Methodiek en vaardigheden luik gynaecologie: HT3 Pre- operatief
beleid:
Pré- operatief beleid:
- Voor iedere operatie dient een interventarisatie plaats te vinden met betrekking
tot:
Algemeen risico inschatten van de operatie voor de patiënt
Specifieke problemen/ risico’s van de voorgenomen ingreep in relatie tot
de reden van de ingreep
- Anesthesist wordt betrokken bij deze interventarisatie voor eventuele
voorzorgsmaatregelen
- American Society of Anestesiologist ( ASA- classificatie)
- Speciale aandacht aan medicatie die op dat moment genomen wordt:
Allergieën
Intoxicaties
Verloop eerdere operaties/ anesthesie
ASA – classificatie:
1. Asa 1: gewone patiënten
2. Asa 2: mineure aandoening (diabeet, astma, verhoogde bloeddruk)
3. Asa 3: aandoening met systemische effecten, mindere controle (slechte hartfunctie)
4. Asa 4: als er potentieel levensgevaar is (lage bloeddruk, verkeersongeval)
5. Asa 5: hele kleine overlevingskans
Inschatting van het operatierisico:
- Benadering:
Vaginaal
Abdominaal
Minimaal invasief
- Betrokkenheid orgaansysteem:
Blaas/ rectum bij vaginale chirurgie
, Intra- abdominale organen bij laparotomie
Bovenbuikorganen bij oncologie
Bloedvaten bij tumoren
- Uitgebreidheid/ duur van de operatie:
Risico op onderkoeling
Vochtverlies door verdamping tijdens de operatie
Volume-shift bij ascitesdrainage
- Te verwachten bloedverlies:
Vb. bij placenta praevia/ increta
- Eerdere ingrepen:
Adhesie
Verstoorde anatomie
Directe pre- en postoperatieve zorg:
- Informed consent:
Na adequate uitleg over de ingreep en de risico’s
- Anamnese:
Bevraging van voorgeschiedenis met specifiek info over eerdere
operatie/anesthesie
- Pre- operatieve vragenlijst:
Aandacht voor allergie, lengte en gewicht voor bepaling dosis anesthesie
- Vitale parameters
- Medicatie:
Aanpassen aan de situatie
- Nuchter:
Voor de operatie gedurende min 5 uur
Voorkeur na middernacht nuchter blijven tot de operatie
- Voorbereiden operatiegebied:
beleid:
Pré- operatief beleid:
- Voor iedere operatie dient een interventarisatie plaats te vinden met betrekking
tot:
Algemeen risico inschatten van de operatie voor de patiënt
Specifieke problemen/ risico’s van de voorgenomen ingreep in relatie tot
de reden van de ingreep
- Anesthesist wordt betrokken bij deze interventarisatie voor eventuele
voorzorgsmaatregelen
- American Society of Anestesiologist ( ASA- classificatie)
- Speciale aandacht aan medicatie die op dat moment genomen wordt:
Allergieën
Intoxicaties
Verloop eerdere operaties/ anesthesie
ASA – classificatie:
1. Asa 1: gewone patiënten
2. Asa 2: mineure aandoening (diabeet, astma, verhoogde bloeddruk)
3. Asa 3: aandoening met systemische effecten, mindere controle (slechte hartfunctie)
4. Asa 4: als er potentieel levensgevaar is (lage bloeddruk, verkeersongeval)
5. Asa 5: hele kleine overlevingskans
Inschatting van het operatierisico:
- Benadering:
Vaginaal
Abdominaal
Minimaal invasief
- Betrokkenheid orgaansysteem:
Blaas/ rectum bij vaginale chirurgie
, Intra- abdominale organen bij laparotomie
Bovenbuikorganen bij oncologie
Bloedvaten bij tumoren
- Uitgebreidheid/ duur van de operatie:
Risico op onderkoeling
Vochtverlies door verdamping tijdens de operatie
Volume-shift bij ascitesdrainage
- Te verwachten bloedverlies:
Vb. bij placenta praevia/ increta
- Eerdere ingrepen:
Adhesie
Verstoorde anatomie
Directe pre- en postoperatieve zorg:
- Informed consent:
Na adequate uitleg over de ingreep en de risico’s
- Anamnese:
Bevraging van voorgeschiedenis met specifiek info over eerdere
operatie/anesthesie
- Pre- operatieve vragenlijst:
Aandacht voor allergie, lengte en gewicht voor bepaling dosis anesthesie
- Vitale parameters
- Medicatie:
Aanpassen aan de situatie
- Nuchter:
Voor de operatie gedurende min 5 uur
Voorkeur na middernacht nuchter blijven tot de operatie
- Voorbereiden operatiegebied: