Hydrostatica -> vloeistoffen in stilstand, geen stroming
Hydrodynamica -> vloeistoffen in beweging, stroming
Aggregatietoestanden
Vaste stof -> Kristalstructuur ; atomen liggen op geordende wijze bij elkaar
; interacties tussen naburige atomen
-> extreem moeilijk samendrukbaar
Gas -> Geen interacties tussen naburige atomen
-> geen vast volume
-> geen ordening
-> samendrukbaar
Vloeistof -> op hele kleine schaal ; wel wat ordening van atomen
-> op grotere lengteschalen ; geen ordening
-> beperkt samendrukbaar
Ideaal gas
: atomen gedragen zich als puntmassa’s
: geen interacties tussen naburige atomen -> oefenen geen krachten uit op elkaar
Fluïdum = verzamelnaam voor vloeistoffen & gassen
Bieden geen weerstand aan vervormingskrachten -> gaan vloeien
Soortelijk gewicht = relatieve massadichtheid
HYDROSTATICA
= fluïdum in rust
-> de beweging van de moleculen hebben geen voorkeusrichting
Druk aan opp. = atmosferische druk
Moeilijk voor duikers om diepte te bereiken want druk neemt snel toe
Mangaan, nodig voor microelektronica
, DRUK IN VLOEISTOF
kan je geen richting aan toekennen want het is scalair:
Fn
P= Fn loodrechte component van de kracht uitgeoefend op het opp.
A
Situatie: wandelen op een bevroren meer en je hoort het ijs kraken
goede strategie? Besluit: plat leggen en kruipen naar de overkant
-> massa wordt verspreid over een groter opp.
druk is minder groot
Pascal : de druk in een fluïdum is op elk punt en richting even groot
in Hydrostatische omstandigheden staat de kracht altijd loodrecht op het oppervlak
: als deze kracht evenwijdig zou zijn dan krijgen we een opwaartse beweging
maar het gaat om de hydrostatica
DRUK wordt groter naarmate je dieper gaat
; Toenemende F uitgeoefend door het gewicht van de
bovenliggende lagen aan fluïdum
Dia 9 algemene vergelijking van toepassing op elke soort fluïdum
Situatie: Beker met fluïdum + denkbeeld voorwerp met bepaald volume
1) Inwerkende krachten? - Fz
- kracht inwerkend op bovenkant van volume
- kracht inwerkend op onderkant van volume
2) 2de wet van Newton toepassen ( kijk extra blad )
-> fluïdum in evenwicht dus F = 0
Dp/dy : geeft aan hoe druk veranderd afhankelijk van de hoogte
Besluit: per 10 meter diepte komt er 1 atmosfeer druk bij