun traditionele rechten en bestaansmiddelen kwijt.
→ Grote armoede. Mensen trokken naar steden of koloniën, om werk te zoeken.
- Drieslagstelsel → vierslagsstelsel
- Uitvindingen: zaaimachine en verbeterde ploeg
- Meer grond inrichten als landbouwgrond
● Bevolkingsgroei
- Agrarische revolutie
- Verbeteringen in de geneeskunst
● 5,5 miljoen mensen → 1700
● 9 miljoen mensen → 1801
● 35 miljoen mensen → einde 19e eeuw
→ Arbeidsoverschot door bevolkingsgroei en verbeteringen in de landbouw
● Uitvindingen die de industrialisatie bevorderen
- Uitvindingen in de textielnijverheid, waardoor alles sneller liep.
Spinning Jenny (1764) en Water frame (1775)
- Uitvinding van stoommachine waarop spin- en weeftoestellen werden
aangesloten. Arbeiders moesten nu naar de fabriek komen.
, ● Transport
- Steenkool werd aangevoerd als brandstof voor de stoommachine
- Grondstoffen voor de productie moesten worden aangevoerd
- Producten moesten naar klanten worden vervoerd
→ kanalen werden aangelegd
→ spoorwegen werden aangelegd
● Industrieel kapitalisme
- Naast handelsbedrijven werden nu ook productiebedrijven kapitalistisch
ingericht, met de verkoop van aandelen. Mensen investeerde, om hoop op
winst.
- Fabrieken, maar ook ondernemingen die kanalen aanlegden werden op
kapitalistische wijze georganiseerd.
Lesboek
Stoommachines → Belangrijke uitvinding, hierop konden verschillende apparaten
op worden aangesloten.
Links: stoommachine Rechts: spinning Jenny
Bevolkingsgroei → De bevolking groeide snel door meerdere factoren:
- Betere landbouwmethoden → meer voedsel
- Vooruitgang geneeskunst → nieuwe vaccinaties
Om een groot bedrijf te starten, is veel geld (kapitaal) nodig. In de 17e eeuw was
hier al ervaring mee opgedaan in grote handelsondernemingen:
- VOC; Verenigde Oost-Indische Compagnie (Nederlands)
- EIC; East India Company (Brits)
Zij verkochten aandelen om geld te verdienen. Mensen konden een aandeel kopen
en werden zo voor een stukje eigenaar van het bedrijf.
, De invloed op de politiek (paragraaf 9.2)
Voor de Industriële Revolutie
● Het parlement:
- House of Lords (hogerhuis): bisschoppen en adel. Niet democratisch
- House of Commons (lagerhuis): vertegenwoordigers van
graafschappen en steden. Democratisch gekozen via een
districtenstelsel.
● Grootgrondbezitters waren het machtigst:
- Veelal van adel
- Belangrijke rol in het parlement
- Wilden hun oude belangen verdedigen: conservatief
- Concurrentie weren door invoerrechten op producten uit het buitenland
Tijdens de Industriële Revolutie
● Industriële ondernemers:
- Willen dat voedsel zo goedkoop mogelijk is, zodat ze de arbeiders lage lonen
kunnen betalen.
- Willen de geproduceerde producten zo vrij mogelijk verkopen
→ geen in- en uitvoerrechten
● Voorstanders van een vrijemarkteconomie:
- De wet van vraag en aanbod bepaald de hoogte van prijzen en lonen
- Geen belastingen en tarieven opgelegd door de overheid