Functie botten:
- Stevigheid
- Omgeven orgaanstelstels
- Bescherming
- Aanhechting voor spieren en pezen
- Productie bloedcellen i beenmerg
- Opslag mineralen (Ca2+)
Pasgeborene: primaire kromming -> kyfose
Volwassene:
- Lordose cervicaal en lumbaal
- Kyfose thoracaal en sacraal
Hyperkyfose: overdreven thoracale of sacrale kromming
Hyperlordose: overdreven cervicale of lumbale kromming
Scoliose: ernstige verkromming / verdraaiing wervelkolom
Wervels vertebrae
Cervicaal (7 (C1-C7), thoracaal 12 (T1-T12), lumbaal 5 (L1-L5), sacraal, coccygeaal
Functie vertebrae:
- Steunpilaar, dragen gewicht hoofd, nek, romp
- Beschermen vertebrae
- Helpen bij rechtop zitten / staan
Cervicale vertebrae:
Atypische wervels C1, C2, C7
- Atlas: bot waarop schedel rust
- Axis: onder atlas, heeft klein lichaam met klein uitsteeksel naar boven (DENS = “tand”).
Steekt posterieur uit i h foramen vertebrale v d atlas erboven en stevig op plaats gehouden
door ligament. Het hoofd draait op dit gewricht.
- Vertebra prominens
Kenmerken typische wervels C3-6
- Corpus kleinst
- Foramen vertebrale grootst
- Processus spinosus kort en bified
- Foramen transversarium in processi transversi voor a. vertebralis (wervelslagader)
Thoracale vertebrae:
- Groter dan cervicale want moeten meer gewicht dragen
- Atypische weer vanboven en beneden
Kenmerken typische vertebrae:
- Corpus hartvormig