Locoregionale anesthesie
Goede analgesie vermindering van de opioïd consumptie minder misselijkheid en braken
Dit lijdt tot een grotere patiënten tevredenheid
Ook kunnen er levensbedreigende complicaties optreden (die zijn heel zeldzaam)
Lokale anesthesietechnieken
Oppervlakte of topicale anesthesie
= een oplossing van een lokaal anestethicum op het slijmvlies gebracht
De dosering moet nauwkeurig worden berekend anders kan er toxiciteit veroorzaakt
worden.
Dit wordt gebruikt bij oppervlakkige ingrepen: venapunctie, na een besnijdenis
Vb: emla- crème pijnstillend effect van 1-2uur en moet bedekt worden met een pleister
Heeft een vasoconstrictieve eigenschap, waardoor bloedvaten minder zichtbaar zijn.
Vb: LET gel / TAC gel wordt gebruikt bij spoedgevallen, mag op open wonden aangebracht
worden.
Werkt binnen de 20min en werkt ongeveer 2uur en moet ook afgedekt worden met een
pleister.
Aanbrengen van de gel is een B2-handeling
Deze gel mag niet aangebracht worden op:
Extremiteiten
Membraan mucosa, tong, genitaliën
Brandwonden
Waar leefbaarheid van het weefsel in vraag gesteld wordt
Infiltratieanesthesie
, = na subcutane transdermale injectie, worden zenuwbanen van de huid en subcutis diffuus
geblokkeerd.
Werken met laag geconcentreerde oplossing van lokaal anestheticum
Werking treedt bijna onmiddellijk op na toediening, duur van anesthesie is verschillend.
Vb: Adrenaline vasoconstrictie activeert + systemische absorptie vermindert
3 effecten van adrenaline:
Verlenging van werkingsduur
Verminderde kans op systemische toxiciteit
Beperking van bloedverlies tijdens procedures
Perifere zenuwblokkades =
lokale anesthesie wordt in het perifere verloop van de zenuwen gespoten, nooit in zenuw zelf!
Soms gebeurt dit in combinatie met algemene anesthesie
Aantal technieken om de zenuwen te lokaliseren:
Elektronisch stimuleren: is een soort van ‘blinde’ techniek gebaseerd op anatomische
referentiepunten.
kan als pijnlijk worden beschouwd
grote hoeveelheid lokaal anestheticum nodig
accidentele intravasculaire injectie kan niet voorkomen worden
Echografie: zenuwstructuren in beeld brengen.
Naald kan in nabijheid van zenuw gebracht worden, en lokaal anestheticum kan
toegediend worden.
Kleine hoeveelheid lokaal anestheticum nodig
Minder complicaties
Minder pijnlijk en gericht prikken
Goede analgesie vermindering van de opioïd consumptie minder misselijkheid en braken
Dit lijdt tot een grotere patiënten tevredenheid
Ook kunnen er levensbedreigende complicaties optreden (die zijn heel zeldzaam)
Lokale anesthesietechnieken
Oppervlakte of topicale anesthesie
= een oplossing van een lokaal anestethicum op het slijmvlies gebracht
De dosering moet nauwkeurig worden berekend anders kan er toxiciteit veroorzaakt
worden.
Dit wordt gebruikt bij oppervlakkige ingrepen: venapunctie, na een besnijdenis
Vb: emla- crème pijnstillend effect van 1-2uur en moet bedekt worden met een pleister
Heeft een vasoconstrictieve eigenschap, waardoor bloedvaten minder zichtbaar zijn.
Vb: LET gel / TAC gel wordt gebruikt bij spoedgevallen, mag op open wonden aangebracht
worden.
Werkt binnen de 20min en werkt ongeveer 2uur en moet ook afgedekt worden met een
pleister.
Aanbrengen van de gel is een B2-handeling
Deze gel mag niet aangebracht worden op:
Extremiteiten
Membraan mucosa, tong, genitaliën
Brandwonden
Waar leefbaarheid van het weefsel in vraag gesteld wordt
Infiltratieanesthesie
, = na subcutane transdermale injectie, worden zenuwbanen van de huid en subcutis diffuus
geblokkeerd.
Werken met laag geconcentreerde oplossing van lokaal anestheticum
Werking treedt bijna onmiddellijk op na toediening, duur van anesthesie is verschillend.
Vb: Adrenaline vasoconstrictie activeert + systemische absorptie vermindert
3 effecten van adrenaline:
Verlenging van werkingsduur
Verminderde kans op systemische toxiciteit
Beperking van bloedverlies tijdens procedures
Perifere zenuwblokkades =
lokale anesthesie wordt in het perifere verloop van de zenuwen gespoten, nooit in zenuw zelf!
Soms gebeurt dit in combinatie met algemene anesthesie
Aantal technieken om de zenuwen te lokaliseren:
Elektronisch stimuleren: is een soort van ‘blinde’ techniek gebaseerd op anatomische
referentiepunten.
kan als pijnlijk worden beschouwd
grote hoeveelheid lokaal anestheticum nodig
accidentele intravasculaire injectie kan niet voorkomen worden
Echografie: zenuwstructuren in beeld brengen.
Naald kan in nabijheid van zenuw gebracht worden, en lokaal anestheticum kan
toegediend worden.
Kleine hoeveelheid lokaal anestheticum nodig
Minder complicaties
Minder pijnlijk en gericht prikken