Samenvatting Ak H4
4.1
In de middeleeuwen had de gemiddelde stad niet meer dan vijfduizend inwoners. De
belangrijkste functie van de middeleeuwse stad was de handel op de markt. Een plaats
die stadrechten kreeg, mocht een verdedigingsmuur bouwen. De stadsmuur is een
duidelijk herkenmiddel van de middeleeuwse stad. Elke plaats waar mensen in een
groep huizen bij elkaar wonen, is een nederzetting. Verschillen tussen dorp en stad:
Een stad heeft meer inwoners en een hogere bevolkingsdichtheid
Een stad heeft meer hoogbouw
Een stad heeft meer infrastructuur (wegen, havens ect.)
Een stad heeft meer werkgelegenheid en meer soorten werk
Een stad heeft meer voorzieningen
Rond 1760 ontstond in Engeland een nieuwe economische sector: de industrie. Die
periode wordt de industriële revolutie genoemd. Het aandeel van de bevolking dat in
steden woonde, nam toe: er was sprake van urbanisatie(verstedelijking). Het zorgde
voor problemen, met als gevolg krottenwijken en een tekort aan sanitaire
voorzieningen.
4.2
Vanaf 1960 groeide de Nederlandse economie snel; steeds meer mensen konden een
auto kopen, waardoor het niet meer nodig was om vlakbij het werk te wonen. Veel
mensen vonden de stad vies en wilde meer ruimte en groen om zich heen. Ze
verhuisden naar dorpen. Dat heet suburbanisatie. Vooral rijke mensen verlieten de stad.
Daardoor bleven oudere, laagopgeleiden en werklozen achter. Verpaupering van
sommige wijken was het gevolg: gebrek aan onderhoud, lege huizen, criminaliteit en
drugsoverlast kwamen steeds meer voor. Ook veel bedrijven verlieten de binnenstad.
Maar de studenten, jonge werkende mensen en kunstenaars bleven in stad vanwege
stedelijke voorzieningen. Zij begonnen op een aantal plekken huizen op te knappen. De
opgeknapte wijken trokken weer mensen aan. Dit proces noemen we gentrification. De
regering heeft 3 maatregelen genomen om de suburbanisatie in goede banen te leiden:
- De regering wees vanaf 1962 groeikernen aan: bestaande of nieuwe plaatsen
vlakbij de grote steden, waar veel nieuwe woningen gebouwd moesten worden.
- De overheid probeerde vanaf de jaren tachtig mensen naar de stad te lokken.
- Vanaf 1995 werden aan de rand van de grote steden nieuwbouwwijken gebouwd
om gezinnen in de stad te houden. Het regeringsplan om deze wijken te bouwen,
heet de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra. Vandaar dat deze wijken ook wel
Vinex-wijken heten.
4.3
4.1
In de middeleeuwen had de gemiddelde stad niet meer dan vijfduizend inwoners. De
belangrijkste functie van de middeleeuwse stad was de handel op de markt. Een plaats
die stadrechten kreeg, mocht een verdedigingsmuur bouwen. De stadsmuur is een
duidelijk herkenmiddel van de middeleeuwse stad. Elke plaats waar mensen in een
groep huizen bij elkaar wonen, is een nederzetting. Verschillen tussen dorp en stad:
Een stad heeft meer inwoners en een hogere bevolkingsdichtheid
Een stad heeft meer hoogbouw
Een stad heeft meer infrastructuur (wegen, havens ect.)
Een stad heeft meer werkgelegenheid en meer soorten werk
Een stad heeft meer voorzieningen
Rond 1760 ontstond in Engeland een nieuwe economische sector: de industrie. Die
periode wordt de industriële revolutie genoemd. Het aandeel van de bevolking dat in
steden woonde, nam toe: er was sprake van urbanisatie(verstedelijking). Het zorgde
voor problemen, met als gevolg krottenwijken en een tekort aan sanitaire
voorzieningen.
4.2
Vanaf 1960 groeide de Nederlandse economie snel; steeds meer mensen konden een
auto kopen, waardoor het niet meer nodig was om vlakbij het werk te wonen. Veel
mensen vonden de stad vies en wilde meer ruimte en groen om zich heen. Ze
verhuisden naar dorpen. Dat heet suburbanisatie. Vooral rijke mensen verlieten de stad.
Daardoor bleven oudere, laagopgeleiden en werklozen achter. Verpaupering van
sommige wijken was het gevolg: gebrek aan onderhoud, lege huizen, criminaliteit en
drugsoverlast kwamen steeds meer voor. Ook veel bedrijven verlieten de binnenstad.
Maar de studenten, jonge werkende mensen en kunstenaars bleven in stad vanwege
stedelijke voorzieningen. Zij begonnen op een aantal plekken huizen op te knappen. De
opgeknapte wijken trokken weer mensen aan. Dit proces noemen we gentrification. De
regering heeft 3 maatregelen genomen om de suburbanisatie in goede banen te leiden:
- De regering wees vanaf 1962 groeikernen aan: bestaande of nieuwe plaatsen
vlakbij de grote steden, waar veel nieuwe woningen gebouwd moesten worden.
- De overheid probeerde vanaf de jaren tachtig mensen naar de stad te lokken.
- Vanaf 1995 werden aan de rand van de grote steden nieuwbouwwijken gebouwd
om gezinnen in de stad te houden. Het regeringsplan om deze wijken te bouwen,
heet de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra. Vandaar dat deze wijken ook wel
Vinex-wijken heten.
4.3