Het pulmonaal stelsel
Woorden in het geel en onderstreept staan in de ppt i/h vet en moeten dus zeker gekend zijn
Classificatie longaandoeningen
Vasculaire Obstructieve Restrictieve Maligne Infectieuze
longaandoeningen longaandoeningen longaandoeningen longaandoeningen longaandoeningen
5 groepen (VORMI):
(1) Vasculaire longaandoeningen
= longproblemen zijn het gevolg van vasculaire problemen
Voorbeeld: longembool
Embool = reizende bloedklonter komt dan terecht in de kleinste bloedvaten:
i/d longen (longembool)
i/d hersenen (beroerte)
(2) Obstructieve longaandoeningen
= problemen met de (in- en ) uitademing: lucht krijgt WEERSTAND tijdens uitademing1 = VERNAUWING
Problemen situeren zich vooral op het niveau van de trachea en bronchiën
Bij spirometrie: lagere FEV1 (volume dat men geforceerd in 1 seconde kan uitademen)
Voorbeeld: astma, COPD, bronchiolitis
(3) Restrictieve longaandoeningen
= problemen met longvolume: een deel van het longvolume kan niet meer gebruikt worden
Problemen situeren zich vooral op het niveau van de longen zelf
Spirometrie: lagere TLC (totale longcapaciteit)
Voorbeeld: pneumothorax (klaplong), neuromusculaire aandoeningen, …
(4) Maligne longaandoeningen
= longkanker kan zowel primair als secundair zijn
Primair: bronchogeen carcinoom
Secundair: metastasen
Heel veel kankers kunnen uitzaaiingen naar de longen veroorzaken
(5) Infectieuze longaandoeningen
= longaandoening veroorzaakt door een infectie (virus, bacterie, …)
Voorbeeld: pneumonie (ontsteking v/h longweefsel (= longblaasjes = alveoli)), bronchitis (ontsteking v/d bronchiën)
Waarom staat bronchiolitis hier niet bij?
Bronchitis: ontsteking van bronchiën en trachea omgeven met kraakbeen (geen vernauwing)
Bronchiolitis: ontsteking v/d bronchiolen niet omgeven met kraakbeen en wanneer
ontstoken: vernauwing daarom bij obstructieve longaandoeningen
1 Bij inademing ook, maar de klachten manifesteren zich vooral bij uitademen
1
, Acute luchtweginfecties
acute bronchitis (komt veel voor, is heel banaal) en pneumonie (levensbedreigend)
1. Acute bronchitis
Definitie = inflammatie van de tracheo-bronchiale stam
Etiologie
Primair: viraal /// secundair: bacterieel (risicopatiënten)
Acute bronchitis is bijna altijd eerste viraal: een virus is “sterk” genoeg om een gezond persoon ziek te maken
Bacteriën zijn – i.t.t. virussen – meestal niet sterk genoeg om een gezonde persoon een bronchitis te geven
Maar ze kunnen zich wel “settelen” na een virale infectie (bronchiën beschadigd + patiënt verzwakt
Symptomen
Begin: neusloop, niezen, keelpijn
Hoest: eerst droog, dan productief
Droge hoest: mag je onderdrukken (met hoestsiroop)
Hoest met fluimen = PRODUCTIEVE hoest mag men NIET onderdrukken
Want het is functioneel het helpt de longen te reinigen van ‘vuil’
Fluimen zijn eerst wit (muceus), maar worden later geel (mucopurulent) tot groen (purulent)
Diagnose
Klinisch
Indien recidiverend: sputumonderzoek (sputum = slijm) cultuur en antibiogram
Behandeling
Voor de droge hoest kan men antitussiva gebruiken
Ziekte gaat vanzelf over (3 weken)
2. Verkoudheid: feiten en fictie
“kou vatten”
Geen verband met ziekte: men kan niet ziek worden door de kou,
MAAR WEL… Winter
Virussen overleven beter bij koud en droog weer
Er is nauwer contact tussen mensen (allemaal samen binnenzitten)
3. Pneumonie
= longontsteking
Definitie: Infectie bereikt de alveoli ontsteking v/d alveoli
(longblaasjes)
Lucht is vervangen door ontstekingsexsudaat
gevolg: kortademigheid (dyspneu) dat zien we niet bij
bronchitis
Etiologie
PRIMAIR
= zonder dat er al beschadiging is van de longen
Zeer zeldzaam bij GEZONDE individuen
2