ANATOMIE EN FYSIOLOGIE
Van het oor
0
,Inleiding
Ons gehoor heeft als functie te dienen als middel voor communicatie, lokalisatie, evenwicht,
in alarmsituaties, om muziek te luisteren etc.
Daarnaast is het gehoor een zeer performant systeem. We kunnen frequenties
onderscheiden tussen 16 – 20 000 Hz. Ons gehoor bestaat dus uit 10 octaafbanden, die
dienen om kleine tijdsverschillen te kunnen waarnemen:
• Detecteren van spraak in ruis
• Geluid te lokaliseren
→ We kunnen dus complexe klanken omzetten en in taal verwerken
Binauraal effect:
• Lokaliseren:
o Interaurale tijdsverschillen: JND = 10 – 100 microseconden
o Interaurale intensiteitsverschillen (hoofd-schaduweffect): JND = 1 dB
→ JND draagt ook bij tot het verstaan van spraak in ruis
Beenderig skelet
Het gehoororgaan bevindt zich in het rotsbeen (=os petrosum)
1. Temporomandibulair gewricht bevindt zich voor
de uitwendige gehoorgang
2. Uitwendige gehoorgang
Het middenoor bevindt zich in het paries
labyrinthicus
De uitwendige gehoorgang bevindt zich in de
pars tympanica
De drie delen van de Os temporale groeien nog
na de gehoorgang. De pars squamosa is de basis
van de pars zygomaticus (jukbeen).
De processus styloideus is individueel
verschillend en dit beschermt de halsslagader,
daarnaast is dit uitsteeksel ook belangrijk voor de
farynx. Er hechten spieren aan die er voor zorgen
dat het strottenhoofd kan worden opgetrokken.
1
,Os petrosum:
De porus acusticus internus is de ingang van de inwendige gehoorgang.
Geluid:
= fysische energie die als een golf door de ruimte beweegt.
→ ontstaat doordat moleculen trillen rondom hun middelpunt, wat leidt tot minimale
drukveranderingen.
Als drukveranderingen elkaar opvolgen krijg je:
• Condensatie: verdichting (luchtdruk hoger)
• Rarefactie = verdunning (luchtdruk lager)
2
, Uitwendig oor
Helix
De meatus is de
Antihelix uitwendige meatus
(= gehoorgang)
Concha
Tragus
Anti-tragus
Meatus
Lobulus
Begrippen:
• Os = bot • Annulus = ring
• Cartilago = kraakbeen • - itis = wijst op inflammatie (kan vanuit het
• Ligamentum = pezen lichaam komen infectie: externe
• Musculus = spier pathogeen)
Epidermis (buitenste huidlaag) bevat epitheel = squameus epitheel.
De slijmvlies in het middenoor, de neus en de longen = muceus epitheel
Gehoorgang:
In de gehoorgang vinden we verhoornd
squameus epitheel. Dit heeft
4 migratoire eigenschappen op het
3 trommelvlies. Het epitheel vernieuwd
2 zich regelmatig. Het trommelvlies heeft
dus vernieuwend epitheel, waarvan de
schilfers worden opgevangen ter
hoogte van de talgklieren (1).
→ wattenstaafjes zorgen ervoor dat
schilfers zich ophopen vlak achter de
1 bocht (2) = oorproppen
De haartjes in de gehoorgang noemen we vibrissae. Het kraakbeen (3) is flexibel met een
dikke laag huid. Het rotsbeen (4) heeft een dun laagje huid. Het dun laagje huid zorgt voor
de pijn als je te diep in het oor gaat.
3
Van het oor
0
,Inleiding
Ons gehoor heeft als functie te dienen als middel voor communicatie, lokalisatie, evenwicht,
in alarmsituaties, om muziek te luisteren etc.
Daarnaast is het gehoor een zeer performant systeem. We kunnen frequenties
onderscheiden tussen 16 – 20 000 Hz. Ons gehoor bestaat dus uit 10 octaafbanden, die
dienen om kleine tijdsverschillen te kunnen waarnemen:
• Detecteren van spraak in ruis
• Geluid te lokaliseren
→ We kunnen dus complexe klanken omzetten en in taal verwerken
Binauraal effect:
• Lokaliseren:
o Interaurale tijdsverschillen: JND = 10 – 100 microseconden
o Interaurale intensiteitsverschillen (hoofd-schaduweffect): JND = 1 dB
→ JND draagt ook bij tot het verstaan van spraak in ruis
Beenderig skelet
Het gehoororgaan bevindt zich in het rotsbeen (=os petrosum)
1. Temporomandibulair gewricht bevindt zich voor
de uitwendige gehoorgang
2. Uitwendige gehoorgang
Het middenoor bevindt zich in het paries
labyrinthicus
De uitwendige gehoorgang bevindt zich in de
pars tympanica
De drie delen van de Os temporale groeien nog
na de gehoorgang. De pars squamosa is de basis
van de pars zygomaticus (jukbeen).
De processus styloideus is individueel
verschillend en dit beschermt de halsslagader,
daarnaast is dit uitsteeksel ook belangrijk voor de
farynx. Er hechten spieren aan die er voor zorgen
dat het strottenhoofd kan worden opgetrokken.
1
,Os petrosum:
De porus acusticus internus is de ingang van de inwendige gehoorgang.
Geluid:
= fysische energie die als een golf door de ruimte beweegt.
→ ontstaat doordat moleculen trillen rondom hun middelpunt, wat leidt tot minimale
drukveranderingen.
Als drukveranderingen elkaar opvolgen krijg je:
• Condensatie: verdichting (luchtdruk hoger)
• Rarefactie = verdunning (luchtdruk lager)
2
, Uitwendig oor
Helix
De meatus is de
Antihelix uitwendige meatus
(= gehoorgang)
Concha
Tragus
Anti-tragus
Meatus
Lobulus
Begrippen:
• Os = bot • Annulus = ring
• Cartilago = kraakbeen • - itis = wijst op inflammatie (kan vanuit het
• Ligamentum = pezen lichaam komen infectie: externe
• Musculus = spier pathogeen)
Epidermis (buitenste huidlaag) bevat epitheel = squameus epitheel.
De slijmvlies in het middenoor, de neus en de longen = muceus epitheel
Gehoorgang:
In de gehoorgang vinden we verhoornd
squameus epitheel. Dit heeft
4 migratoire eigenschappen op het
3 trommelvlies. Het epitheel vernieuwd
2 zich regelmatig. Het trommelvlies heeft
dus vernieuwend epitheel, waarvan de
schilfers worden opgevangen ter
hoogte van de talgklieren (1).
→ wattenstaafjes zorgen ervoor dat
schilfers zich ophopen vlak achter de
1 bocht (2) = oorproppen
De haartjes in de gehoorgang noemen we vibrissae. Het kraakbeen (3) is flexibel met een
dikke laag huid. Het rotsbeen (4) heeft een dun laagje huid. Het dun laagje huid zorgt voor
de pijn als je te diep in het oor gaat.
3