HC algemene medische beeldvorming ZSO 6
Radiologie
: medisch specialisem dat zich bezighoudt met opzoeken aard en plaats v ziekte, letsel /
aandoening dmv röntgenstralen / X-stralen (röntgenfoto’s, CT-scan), geluidsgolven (echografie) en
magnetische velden (NMR, MR, MRI-scan)
Voorbereiding medische beeldvorming:
1. Administratieve voorbereiding
: aanvraagformulier waarop ingevuld moet zijn:
- Persoonlijke gegevens pt -> noodzakelijk pt te identificeren
- Indicatie met handtekening aanvragende arts
- Relevante klinische gegevens
o Resultaten stollingstesten
o Eventueel jood allergie
o Eventueel besmettingsgevaar
o Hart / nierinsuffiëntie
o Verwardheid
o Moeilijke mobilisatie
o Decubitus
o Mogelijke zwangerschap
- Aangevraagde onderzoek
2. Informeren pt
Toestemming pt vereist -> enkel toestemming als pt goed geïnformeerd is
Goed informeren noodzakelijk voor:
o Angstreductie
o Goede medewerking tijdens onderzeok
o Goede nazorg
! nazorg: onderzoek waar contrastmiddel gebruikt werd via maag-darm-kanaal
uitgescheiden nodig stoelgangpatroon opvolgen, eventueel laxeermiddel toedienen,
obstiperende contrastmiddelen -> veel drinken
Röntendiagnostiek
: röntgenstralingen zijn Emgolven met zeer korte golflengte die zich naar alle richtingen
uitbreiden waardoor versch weefsels v elkaar kunnen worden onderscheiden indien deze
weefsels versch verzwakkingscoëfficiënt hebben.
Verzwakkingscoëfficiënt: graad v afzwakking v röntgenstralen i weefsels
, Conventionele radiografie menselijk lichaam onderscheiden in:
- Lucht en lucht-houdende weefsels
- Vetweefsel WELK HEEFT GROOTSTE VERZWAKKINGSCOËFICIËNT??????????
- Overige zachte weefsels bv. nieren, lever, milt
- Botweefsels en afzetting v calciumzout
Eigenschappen röntgenstraal:
Penetratievermogen
: graad v afzwakking röntgenstralen die invallen op object, bepaald door
- Absorptie
: hvl stralen die doordringen door weefsel bepalen uiteindelijke beeld, graad
absorptie afh v:
o Aard doorstraalde stof -> atoomnummer (hoe > hoe meer absorptie)
o Dichtheid doorstraalde stof -> concentratie (hoe > hoe meer absorptie)
o Dikte doorstraalde stof
o Hardheid straling
- Strooiing
: richtingsverandering v invallende straal die gepaard gaat met gedeeltelijke
afgave v energie, v belang want:
o Pt zendt tijdens ond strooistralen uit
o Strooistralen verminderen beeldcontrast -> röntgenbeeld verliest kwaliteit
Luminescentie
: RX-straal kan stoffen laten oplichten gedurende bestraling, als stoffen nalichten spreken we
over luminescentie (toepassing: versterkingsschermen i casette rond film)
Fotografische werking
: zoals lichtstrale ngaan ook röntgenstralen inwerken op fotografische emulsies waardoor na
ontw en fixeren zwarting zal geven -> hiedoor kunnen fotos gemaatk worden
Ionisatie
: röntgenstraling hebbe nvermogen gassen te ioniseren dwz + / - lading gegeven kan worden
aan atomen -> chemische eigenschappen stof veranderen -> potentieel gevaarlijk zijn
Biologische werking
: röntgenstralen die door lichaam worden geabsorbeerd werken in op volgende weefsels:
- Foetus
- Lymfeweefsel
Radiologie
: medisch specialisem dat zich bezighoudt met opzoeken aard en plaats v ziekte, letsel /
aandoening dmv röntgenstralen / X-stralen (röntgenfoto’s, CT-scan), geluidsgolven (echografie) en
magnetische velden (NMR, MR, MRI-scan)
Voorbereiding medische beeldvorming:
1. Administratieve voorbereiding
: aanvraagformulier waarop ingevuld moet zijn:
- Persoonlijke gegevens pt -> noodzakelijk pt te identificeren
- Indicatie met handtekening aanvragende arts
- Relevante klinische gegevens
o Resultaten stollingstesten
o Eventueel jood allergie
o Eventueel besmettingsgevaar
o Hart / nierinsuffiëntie
o Verwardheid
o Moeilijke mobilisatie
o Decubitus
o Mogelijke zwangerschap
- Aangevraagde onderzoek
2. Informeren pt
Toestemming pt vereist -> enkel toestemming als pt goed geïnformeerd is
Goed informeren noodzakelijk voor:
o Angstreductie
o Goede medewerking tijdens onderzeok
o Goede nazorg
! nazorg: onderzoek waar contrastmiddel gebruikt werd via maag-darm-kanaal
uitgescheiden nodig stoelgangpatroon opvolgen, eventueel laxeermiddel toedienen,
obstiperende contrastmiddelen -> veel drinken
Röntendiagnostiek
: röntgenstralingen zijn Emgolven met zeer korte golflengte die zich naar alle richtingen
uitbreiden waardoor versch weefsels v elkaar kunnen worden onderscheiden indien deze
weefsels versch verzwakkingscoëfficiënt hebben.
Verzwakkingscoëfficiënt: graad v afzwakking v röntgenstralen i weefsels
, Conventionele radiografie menselijk lichaam onderscheiden in:
- Lucht en lucht-houdende weefsels
- Vetweefsel WELK HEEFT GROOTSTE VERZWAKKINGSCOËFICIËNT??????????
- Overige zachte weefsels bv. nieren, lever, milt
- Botweefsels en afzetting v calciumzout
Eigenschappen röntgenstraal:
Penetratievermogen
: graad v afzwakking röntgenstralen die invallen op object, bepaald door
- Absorptie
: hvl stralen die doordringen door weefsel bepalen uiteindelijke beeld, graad
absorptie afh v:
o Aard doorstraalde stof -> atoomnummer (hoe > hoe meer absorptie)
o Dichtheid doorstraalde stof -> concentratie (hoe > hoe meer absorptie)
o Dikte doorstraalde stof
o Hardheid straling
- Strooiing
: richtingsverandering v invallende straal die gepaard gaat met gedeeltelijke
afgave v energie, v belang want:
o Pt zendt tijdens ond strooistralen uit
o Strooistralen verminderen beeldcontrast -> röntgenbeeld verliest kwaliteit
Luminescentie
: RX-straal kan stoffen laten oplichten gedurende bestraling, als stoffen nalichten spreken we
over luminescentie (toepassing: versterkingsschermen i casette rond film)
Fotografische werking
: zoals lichtstrale ngaan ook röntgenstralen inwerken op fotografische emulsies waardoor na
ontw en fixeren zwarting zal geven -> hiedoor kunnen fotos gemaatk worden
Ionisatie
: röntgenstraling hebbe nvermogen gassen te ioniseren dwz + / - lading gegeven kan worden
aan atomen -> chemische eigenschappen stof veranderen -> potentieel gevaarlijk zijn
Biologische werking
: röntgenstralen die door lichaam worden geabsorbeerd werken in op volgende weefsels:
- Foetus
- Lymfeweefsel