• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 35 pages
Summary

Samenvatting Opgeloste examenvragen fysiopathologie & ziekteleer

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 35 pages

In dit document heb ik de examenvragen opgelost waarbij ik mij heb gebaseerd op de slides en mijn eigen aantekeningen. Deze leerstof is ruim voldoende om te slagen. Ik zelf heb dit vak behaald met een 14/20 .

Content preview

Fysiopathologie en ziekteleer: examenvragen (kort en krachtig)
Atherosclerose
1. Beschrijf het verloop van atherosclerose
- Atherosclerose = aderverkalking die enkel het arterieel bed treft en niet het veneus bed
 In bifurcaties (= vertakkingen)  turbulentie
- Ontwikkeling
Silentieus, stabiele fase
1. Normaal gezond bloedvat
2. Ophoping van cholesterol in de tunica media
 Opgenomen door macrofagen  schuimcellen  atheros
 Excentrische verdikking van de intima (= neointima)
3. Ontstaan van atheroomplaque
 Opbouw: atheros + fibreuze kap (gladde spiercellen, endotheellaag en fibroblasten)
4. Groei atheroomplaque
 Silentieus: positieve remoddeling (uitzetting van de arterie)
 Positieve remoddeling = adaptiemechnaisme van de arterie om ervoor te zorgen dat
het lumen zo lang mogelijk, zo groot blijft
Angina, vulnerabele fasevan ontstekingscellen (monocyten, lymfocyten en macrofagen)
5. Infiltratie
 Schouderzone
 Lytisch enzymen  afbraak fibreuze kap
 Vulnerabele plaque
6. Scheur in plaque
 Atheros in contact met bloed  stolling
 Vernauwing lumen
 Symptomen treden op
7. Opruiming stolsel door macrofagen  litteken

2. Hoe gaat een atheroomplaque van een stabiele fase naar een vulnerabele
fase, en wat zijn hiervan de mogelijke klinische gevolgen?
- Stabiele plaque
 Schuimcellen (atheros) in intima
 Fibreuze kap (gladde spiercellen, endotheellaag en fibroblasten
- Silentieus: positieve remoddeling

 Infiltratie van ontstekingscellen (macrofagen, lymfocyten en monocyten)
 Lytische enzymen
 Afbraak fibreuze kap

- Vulnerabele plaque
 Kap meer geneigd om te scheuren
 Lumen door stolsel volledig of gedeeltelijk afgesloten
 Volledig = infarct

3. Beschrijf endotheliale controle van de vaattonus. Welke rol speelt het
endotheel in de pathogenese van atherosclerose
Start atherosclerose = ziek endotheel

① Dysfunctie door M-receptor

- Normaal endotheel
 Functie: barrière vaatwand-lumen, tonus (VC/VD), diffusie stoffen
 Acetylcholine (Ach) bindt aan muscarine receptor
 L-arginine gevormd


1

,  Vrijstelling NO
 NO zorgt voor vasodilatatie
- Ziek endotheel
 Muscarine receptor op endotheel defect
 Ach bindt aan muscarine receptor op gladde spiercellen
 Vasoconstrictie

② Dysfunctie door endotheelactivatie

- Normaal endotheel
 Endotheel brengt adhesiemoleculen tot expressie
 Chemokinen trekken inflammatoire cellen aan
 Worden vertraagd
 Naar subendotheliale ruimte (= ruimte tussen het endotheel en de lamina elastica
interna)
- Ziek endotheel
 Constante instroom van ontstekingscellen (macrofagen en monocyten)
 Monocyten omgevormd tot macrofagen
 Macrofagen nemen LDL-partikels op (= schuimcellen)  atheros
 T-lymfocyten zal zorgen voor omzetting monocyten naar macrofagen (oiv cytokines)
 Migratiestroom gladde spiercellen  stevige fibreuze kap

4. Welke fysiopathologische rol spelen monocyten, macrofagen, T-lymf, DC en
stamcellen in het proces van atherosclerose
- Monocyten worden vertraagd door de adhesiemoleculen
 Naar subendotheliale ruimte
 Oiv cytokines: monocyten  macrofagen
 Macrofagen nemen LDL-partikels op (= schuimcellen)
 Scheuren: atheros
- T-lymfocyten: vrijzetting van cytokines
 Invloed op monocyten
 Invloed op gladde spiercellen
 Migratiestroom gladde spiercellen en fibroblasten
 Stevigere fibreuze kapsel
- Dendritische cellen
 Antigeen presenterende cellen (APC)
 Nicotine en LDL: T-cel-activatie in de vaatwand (zie proces hierboven)
- Stamcellen: aanmaak nieuw endotheel (herstelfunctie)

5. Welke fysiopathologische rol spelen bloedplaatjes en de homeostasecascade
in het proces van atherosclerose? Kader hierbij ook de belangrijkste anti-
thrombotische behandelingen zoals gebruikt bij atherosclerose
- Bloedplaatjes (thrombocyten) = substraat van een arterieel stolsel
 Niet veneus!
- Proces bloedstolling
1. Atheros komt vrij  bloedplaatjes hechten aan atheros (monolaag)
2. Glycoproteïne 2b/3a receptor = receptor in celwand bloedplaatje
 Aanhechting van Von Willenbrand factor (VWF) + fibrinogeen
3. Cross-linking bloedplaatjes
 VWF of fibrinogeen fungeert als anker
 Bloedplaatjes aan elkaar
 Thrombus gevormd
4. Granules vrijgesteld door bloedplaatjes
 Aantrekking bloedplaatjes + verdere cross-linking

2

,  Snelle vorming thrombus
- Anti-thrombotische behandeling
 Anti-aggregerende producten: asparagine
 Inhibitor oor COX-enzym
 Inwerken op de glycoproteïne 2b/3a receptor
 Antagonisten zodat monolaag niet gevormd kan worden

6. Beschrijf de belangrijkste risicofactoren voor atherosclerose bij de mens en
kader hun fysiopatlogisch aangrijpingspunt
1. Dyslipidemie
 = verstoorde verhouding van vetstoffen in het bloed (verhoogde concentratie)
 HDL = goede cholesterol, LDL = slechte cholesterol
2. Roken
 Nicotine zorgt voor endotheelactivatie en activatie van DC
3. Arteriële hypertensie
 = hoge bloeddruk
 Zorgt voor endotheliale beschadiging
4. Weinig lichaamsbeweging
a. Weinig progenitorcellen
b. Minder herstel van endotheel
5. Overgewicht
a. Veel vet: antigeen voor DC
b. Gekoppeld aan dyslipidemie, geen lichaamsbeweging
6. Persoonlijkheid
a. Omgaan met stress
b. Type A: extravert
c. Type D: introvert, kroppen problemen op (RISICO!)
7. Geslacht
a. Voor menopauze: mannen > vrouwen
- Oestrogeen bij vrouwen functioneert anti-thrombotisch
b. Na menopauze: mannen < vrouwen

Ischemisch hartlijden
1. Beschrijf fysiopathologie, kliniek en prognose van stabiele angina pectoris
- = angineuze pijn
- Oorzaak:
 Onevenwicht tussen hoeveelheid O2 het hart nodig heeft en de hoeveelheid O2 het verbruikt
- Fysiopathologie:
 Lumen verkleind door atheroomplaque
 Gelijk flow in arteriolen door het ontspannen van de vaten (weerstand )
 = reserve flow
- Klinisch:
 Voor klinische klachten:
 70-80% reductie lumen: klachten bij rust
 50-60% reductie lumen: klachten bij inspanning
 Tekort aan zuurstof in het hartweefsel door verminderde flow zal zorgen voor de angineuze
pijn (in rust/bij inspanning)
 Stabiele angina pectoris
 Vernauwing bevat ene stabiele fibreuze kap
 Pijn blijft maandenlang hetzelfde
 Goede prognose
 Eigen compensatie (reserve flow) is voldoende


3

, - Symptomen:
1. Pijn in thorax (retrosternaal)
 Ga weg na inspanning, kort (max 30min)
 Drukkende pijn
 Uitgelokt door inspanning, overgang warm-koud en hevige emoties tijdens slaap
2. Kortademigheid
 Vermindering van de bloedflow  bloed stagneert in de longcirculatie
3. Angst (bleek, zweterig)
4. Hartkloppingen
 Indien deel van het hart ischemisch wordt
- Prognose
 Voor stabiele angina pectoris is de prognose goed
 Mortaliteit stijgt lineair met het aantal aangetaste vaten
 Bij 3 aangetaste vaten: 10%

2. Beschrijf de fysiopathologie, kliniek en prognose van onstabiele angina
pectoris
- Oorzaak:
 Onevenwicht tussen hoeveelheid O2 het hart nodig heeft en de hoeveelheid O2 het verbruikt
- Ontstaan:
 Spontane ruptuur van de atheroomplaque
 Thrombus ontstaat
- Klachten en symptomen zijn erger dan bij stabiele angina pectoris
 Plotse angina pectoris die sterk toeneemt in korte tijd
 Pijn duurt langer (>30min)
 Pijn verdwijnt met strikte rust
 Orgaanperfusie 
- Grotere kans op acuut myocardinfarct (als thrombus loskomt) en mortaliteit

3. Beschrijf de fysiopathologie, kliniek en prognose van acuut myocardinfarct
- Oorzaak:
 90%: acute afsluiting van een coronaire arterie dankzij thrombusvorming bij gescheurde
atheroomplaque
 Leidt tot onderbreking van de perfusie  necrose
 Geen herstel, littekenvorming en verminderde contractiliteit
- Symptomen
 Angineuze pijn
 Intens en langdurig (> 30min)
 Retrosternaal
 Uitstralend naar de dermatomen
 Blijft tot wanneer necrose weg is
 Kortademigheid (dyspnoe)
 Verminderde contractiliteit: EDV  en EDP  (Starling mechanisme)
 Druk in pulmonale vene stijgt
 Leidt tot oedeem (vocht wordt uit longvat geduwd in weefsel)
 Leidt tot kortademigheid
- Soms asymptomatisch (25%)
 Pijn in onderbuik
 Verward met asymptomatisch bij diabetespatiënten met neuropathie
- Invloed OS en PS
 Misselijkheid, braken, hypotensie
- Diagnose
 Vastgesteld met ECG (elektrocardiogram): karakteristieke ECG-golf


4

Document information

Study
Uploaded on
October 6, 2022
Number of pages
35
Written in
2020/2021
Type
Summary
$5.27

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
44
Followers
35
Items
6
Last sold
11 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions