• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 13 pages
Summary

Samenvatting Vakkennis Kunstzinnige Oriëntatie toetsdoelen

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 13 pages

Deze samenvatting is gemaakt aan de hand van de toetsdoelen beschreven voor de toets 'Vakkennis Kunstzinnige Oriëntatie'.

Content preview

Beeldende vorming

Toetsdoelen:

1. Voorbeeld opdracht voor leerlingen
 Aangeven welke functie/betekenis van beeldend erbij hoort
Voorbeeld:
(Leerkracht laat leerlingen stripverhaal maken)
 Antwoord: narratief

2. Cirkelmodel wordt uitgelegd in hoofdstuk 2
Woorden cirkelmodel uit je hoofd kennen
Teken leeg model, kan jij die invullen?
Voorbeeld:
Voorbeeld les, jij noteert juiste woord uit cirkelmodel er bij
(Plaatjes land)
 Antwoord: beschouwing

3. Hoofdstuk 3. Tabel 3.8, bladzijde 66
Begrippen kennen, staan op begrippenlijst
Voorbeeld:
(Activiteit van de leerkracht: ik kijk of alle kinderen goed bezig zijn)
 Antwoord: observatie

4. Leren 6.2. Verschillende interventies die je kan doen als leerkracht
Voorbeelden die hier genoemd worden leren
Voorbeeld:
(De leerkracht vraagt de kinderen: wat heb je gezien in de beelden, wat sprak je aan?)
 Antwoord: beschouwingsinterventie

5. Begrippen op begrippenlijst
Te vinden op TuleSLO en hoofdstuk 11
Juiste begrip bij tekening koppelen
Voorbeeld:
(Tekening van gezicht met streepbenen er aan)
 Antwoord: Koppoter
Zorg er voor dat je de woorden correct typt, de computer rekent de antwoorden goed of fout

6. Bij plaatjes benoemen om welk beeldaspect het gaat
Dus beeldaspecten goed kennen, in tabel 8.1 worden ze allemaal genoemd

, Begrippen:
Functies en betekenissen van beelden (toetsdoel 11)
Functioneel gebruiksgemak  producten worden ontworpen die het doen (flesopener)
Aanschouwelijk ordenend  iets verduidelijken (grafiek, maar ook uniform of sportkleding)
Narratief  Beelden kunnen een verhalende functie hebben (tekeningen, strip of schilderij)
Illustratief  tekst met een plaatje ernaast (plaatje laat zien wat er in de tekst staat)
Directief  Instructieplaatjes. Aanwijzende, waarschuwende of regulerende functie (verkeersborden
Verbeeldend  fantaseren over een werkelijkheid die nog niet bestaat. (ontwerpschets)
Decoratief  aanbrengen van versieringen, decoreren. Spelen met kleuren en vormen.
Esthetisch  iets wat gemaakt wordt om mooi te zijn. (sculpturen, stillevens)
Expressief  uitdrukken emoties en gevoel in kunstwerk. (schilderij, foto, drukwerk)
Amusement  uitbreiding van visuele wereld. Verzamelen, gek zijn op. (postzegels, voetbalplaatjes)

Cirkelmodel (toetsdoel 12)
Beeldend vormgeven is het betekenis verlenen aan materie door de vorm aan te passen. Dat gebeurt
in een creatief proces van beschouwing, onderzoek en werkwijze. Reflectie stuurt die activiteiten aan
en zorgt voor persoonlijke afstemming.

Betekenis  wat drukt het beeld uit? Geheel van associaties en emoties.
Vorm  beeldaspecten/visuele aspecten die het beeld bepalen. Kleur, vorm, ruimte, licht en textuur.
Materie  met welk materiaal gaan de kinderen werken? (doel met materiaal)

Beschouwing  inspiratie: kijken naar de wijze waarop een beeld kan worden waargenomen.
Onderzoek  kinderen maken experimenten. Ontdekkingstocht naar mogelijkheden.
Werkwijze  Handelen met materiaal en gereedschap, waarmee ingrepen worden uitgevoerd.

Productcomponenten  betekenis, vorm, materie
Procescomponenten  werkwijze, beschouwing, onderzoek

Reflectie  afstand nemen en beoordelen


Beeldend vormingsproces als creatief proces en lesfasen (toetsdoel 13)
Creatief proces begint met probleemstelling. Eerste fase: genereren van
mogelijkheden (divergentie). Die ideeën worden gevoed door de
productcomponenten, wat een groeiend aantal mogelijkheden oplevert. Daarna
worden de mogelijkheden gereduceerd (convergentie).

Creativiteit iets origineels ontwikkelen, in een andere context kunnen zien.
Divergentie  vermogen om nieuwe mogelijkheden op het spoor te komen.
Convergentie  kiezen uit de mogelijkheden

Oriëntatie van lesfasen
Introductie  je wil de kinderen inspireren en enthousiast maken
Informatie  je geeft informatie over beeldaspecten (leren)
Instructie  uitleg geven over materiaal en gereedschapsgebruik

Uitvoering van lesfasen
Observatie  kijken of alle kinderen aan de slag kunnen, bezig zijn
Logistiek (afronden)  wat moet waar naar toe? wie ruimt wat op?
Begeleiding  het helpen van kinderen door ze prikkelende vragen te stellen

Document information

Study
Uploaded on
November 6, 2022
Number of pages
13
Written in
2019/2020
Type
Summary
$4.60

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
rhode18willems
4.0
(3)
Sold
20
Followers
10
Items
6
Last sold
7 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions