Methodisch handelen inzichtelijk
4. Probleemstelling
De derde stap in de regulatieve cyclus
4.1 Inleiding
In deze fase, de probleemstellingfase, is het de bedoeling om erachter te komen
wat nu precies het probleem is.
Je analyse en onderzoeksperiode is niet afgesloten, deze gaat gewoon door.
Bij het formuleren van een probleemstelling zet je het probleem in een kader. Een
goed hulpmiddel om tot deze kaders te komen is bijvoorbeeld het gebruik van de
w-woorden: wie, wat waar, wanneer …..
Een probleemstelling kan worden geformuleerd door de cliënt zelf of door de
hulpverlener.
4.2 Huidige situatie, gewenste situatie
Je hebt vanuit de onderzoek- en analysefase veel informatie gekregen. Je hebt
kennis genomen van situaties die de cliënt als problematisch ervaart. Als je niet
weet waar je moet beginnen, kun je het model ‘huidige situatie – gewenste
situatie’ gebruiken.
Huidige situatie
De huidige situatie is de situatie op dit moment. Deze moet duidelijk zijn voor je
verder kan.
De volgende stap is dat je komt tot een beschrijving van de gewenste situatie. De
ideale methode os dat je jouw cliënt deze gewenste situatie laat schetsen. Maar
er zijn ook situaties waarbij de cliënt helemaal niet in staat is om deze situatie te
bedenken. Dan is het geheel aan de hulpverlener deze naar eer en geweten te
formuleren.
Voorbeelden om te komen tot het beschrijven van de gewenste situatie:
De wondervraag
De schaalvraag
De wondervraag
Met de wondervraag stel je je cliënt voor zich voor te stellen dat er een wonder
gebeurt. Je kan vele variaties van de wondervraag bedenken. Een voorbeeld is
‘Stel je voor je mag een wens doen om de situatie te veranderen, wat zou er dan
met ingang van nu (of morgen) anders zijn?’.
De wondervraag is in zijn eenvoud een zeer effectieve interventie.
Door de wondervraag wordt je cliënt heel makkelijk van de huidige naar de
gewenste situatie gebracht.
, Methodisch handelen inzichtelijk
De schaalvraag
Een andere interventie die de cliënt uitnodigde om de ruimte te nemen om te
associëren, te bedenken hoe het zou kunnen/moeten zijn is de schaalvraag.
1. Welk cijfer wordt er aan de huidige situatie gegeven?
2. ‘Hoe moet uw situatie eruit zien om een 10 te kunnen scoren?’
Tussen de huidige situatie en de gewenste situatie zit de probleemstelling.
Huidige situatie → probleemstellingsruimte → gewenste situatie
Deze probleemstellingsruimte kun je samen met je cliënt bespreken door middel
van vragen, of zelf invullen. Je kunt hardop denkend samen met je cliënt van alles
bedenken wat belangrijk is om de gewenste situatie te behalen/benaderen.
Vervolgens is het mogelijk om hieruit een prioriteitenlijstje te maken.
Op deze manier ben je als professional dicht bij de formulering van een
probleemstelling.
Soms kies je als professional een andere volgorde op het prioriteitenlijstje. Het is
dan zaak dat je voldoende kunt onderbouwen waarom je een andere prioriteit
kiest, zodat de cliënt kan instemmen met jouw keuze.
Als je een probleemstelling hebt geformuleerd kan je ook nog een aantal
subprobleemstellingen formuleren.
Het helpt als je bij het formuleren van de probleemstelling probeert SMART toe te
passen.
4.3 Verleden versus heden
Een andere manier om samen met je cliënt tot een probleemstelling te komen is
de insteek gebruiken van ‘verleden versus heden’. Je neemt de cliënt in
gedachten mee naar vroegere tijden, naar een periode waarin hij nog gelukkig
was en waarin er nog geen sprake was van alle zorg en problemen waarvan hij nu
zo’n hinder heeft.
Het is soms veel makkelijker te beschrijven wat geweest is, dan je te moeten
bezighouden met het heden laat staan met de toekomst.
Echter door te beginnen in het verleden lukt het vaak om de cliënt mee te nemen
in een manier van denken die langzaam inzicht geeft in wat er moet gebeuren
om weer te kunnen functioneren.
4.4 Valkuilen bij het formuleren van problemen
Je bent te snel
4. Probleemstelling
De derde stap in de regulatieve cyclus
4.1 Inleiding
In deze fase, de probleemstellingfase, is het de bedoeling om erachter te komen
wat nu precies het probleem is.
Je analyse en onderzoeksperiode is niet afgesloten, deze gaat gewoon door.
Bij het formuleren van een probleemstelling zet je het probleem in een kader. Een
goed hulpmiddel om tot deze kaders te komen is bijvoorbeeld het gebruik van de
w-woorden: wie, wat waar, wanneer …..
Een probleemstelling kan worden geformuleerd door de cliënt zelf of door de
hulpverlener.
4.2 Huidige situatie, gewenste situatie
Je hebt vanuit de onderzoek- en analysefase veel informatie gekregen. Je hebt
kennis genomen van situaties die de cliënt als problematisch ervaart. Als je niet
weet waar je moet beginnen, kun je het model ‘huidige situatie – gewenste
situatie’ gebruiken.
Huidige situatie
De huidige situatie is de situatie op dit moment. Deze moet duidelijk zijn voor je
verder kan.
De volgende stap is dat je komt tot een beschrijving van de gewenste situatie. De
ideale methode os dat je jouw cliënt deze gewenste situatie laat schetsen. Maar
er zijn ook situaties waarbij de cliënt helemaal niet in staat is om deze situatie te
bedenken. Dan is het geheel aan de hulpverlener deze naar eer en geweten te
formuleren.
Voorbeelden om te komen tot het beschrijven van de gewenste situatie:
De wondervraag
De schaalvraag
De wondervraag
Met de wondervraag stel je je cliënt voor zich voor te stellen dat er een wonder
gebeurt. Je kan vele variaties van de wondervraag bedenken. Een voorbeeld is
‘Stel je voor je mag een wens doen om de situatie te veranderen, wat zou er dan
met ingang van nu (of morgen) anders zijn?’.
De wondervraag is in zijn eenvoud een zeer effectieve interventie.
Door de wondervraag wordt je cliënt heel makkelijk van de huidige naar de
gewenste situatie gebracht.
, Methodisch handelen inzichtelijk
De schaalvraag
Een andere interventie die de cliënt uitnodigde om de ruimte te nemen om te
associëren, te bedenken hoe het zou kunnen/moeten zijn is de schaalvraag.
1. Welk cijfer wordt er aan de huidige situatie gegeven?
2. ‘Hoe moet uw situatie eruit zien om een 10 te kunnen scoren?’
Tussen de huidige situatie en de gewenste situatie zit de probleemstelling.
Huidige situatie → probleemstellingsruimte → gewenste situatie
Deze probleemstellingsruimte kun je samen met je cliënt bespreken door middel
van vragen, of zelf invullen. Je kunt hardop denkend samen met je cliënt van alles
bedenken wat belangrijk is om de gewenste situatie te behalen/benaderen.
Vervolgens is het mogelijk om hieruit een prioriteitenlijstje te maken.
Op deze manier ben je als professional dicht bij de formulering van een
probleemstelling.
Soms kies je als professional een andere volgorde op het prioriteitenlijstje. Het is
dan zaak dat je voldoende kunt onderbouwen waarom je een andere prioriteit
kiest, zodat de cliënt kan instemmen met jouw keuze.
Als je een probleemstelling hebt geformuleerd kan je ook nog een aantal
subprobleemstellingen formuleren.
Het helpt als je bij het formuleren van de probleemstelling probeert SMART toe te
passen.
4.3 Verleden versus heden
Een andere manier om samen met je cliënt tot een probleemstelling te komen is
de insteek gebruiken van ‘verleden versus heden’. Je neemt de cliënt in
gedachten mee naar vroegere tijden, naar een periode waarin hij nog gelukkig
was en waarin er nog geen sprake was van alle zorg en problemen waarvan hij nu
zo’n hinder heeft.
Het is soms veel makkelijker te beschrijven wat geweest is, dan je te moeten
bezighouden met het heden laat staan met de toekomst.
Echter door te beginnen in het verleden lukt het vaak om de cliënt mee te nemen
in een manier van denken die langzaam inzicht geeft in wat er moet gebeuren
om weer te kunnen functioneren.
4.4 Valkuilen bij het formuleren van problemen
Je bent te snel