Levensloop psychologie
College 1
Wat is Levensloop psychologie:
De wetenschappelijke studie naar de patronen van groei, verandering, en
stabiliteit die zich voordoen bij toenemende leeftijd.
Verschillende specialisten bestuderen verschillende aspecten.
Menselijke ontwikkeling
Thematische gebieden
binnen de ontwikkelingspsychologie
- Fysieke ontwikkeling
- Cognitieve ontwikkeling
- Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling
Leeftijdsgroepen:
- Prenatale periode
- Baby- en peutertijd (0-3 jaar)
- Kleutertijd (3-6 jaar)
- Basisschooltijd (6-12 jaar)
- Adolescentie (12-20 jaar)
- Alle globale themagebieden binnen de ontwikkelingspsychologie spelen
een rol in alle leeftijdsgroepen.
Cohort: Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plaats is geboren.
Normatieve gebeurtenissen: Gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen
binnen een groep op dezelfde manier voltrekken
Ook niet-normatieve gebeurtenissen zijn van invloed op de ontwikkeling.
In historisch perspectief
• Kindertijd bestond niet. Pas in de middeleeuwen kregen kinderen een
eigen status.
• Babybiografieën (eind 18e eeuw)
• Darwin (evolutietheorie)
• Sociale veranderingen
• Grootschalige, langdurige onderzoeken (1e helft 20e eeuw)
Actuele vraagstukken en onderwerpen
• Continue verandering en discontinue verandering.
• Kritieke en gevoelige perioden.
• Levensloopmodel vs. Focus op specifieke perioden.
• Nature – Nurture
• Nature: bepaalde eigenschappen, karakter, ontstaan van TOM,
genderidentiteit
• Nurture: Het gezinsleven / opvoedingsstijlen
Theoretische perspectieven en onderzoek
Theorieën:
verklaringen en voorspellingen over interessante verschijnselen, die een
raamwerk bieden om de relaties tussen een geordende reeks feiten of principes
te begrijpen.
, Het psychodynamisch perspectief
• Psychoanalytische theorie van Freud, die er vanuit gaat dat onbewuste
krachten bepalend zijn voor iemands persoonlijkheid en gedrag.
• Psychosociale theorie van Erikson: De nadruk ligt op onze sociale interactie
met anderen.
De psychosociale theorie van Erikson
Erikson ontwikkelde een alternatieve psychodynamische visie met zijn theorie
over psychosociale ontwikkeling. Hierin ligt de nadruk op onze sociale interactie
met anderen . De psychosociale ontwikkeling omvat veranderingen in de manier
waarop we aankijken tegen onze interacties met anderen, tegen het gedrag van
anderen en tegen onszelf als leden van de maatschappij.
Eriksons stadia van ontwikkeling
• Vertrouwen vs wantrouwen
• Autonomie vs schaamte en twijfel
• Initiatief vs schuld
• Vlijt vs minderwaardigheid
• Identiteit vs identiteitsverwarring
• Intimiteit vs isolement (eerste volwassenheid)
• Generativiteit vs stagnatie (volwassenheid)
• Integriteit vs wanhoop (rijpheid)
Het behavioristisch perspectief
• Klassieke conditionering : stimulus-substitutie(Watson) een vorm van
leren waarbij een organisme op een bepaalde manier leert reageren op
een neutrale stimulus die de respons normaal gesproken niet uitlokt. ( Als
een hond altijd eten krijgt terwijl er een belletje rinkelt, koppelt de hond
het belletje aan voedsel, dus denkt het bij een belletje dat het voer krijgt)
• Operante conditionering (Skinner) een vorm van leren waarbij een
vrijwillige respons versterkt of verzwakt wordt, afhankelijk van zijn
associatie met positieve of negatieve consequenties. Zo wordt eerder
gedrag herhaald omdat het beloond word op een positieve manier.
• Sociaal-cognitieve leertheorie (Bandura) benadering van ontwikkeling
waarin de nadruk ligt op leren door het gedrag van een ander persoon –
een model – te observeren.
Het cognitief perspectief
• De cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget
• De informatieverwerkingstheorie
• Cognitieve neurowetenschap
Het contextueel perspectief
• Het biologisch model van Bronfenbrenner
• De sociaal-culturele theorie van Vygotsky
Het evolutionair perspectief
• Ethologie (invloed van biologische kenmerken op gedrag)
• Gedragsgenetica (bestudeert de effecten van erfelijkheid op gedrag)
• Darwin, Konrad Lorenz
Wat maakt ons wie we zijn?
• Genen, DNA , Je leven als foetus (in de baarmoeder)
College 1
Wat is Levensloop psychologie:
De wetenschappelijke studie naar de patronen van groei, verandering, en
stabiliteit die zich voordoen bij toenemende leeftijd.
Verschillende specialisten bestuderen verschillende aspecten.
Menselijke ontwikkeling
Thematische gebieden
binnen de ontwikkelingspsychologie
- Fysieke ontwikkeling
- Cognitieve ontwikkeling
- Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling
Leeftijdsgroepen:
- Prenatale periode
- Baby- en peutertijd (0-3 jaar)
- Kleutertijd (3-6 jaar)
- Basisschooltijd (6-12 jaar)
- Adolescentie (12-20 jaar)
- Alle globale themagebieden binnen de ontwikkelingspsychologie spelen
een rol in alle leeftijdsgroepen.
Cohort: Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plaats is geboren.
Normatieve gebeurtenissen: Gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen
binnen een groep op dezelfde manier voltrekken
Ook niet-normatieve gebeurtenissen zijn van invloed op de ontwikkeling.
In historisch perspectief
• Kindertijd bestond niet. Pas in de middeleeuwen kregen kinderen een
eigen status.
• Babybiografieën (eind 18e eeuw)
• Darwin (evolutietheorie)
• Sociale veranderingen
• Grootschalige, langdurige onderzoeken (1e helft 20e eeuw)
Actuele vraagstukken en onderwerpen
• Continue verandering en discontinue verandering.
• Kritieke en gevoelige perioden.
• Levensloopmodel vs. Focus op specifieke perioden.
• Nature – Nurture
• Nature: bepaalde eigenschappen, karakter, ontstaan van TOM,
genderidentiteit
• Nurture: Het gezinsleven / opvoedingsstijlen
Theoretische perspectieven en onderzoek
Theorieën:
verklaringen en voorspellingen over interessante verschijnselen, die een
raamwerk bieden om de relaties tussen een geordende reeks feiten of principes
te begrijpen.
, Het psychodynamisch perspectief
• Psychoanalytische theorie van Freud, die er vanuit gaat dat onbewuste
krachten bepalend zijn voor iemands persoonlijkheid en gedrag.
• Psychosociale theorie van Erikson: De nadruk ligt op onze sociale interactie
met anderen.
De psychosociale theorie van Erikson
Erikson ontwikkelde een alternatieve psychodynamische visie met zijn theorie
over psychosociale ontwikkeling. Hierin ligt de nadruk op onze sociale interactie
met anderen . De psychosociale ontwikkeling omvat veranderingen in de manier
waarop we aankijken tegen onze interacties met anderen, tegen het gedrag van
anderen en tegen onszelf als leden van de maatschappij.
Eriksons stadia van ontwikkeling
• Vertrouwen vs wantrouwen
• Autonomie vs schaamte en twijfel
• Initiatief vs schuld
• Vlijt vs minderwaardigheid
• Identiteit vs identiteitsverwarring
• Intimiteit vs isolement (eerste volwassenheid)
• Generativiteit vs stagnatie (volwassenheid)
• Integriteit vs wanhoop (rijpheid)
Het behavioristisch perspectief
• Klassieke conditionering : stimulus-substitutie(Watson) een vorm van
leren waarbij een organisme op een bepaalde manier leert reageren op
een neutrale stimulus die de respons normaal gesproken niet uitlokt. ( Als
een hond altijd eten krijgt terwijl er een belletje rinkelt, koppelt de hond
het belletje aan voedsel, dus denkt het bij een belletje dat het voer krijgt)
• Operante conditionering (Skinner) een vorm van leren waarbij een
vrijwillige respons versterkt of verzwakt wordt, afhankelijk van zijn
associatie met positieve of negatieve consequenties. Zo wordt eerder
gedrag herhaald omdat het beloond word op een positieve manier.
• Sociaal-cognitieve leertheorie (Bandura) benadering van ontwikkeling
waarin de nadruk ligt op leren door het gedrag van een ander persoon –
een model – te observeren.
Het cognitief perspectief
• De cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget
• De informatieverwerkingstheorie
• Cognitieve neurowetenschap
Het contextueel perspectief
• Het biologisch model van Bronfenbrenner
• De sociaal-culturele theorie van Vygotsky
Het evolutionair perspectief
• Ethologie (invloed van biologische kenmerken op gedrag)
• Gedragsgenetica (bestudeert de effecten van erfelijkheid op gedrag)
• Darwin, Konrad Lorenz
Wat maakt ons wie we zijn?
• Genen, DNA , Je leven als foetus (in de baarmoeder)