Burgerlijk procesrecht & Insolventierecht
B2 – 2015/2016
Week 2B: Bewijsrecht
1. Leerdoelen
Aan het einde van deze week kunt u:
1. de volgende begrippen en onderwerpen herkennen, opsommen, toelichten, hanteren en
toepassen aan de hand van concrete voorbeelden en er verbanden tussen leggen:
Toepasselijkheid van het bewijsrecht in de verschillende soorten civiele procedures
Bewijslastverdeling
Bewijsaanbod
(Voorlopige) bewijsmiddelen, in het bijzonder:
o Schriftelijk bewijs
o Getuigenverhoor
o Deskundigenbericht
o Plaatsopneming en bezichtiging
Bewijswaardering
Onrechtmatig verkregen bewijs
De relevante regels van KEI
2. de kern van een uitspraak lezen, aangeven wat de centrale vraag is waarover de rechterlijke
instanties zich hebben gebogen en wat de kernoverwegingen van die instanties zijn geweest bij
het beantwoorden van die vraag en het kunnen duiden van het commentaar in de
jurisprudentiebundel op die uitspraak;
3. een casus bestuderen en analyseren met het oog op het formuleren van de te beantwoorden
rechtsvraag, alsmede met het oog op het vergaren van informatie die kan worden gebruikt bij het
schriftelijk, volledig, gemotiveerd en met behulp van de wet en de jurisprudentie beantwoorden
van die rechtsvraag.
2. Literatuur
Deel 3 Studiereeks burgerlijk procesrecht (H.L.G. Wieten, Bewijs). Alleen de grote
letters.
C.J-A. Seinen, ‘De gevolgtrekking die hij geraden acht. Sancties op schending van de
waarheidsplicht’, TCR 2014. Nr. 3, p. 84-95 (zie Blackboard).
A.I.M. van Mierlo en P.J.J. Vonk, ‘Vereenvoudiging en digitalisering van het
procesrecht’procederen in nieuwe jas na KEI, WPNR 2015(7065) (zie Blackboard).
1
,3. Jurisprudentie
Geheel:
Waarheidsplicht, HR 25 maart 2011, NJ 2012/627 met noot Snijders (bundel nr. 8);
Val uit ziekenhuisbed, HR 13 januari 1995, NJ 1997, 175, met noot Brunner (bundel nr.
18);
Noenmaal, HR 31 maart 1995, NJ 1997, 592, met noot Brunner (bundel nr. 20);
Driessen/Van Gelder, HR 16 oktober 1987, NJ 1988, 850, met noot Alkema (bundel nr.
23);
Frog/Floriade, HR 11 februari 2005, NJ 2005, 442, met noot Asser (bundel nr. 27);
Bewijsbeslag, HR 13 september 2013 (bundel nr. 28);
Ongeval Sint Oedenrode, HR 23 oktober 1992, NJ 1992, 813 (bundel nr. 30);
Omkeringsregel, HR 23 november 2012, NJ 2012, 669 (bundel nr. 31);
De Limburger, HR 1 maart 2013, NJ 2013, 337, met noot Dommering (bundel nr. 36);
HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:942 (Blackboard).
Alleen de opgegeven rechtsoverweging(en):
Schook/Vergeer, HR 18 december 1987, NJ 1988, 679, met noot Heemskerk (bundel nr.
24): r.o. 3.2;
Goodwin, EHRM 27 maart 1996, NJ 1996, 577, met noot Dommering (bundel nr. 33):
r.o. 39-41.
Opdrachten
Opdracht 1: De zaak Bonifatius/Radboud
Hieronder is een vonnis van de kantonrechter te Leeuwarden opgenomen. Beantwoord aan de
hand van dit vonnis de volgende vragen.
1. Op welke grond zijn de feiten die onder r.o. 2.2-2.3 van het vonnis worden genoemd,
komen vast te staan? Noem het wetsartikel uit het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering waarop deze overwegingen zijn gebaseerd.
Art. 149: feiten of rechten die door de ene partij zijn gesteld en niet of niet voldoende door de
wederpartij zijn betwist worden als vaststaand aangenomen.
2a. Waarom moet Bonifatius – en niet Radboud – haar stellingen bewijzen? Noem ook hier
het wetsartikel waarop deze beslissing is gebaseerd.
Hoofdregel art. 150: wie moet stellen moet bewijzen (degene die zich op een rechtsgevolg
beroept, moet stellen). Bonifatius beroept zich op het rechtsgevolg; hij stelt dat er een
2
, wanprestatie heeft plaatsgevonden en eist ontbinding van de huurovereenkomst en
ontruiming. Hij moet dit dus bewijzen en Radboud hoeft geen tegenbewijs te leveren, hij moet
alleen het bewijs van Bonifatius te betwisten of onderuit te halen.
Denk hierbij aan de drie fasen: stellen, betwisten, bewijzen.
2b. Betekent dit nu dat eiser altijd de bewijslast krijgt?
Nee; de gedaagde kan ook een beroep doen op een rechtsgevolg waardoor hij de bewijslast naar
zich toetrekt: bevrijdend verweer wordt dit genoemd. Bovendien is er een tenzij opgenomen in
de hoofdregel van art. 150, waardoor de bewijslast kan worden omgekeerd (op grond van
redelijkheid en billijkheid of op grond van de wet, redelijkheid en billijkheid komt eigenlijk
zelden voor. Er is een voorbeeld gegeven in het hoorcollege met het arrest Notaris Maas).
Onderstreep het woord rechtsgevolg en het woord bewijslast in artikel 150: dit is echt heel
belangrijk. Het kan namelijk ook zo zijn dat de gedaagde ook stelt (bijv. dat hij iets niet heeft
gedaan) maar zich niet beroept op een rechtsgevolg en dus geen bewijslast heeft.
3. Waarom is de verdeling van de bewijslast van groot praktisch belang?
Bewijslast betekent bewijsrisico: als je je stelling niet kan bewijzen verlies je de zaak. Als je het
wél kan bewijzen, betekent dit niet automatisch dat je gewonnen hebt; volgens art. 152 staat er
altijd tegenbewijs open. Tegenbewijs betekent twijfel zaaien, het bewijs van de eiser
ontzenuwen: het betekent niet dat je het tegendeel moet bewijzen of moet bewijzen dat het niet
zo is; dit wordt tegendeelbewijs genoemd.
4. Wat zou moeten worden verstaan onder “de overgelegde en niet betwiste bescheiden” uit
r.o. 2.1? Hoe kunnen die reeds in het geding zijn gebracht, terwijl Bonifatius nog niet tot
bewijs was toegelaten?
In deze casus moet onder ‘de overlegde en niet betwiste bescheiden’ worden verstaan: de
huurovereenkomst en de daarbij behorende bescheiden. Art. 85: dit is een schriftelijk stuk dat bij
conclusie, akte of dagvaarding bijgevoegd kon worden. Je kan ervoor kiezen om dit pas helemaal
aan het einde aan te bieden, maar dan KAN de rechter dit weigeren. In dit geval ging de rechter
er vanuit dat de partij dit alleen maar gedaan had om de tegenpartij een oor te draaien, daarom
heeft hij het stuk geweigerd omdat dit onbillijk is.
5. Welke zin noemt men het probandum?
Het te bewijzen feit; in de wet 166 lid 2 Rv. In de zaak: r.o. 5: Bonifatius moet bewijzen ‘dat
Radboud… heeft afgestaan’.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
AFDELING PRIVAATRECHT
LOCATIE LEEUWARDEN
Zaak/rolnummer 584832/13-5947
Vonnis d.d. 22 januari 2014
De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
Woningbouwvereniging “Bonifatius”,
gevestigd en kantoorhoudende te Dokkum,
eiseres, bij dagvaarding van 12 augustus 2013,
verder te noemen Bonifatius,
3
B2 – 2015/2016
Week 2B: Bewijsrecht
1. Leerdoelen
Aan het einde van deze week kunt u:
1. de volgende begrippen en onderwerpen herkennen, opsommen, toelichten, hanteren en
toepassen aan de hand van concrete voorbeelden en er verbanden tussen leggen:
Toepasselijkheid van het bewijsrecht in de verschillende soorten civiele procedures
Bewijslastverdeling
Bewijsaanbod
(Voorlopige) bewijsmiddelen, in het bijzonder:
o Schriftelijk bewijs
o Getuigenverhoor
o Deskundigenbericht
o Plaatsopneming en bezichtiging
Bewijswaardering
Onrechtmatig verkregen bewijs
De relevante regels van KEI
2. de kern van een uitspraak lezen, aangeven wat de centrale vraag is waarover de rechterlijke
instanties zich hebben gebogen en wat de kernoverwegingen van die instanties zijn geweest bij
het beantwoorden van die vraag en het kunnen duiden van het commentaar in de
jurisprudentiebundel op die uitspraak;
3. een casus bestuderen en analyseren met het oog op het formuleren van de te beantwoorden
rechtsvraag, alsmede met het oog op het vergaren van informatie die kan worden gebruikt bij het
schriftelijk, volledig, gemotiveerd en met behulp van de wet en de jurisprudentie beantwoorden
van die rechtsvraag.
2. Literatuur
Deel 3 Studiereeks burgerlijk procesrecht (H.L.G. Wieten, Bewijs). Alleen de grote
letters.
C.J-A. Seinen, ‘De gevolgtrekking die hij geraden acht. Sancties op schending van de
waarheidsplicht’, TCR 2014. Nr. 3, p. 84-95 (zie Blackboard).
A.I.M. van Mierlo en P.J.J. Vonk, ‘Vereenvoudiging en digitalisering van het
procesrecht’procederen in nieuwe jas na KEI, WPNR 2015(7065) (zie Blackboard).
1
,3. Jurisprudentie
Geheel:
Waarheidsplicht, HR 25 maart 2011, NJ 2012/627 met noot Snijders (bundel nr. 8);
Val uit ziekenhuisbed, HR 13 januari 1995, NJ 1997, 175, met noot Brunner (bundel nr.
18);
Noenmaal, HR 31 maart 1995, NJ 1997, 592, met noot Brunner (bundel nr. 20);
Driessen/Van Gelder, HR 16 oktober 1987, NJ 1988, 850, met noot Alkema (bundel nr.
23);
Frog/Floriade, HR 11 februari 2005, NJ 2005, 442, met noot Asser (bundel nr. 27);
Bewijsbeslag, HR 13 september 2013 (bundel nr. 28);
Ongeval Sint Oedenrode, HR 23 oktober 1992, NJ 1992, 813 (bundel nr. 30);
Omkeringsregel, HR 23 november 2012, NJ 2012, 669 (bundel nr. 31);
De Limburger, HR 1 maart 2013, NJ 2013, 337, met noot Dommering (bundel nr. 36);
HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:942 (Blackboard).
Alleen de opgegeven rechtsoverweging(en):
Schook/Vergeer, HR 18 december 1987, NJ 1988, 679, met noot Heemskerk (bundel nr.
24): r.o. 3.2;
Goodwin, EHRM 27 maart 1996, NJ 1996, 577, met noot Dommering (bundel nr. 33):
r.o. 39-41.
Opdrachten
Opdracht 1: De zaak Bonifatius/Radboud
Hieronder is een vonnis van de kantonrechter te Leeuwarden opgenomen. Beantwoord aan de
hand van dit vonnis de volgende vragen.
1. Op welke grond zijn de feiten die onder r.o. 2.2-2.3 van het vonnis worden genoemd,
komen vast te staan? Noem het wetsartikel uit het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering waarop deze overwegingen zijn gebaseerd.
Art. 149: feiten of rechten die door de ene partij zijn gesteld en niet of niet voldoende door de
wederpartij zijn betwist worden als vaststaand aangenomen.
2a. Waarom moet Bonifatius – en niet Radboud – haar stellingen bewijzen? Noem ook hier
het wetsartikel waarop deze beslissing is gebaseerd.
Hoofdregel art. 150: wie moet stellen moet bewijzen (degene die zich op een rechtsgevolg
beroept, moet stellen). Bonifatius beroept zich op het rechtsgevolg; hij stelt dat er een
2
, wanprestatie heeft plaatsgevonden en eist ontbinding van de huurovereenkomst en
ontruiming. Hij moet dit dus bewijzen en Radboud hoeft geen tegenbewijs te leveren, hij moet
alleen het bewijs van Bonifatius te betwisten of onderuit te halen.
Denk hierbij aan de drie fasen: stellen, betwisten, bewijzen.
2b. Betekent dit nu dat eiser altijd de bewijslast krijgt?
Nee; de gedaagde kan ook een beroep doen op een rechtsgevolg waardoor hij de bewijslast naar
zich toetrekt: bevrijdend verweer wordt dit genoemd. Bovendien is er een tenzij opgenomen in
de hoofdregel van art. 150, waardoor de bewijslast kan worden omgekeerd (op grond van
redelijkheid en billijkheid of op grond van de wet, redelijkheid en billijkheid komt eigenlijk
zelden voor. Er is een voorbeeld gegeven in het hoorcollege met het arrest Notaris Maas).
Onderstreep het woord rechtsgevolg en het woord bewijslast in artikel 150: dit is echt heel
belangrijk. Het kan namelijk ook zo zijn dat de gedaagde ook stelt (bijv. dat hij iets niet heeft
gedaan) maar zich niet beroept op een rechtsgevolg en dus geen bewijslast heeft.
3. Waarom is de verdeling van de bewijslast van groot praktisch belang?
Bewijslast betekent bewijsrisico: als je je stelling niet kan bewijzen verlies je de zaak. Als je het
wél kan bewijzen, betekent dit niet automatisch dat je gewonnen hebt; volgens art. 152 staat er
altijd tegenbewijs open. Tegenbewijs betekent twijfel zaaien, het bewijs van de eiser
ontzenuwen: het betekent niet dat je het tegendeel moet bewijzen of moet bewijzen dat het niet
zo is; dit wordt tegendeelbewijs genoemd.
4. Wat zou moeten worden verstaan onder “de overgelegde en niet betwiste bescheiden” uit
r.o. 2.1? Hoe kunnen die reeds in het geding zijn gebracht, terwijl Bonifatius nog niet tot
bewijs was toegelaten?
In deze casus moet onder ‘de overlegde en niet betwiste bescheiden’ worden verstaan: de
huurovereenkomst en de daarbij behorende bescheiden. Art. 85: dit is een schriftelijk stuk dat bij
conclusie, akte of dagvaarding bijgevoegd kon worden. Je kan ervoor kiezen om dit pas helemaal
aan het einde aan te bieden, maar dan KAN de rechter dit weigeren. In dit geval ging de rechter
er vanuit dat de partij dit alleen maar gedaan had om de tegenpartij een oor te draaien, daarom
heeft hij het stuk geweigerd omdat dit onbillijk is.
5. Welke zin noemt men het probandum?
Het te bewijzen feit; in de wet 166 lid 2 Rv. In de zaak: r.o. 5: Bonifatius moet bewijzen ‘dat
Radboud… heeft afgestaan’.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
AFDELING PRIVAATRECHT
LOCATIE LEEUWARDEN
Zaak/rolnummer 584832/13-5947
Vonnis d.d. 22 januari 2014
De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
Woningbouwvereniging “Bonifatius”,
gevestigd en kantoorhoudende te Dokkum,
eiseres, bij dagvaarding van 12 augustus 2013,
verder te noemen Bonifatius,
3