Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Uitgebreide verwerking van alle hoorcolleges statistiek 1

Rating
-
Sold
7
Pages
27
Uploaded on
06-09-2022
Written in
2020/2021

Dit document bevat een volledige uitschrijving van de colleges en uitlegvideo's van Statistiek 1. Door alleen deze samenvatting te leren had ik zelf een 9 voor het tentamen.

Institution
Course

Content preview

HOORCOLLEGEVIDEO’S STATISTIEK 1

VIDEOS WEEK 1
INTRODUCTIE TOT DE CURSUS

Waarom statistiek:

1. Beschrijven: beschrijving van bijvoorbeeld stemgedrag, of overzicht van allerlei artikelen.
Veel gegevens, die moeten worden gekwantificeerd.
2. Patronen ontdekken
3. Relaties onderzoeken: relaties tussen variabelen
4. Werken met steekproeven: kiezersonderzoek kan niet door alle kiezers te vragen, maar
steekproefsgewijs. Met deze gegevens kun je een inschatting maken voor de rest van de
bevolking.



VARIABELEN EN MEETNIVEAUS

Variabele

Field: ‘anything that can be measured and can differ across entities or across time’. → variabele
verschilt tussen personen of groepen en is meetbaar.

Een constante staat tegenover de variabele. Deze verschillen niet per variabele. Bij een onderzoek
naar kiesgedrag, zijn de kiezers constante. Het kiezer zijn veranderd niet.



Onafhankelijke variabele: onafhankelijke variabele heeft impact op de afhankelijke variabele. Het is
de oorzaak. Deze variabele staat vast.

Afhankelijke variabele: het gevolg. Deze verandert afhankelijk van wat de mate van de
onafhankelijke variabele is.

➔ Wat de (on)afhankelijke variabele is hangt af van de onderzoeksvraag



Meetniveaus

Nominaal: verschillende categorieen, maar geen volgorde in die categorieen. Een voorbeeld is
religie. Keuzes zijn islam, katholiek, jodendom. Er zijn categorieen zonder volgorde. Andere
voorbeelden zijn in welk land iemand woont. Of soort conflict.

Ordinaal: wel een volgorde. Hoe vaak bezoek je de kerk: elke zondag, vaak, regelmatig, soms, nooit.
Er zit een ordening in de keuzes. Deze ordening gaat niet verder, er hangt geen echt cijfer aan. De
afstand tussen de verschillende opties is niet constant.

Interval-ratio: de afstand tussen de opties heeft betekenis. Er hangt wel een cijfer aan. Inkomen:
1000 euro per maand, 1200 euro per maand, etc. Het verschil tussen de opties is hetzelfde, de
eenheid stijgt telkens hetzelfde. Andere voorbeelden zijn leeftijd (20, 21, 22), positie van politieke
partijen (links-rechtsschaal), aantal internationale conflicten.

➔ Vaak worden verschillende waarden samengenomen tot een categorie.

,Categoriale variabile: nominale en ordinale variabile.

Numerieke variabile: interval-ratio




CENTRUMMATEN

Frequentieverdeling: centrummaat (meest frequente, of gemiddelde waarde (gemiddelde en
mediaan)), het midden van de waarden) en de spreidingsmaat (de verdeling van de waarde, om het
gemiddelde of mediaan).



Centrummaten bepalen

- Nominaal: modus
- Ordinaal: mediaan (middelste in een reeks)
- Interval-ratio: gemiddelde

Modus: meest frequente waarde. We kunnen zeggen welke categorie het vaakste voorkomt. Er zijn
verschillende categorieen. De categorie die het vaakste voorkomt (de hoogste waarde), dat is de
modus. Meest voorkomende waarde.

Mediaan: als alle waarden op een rij worden gezet, wat is dan de middelste waarde. De verschillende
antwoorden worden eerst op volgorde gezet van klein naar groot. De middelste waarde van de reeks
is de mediaan. Mocht er een even aantal getallen hebben. Dan is de mediaan het gemiddelde van de
twee middelste waarden.

Gemiddelde: gemiddelde = som van alle waarden : aantal waarden.



SPREIDINGSMATEN

- Nominaal: geen spreidingsmaat, er is namelijk geen ordening.
- Ordinaal: interkwartielafstand
- Interval-ratio: variante en standaardafwijking



Spreidingsbreedte en interkwartielafstand

Spreidingsbreedte = maximum – minimum (verschil tussen hoogste en laagste waarde)

Interkwartielafstand = Q1 – Q3

➔ Q1: midden tussen laagste waarde en mediaan. Q3: midden tussen mediaan en hoogste
waarde. Vier stukken dus van 25%.



Variante en standaardafwijking

Zijn een maat van de spreiding van waarde rond het gemiddelde.

, Er kan van alle waarden ten eerste een gemiddelde berekend worden. Vervolgens moet dit
gekwantificeerd worden.

Dit kan door bijvoorbeeld de afstand (afwijking) van een waarde vanaf het gemiddelde te berekenen.
Zit iets onder het gemiddelde dan is de afwijking negatief en boven het gemiddelde positief.

➔ Total deviance: alle afwijkingen bij elkaar optellen. Alleen dit is echter altijd nul, want de
negatieve en positieve waarden worden nul. De oplossing is, de afwijkingen te kwadrateren.
Hierdoor worden alle negatieve waarden ook positief.
➔ Kwadratensom/sum of squared errors (ss): alle kwadraten van de waarden optellen.

Sum of squaerred: SS = Som (xgemiddeld – xwaarde)2



Variantie (s2) berekenen

De variantie is het gemiddelde gekwadrateerde verschil. Dus door de sum of squarred errors is
bekend wat alle kwadraten samen zijn. Door dit te delen door het aantal observaties, is de
gemiddelde gekwadrateerde afwijking per waarde bekend. Hoe groter n, hoe groter de sum of
squared errors: dus geen goede maat van vergelijking. Daarom delen we de sum of squared errors
door het aantal observaties (N) minus een:

Variantie: s2 = SS : N -1 → S2 = (xgemiddeld – xwaarde)2 : N -1



Standaardafwijking (s)

De variantie is het gemiddelde gekwadrateerde verschil. Om nu de standaardafwijking te bepalen
moet je van de variantie de wortel nemen.

S = V s2 = V (xgemiddeld – xwaarde)2 : N -1

Hoe groter de standaardafwijking, hoe groter de spreiding rond het gemiddelde!

De standaardafwijking is wel afhankelijk van de schaal waarop gemeten wordt. Als de schaal groter
wordt, wordt de standaardafwijking automatisch ook groter. De standaardafwijking moet dus wel
relatief bekeken worden.



KANSVERDELING

Bij een interval-ratio variabele spreekt men wel van een kansverdeling.

1. Discrete variabelen: kansfunctie. Bijvoorbeeld aantal doden in een oorlog. Kan alleen een
rond getal aannemen.
2. Continue variabelen: kansdichtheid. Bijvoorbeeld temperatuur. Kan een rond getal
aannamen, maar ook alle waarden daar tussen.



Binomiale verdeling: discrete verdeling. (hoeveel ogen er komen als je twee dobbelstenen gooit). Er
is maar een mogelijkheid, een rond getal.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
September 6, 2022
Number of pages
27
Written in
2020/2021
Type
SUMMARY

Subjects

$8.80
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
FemkeVerhelst Universiteit Leiden
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
106
Member since
3 year
Number of followers
68
Documents
20
Last sold
9 months ago

4.1

8 reviews

5
3
4
3
3
2
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions