OVERZICHT MUZISCHE TALEN EN ASPECTEN
BEELD
1) Vorm
2D (hoogte en breedte) / 3D (hoogte, breedte en diepte)
Geometrisch (wiskundige vormen)
Organisch (natuurlijke vormen)
Symmetrisch (spiegeling)
Asymmetrisch
Contourlijn/ omtreklijn
Patroon
Silhouet (aangeduid door omtreklijn)
Restvorm/tussenruimte (vorm die overblijft)
Figuratief (werkelijkheid)
Abstract
Gestileerd (vereenvoudiging)
2) Ruimte
2D (ruimte suggereren op een plat vlak)
3D (volume in de ruimte)
Omklapping (verschillende aanzichten in één beeld zichtbaar zijn gemaakt)
Afsnijden (een gedeelte van de voorstelling lijkt afgesneden)
Overlapping (voorwerpen voor en achter elkaar geplaatst waardoor je de
indruk krijgt dat een voorwerp dichter staat en het andere verder)
Perspectief (diepteverwerking)
Grootteverschil (voorwerpen dichter zijn groter en voorwerpen verder zijn
kleiner)
Detailwerking (voorwerpen dichter hebben meer details en voorwerpen
verder minder)
3) Kleur
Primair (hoofdkleuren: geel, blauw, rood)
Secundair (nevenkleuren: oranje, paars, groen)
Tertiair (mengeling van primair en secundair: oranje en geel, groen en blauw,
rood en paars)
Complementair (oranje en blauw, geel en paars, rood en groen)
Kleurcontrast (warm en koude kleuren)
1
, 4) Licht
Eigenschaduw (donkere kant op een mensen of voorwerp, waar er geen licht
op valt)
Slagschaduw (schaduw die door een mens of een voorwerp op de
grond/omgeving wordt geworpen)
5) Lijn
Kort/ lang
Recht/ zigzag/ gebogen
Horizontaal/ verticaal
Dik/dun
6) Compositie
Symmetrisch (statisch, symmetrieas tekenen, rust)
Asymmetrisch (dynamisch)
Diagonaal
Centraal
Overall (geen enkel element wordt benadrukt, alles is verspreid)
7) Textuur
Zacht/ stekelig
Ruw/ glad
2
BEELD
1) Vorm
2D (hoogte en breedte) / 3D (hoogte, breedte en diepte)
Geometrisch (wiskundige vormen)
Organisch (natuurlijke vormen)
Symmetrisch (spiegeling)
Asymmetrisch
Contourlijn/ omtreklijn
Patroon
Silhouet (aangeduid door omtreklijn)
Restvorm/tussenruimte (vorm die overblijft)
Figuratief (werkelijkheid)
Abstract
Gestileerd (vereenvoudiging)
2) Ruimte
2D (ruimte suggereren op een plat vlak)
3D (volume in de ruimte)
Omklapping (verschillende aanzichten in één beeld zichtbaar zijn gemaakt)
Afsnijden (een gedeelte van de voorstelling lijkt afgesneden)
Overlapping (voorwerpen voor en achter elkaar geplaatst waardoor je de
indruk krijgt dat een voorwerp dichter staat en het andere verder)
Perspectief (diepteverwerking)
Grootteverschil (voorwerpen dichter zijn groter en voorwerpen verder zijn
kleiner)
Detailwerking (voorwerpen dichter hebben meer details en voorwerpen
verder minder)
3) Kleur
Primair (hoofdkleuren: geel, blauw, rood)
Secundair (nevenkleuren: oranje, paars, groen)
Tertiair (mengeling van primair en secundair: oranje en geel, groen en blauw,
rood en paars)
Complementair (oranje en blauw, geel en paars, rood en groen)
Kleurcontrast (warm en koude kleuren)
1
, 4) Licht
Eigenschaduw (donkere kant op een mensen of voorwerp, waar er geen licht
op valt)
Slagschaduw (schaduw die door een mens of een voorwerp op de
grond/omgeving wordt geworpen)
5) Lijn
Kort/ lang
Recht/ zigzag/ gebogen
Horizontaal/ verticaal
Dik/dun
6) Compositie
Symmetrisch (statisch, symmetrieas tekenen, rust)
Asymmetrisch (dynamisch)
Diagonaal
Centraal
Overall (geen enkel element wordt benadrukt, alles is verspreid)
7) Textuur
Zacht/ stekelig
Ruw/ glad
2