ALGEMENE DIDACTIEK
1 INLEIDING
* goede eigenschappen van een leerkracht
- humor, betrokkenheid, objectief, voorkomen, vakkennis, gezag, coach,
luisterend oor,
organisatievermogen
* slechte eigenschappen van een leerkracht
- saai, subjectief, geen vakkennis, geen gezag, chaotisch
2. OMSCHRIJVING
2.1 beroepsprofiel 1
* = de omschrijving van de kennis, vaardigheden en attitudes van de
leraar bij zijn
beroepsuitoefening
* taken en verwachtingen van een ervaren leraar
* er is 1 gemeenschappelijk beroepsprofiel van de leraar vastgelegd voor
kleuter, lager
en secundair onderwijs
2.2 basiscompetenties 2
* rechtstreeks afgeleid van het beroepsprofiel
* de omschrijving van de kennis, vaardigheden, attitudes waarover iedere
afgestudeerde
moet beschikken om op een volwaardige manier als beginnend leraar te
functioneren
* 3 soorten basiscompetenties voor kleuteronderwijs, lager onderwijs en
secundair
onderwijs
2.3 verband met de lerarenopleiding 3
* door het volgen van een opleidingsprogramma binnen een
lerarenopleiding worden
basiscompetenties verworven en deze stellen de leraar instaat door de
groeien naar
het beroepsprofiel d.m.v. professionalisering
3 STRUCTUUR VAN DE BASISCOMPETENTIES
Basiscompetentie bestaan uit 10 functionele gehelen
De 10 functionele gehelen worden in 3 clusters van
verantwoordelijkheden van de leraar ingedeeld
,Verantwoordelijkhei 1. begeleider van leer- - zelf kunnen doorgronden
d van de leraar t.a.v. en wat leerlingen denken,
de lerende ontwikkelingsprocessen feedback kunnen geven
2. opvoeder - het begrip
gelijkwaardigheid
uitleggen
3. inhoudelijk expert - bijscholing volgen voor 1
van je vakken
4. organisator - als klassenleraar
puntenlijsten bijhouden,
leerlingenadministratie in
orde brengen
5. innovator, - bij een minder geslaagde
onderzoeker les jezelf in vraag durven
stellen en de les
herwerken
Verantwoordelijkhei 6. partner van - een opmerking in de
d van de leraar t.a.v. ouders/verzorgers agenda van de leerling
de school/ schrijven
onderwijsgemeensch 7. lid van een - discussiëren met
ap schoolteam collega’s over de keuze
van een nieuw handboek
8. partner van externen - bij zware ziekte van 1
van je leerlingen als
klassenleraar contact
leggen met de
ziekenhuisschool waar die
leerling les volgt
9. lid van de - jouw expertise als
onderwijsgemeenschap ervaren leerkracht delen
door mee te werken aan
een nieuw handboek voor
jouw vak
Verantwoordelijkhei 10. cultuurparticipant Samen met je leerlingen
d van de leraar t.a.v. een tentoonstelling
de maatschappij opzetten in een rusthuis
,3.2 de attitudes (beroepshoudingen)
1. beslissingvermogen: durven een standpunt innemen, tot een
handeling overgaan en
er verantwoordelijkheid voor opnemen
2. Relationele gerichtheid: in zijn contacten met anderen kenmerken
van echtheid,
aanvaarding, empathie en respect tonen
3. Kritische ingesteldheid: bereid zijn jezelf en je omgeving in vraag
te stellen, de
waarde van een bewering of feit, de wenselijkheid en haalbaarheid van
een
vooropgesteld doel te verifiëren alvorens een stelling in te nemen
4. Leergierigheid: actief zoeken naar situaties om je competenties te
verbreden en
verdiepen
5. Organisatievermogen: taken zodanig plannen, coördineren en
delegeren zodat het
beoogde doel op een efficiënte manier bereikt kan worden
6. zin voor samenwerking: bereid zijn een gemeenschappelijk aan
eenzelfde taak te
werken
7. Verantwoordelijkheidszin: zich verantwoordelijk voelen voor de
school als geheel
en zich engageren om een positieve ontwikkeling van de leerlingen te
bevorderen
8. Flexibiliteit: bereid zijn zich aan te passen aan wijzigende
omstandigheden, zoals
middelen, doelen, personen en procedures
4. FUNCTIES VAN HET BEROEPSPROFIEL
voor de leerkracht
* weten wat er verwacht wordt, de criteria waaraan een leerkracht moet
voldoen en wat
zijn verantwoordelijkheden zijn tegenover:
- school
- collega’s
- ouders
- leerlingen
voor de lerarenopleidingen
* zodat ze hun opleidingsprogramma kunnen afstemmen op de
basiscompetenties
, * de basiscompetenties van de overheid = de opleidingsdoelen of
eindtermen van de
opleiding
* competentiegerichte standaard voor de praktijk
voor de overheid
* controle van de kwaliteit van het onderwijs d.m.v. doorlichting en
visitaties
voor het onderwijsveld/werkveld
* zo weet het schoolbestuur wat ze van de leerkrachten kunnen
verwachten
* info over de kennis, vaardigheden en attitudes van de leerkracht
5. BIJSTURINGEN SINDS 2007
1. taalvaardigheid: Standaardnederlands
2. Diversiteit: elk individu gelijke kansen kunnen geven
3. ICT: informatie- en communicatietechnologie
DEEL 2: DE LERAAR ALS BEGELEIDER VAN LEER- EN
ONTWIKKELINGSPROCESSEN
1. INLEIDING
Leren = gedragsverandering als gevolg van rijping en ervaring
Vorming = de systematische, intentionele hulp door leerkrachten verschaft
in scholen door middel van cultuurgoed aan zich vormende leerlingen op
hun weg tot cultuurwezen
alles wat de leraar onderneemt als begeleider van leer- en
ontwikkelingsprocessen
Volgens De Block
1 INLEIDING
* goede eigenschappen van een leerkracht
- humor, betrokkenheid, objectief, voorkomen, vakkennis, gezag, coach,
luisterend oor,
organisatievermogen
* slechte eigenschappen van een leerkracht
- saai, subjectief, geen vakkennis, geen gezag, chaotisch
2. OMSCHRIJVING
2.1 beroepsprofiel 1
* = de omschrijving van de kennis, vaardigheden en attitudes van de
leraar bij zijn
beroepsuitoefening
* taken en verwachtingen van een ervaren leraar
* er is 1 gemeenschappelijk beroepsprofiel van de leraar vastgelegd voor
kleuter, lager
en secundair onderwijs
2.2 basiscompetenties 2
* rechtstreeks afgeleid van het beroepsprofiel
* de omschrijving van de kennis, vaardigheden, attitudes waarover iedere
afgestudeerde
moet beschikken om op een volwaardige manier als beginnend leraar te
functioneren
* 3 soorten basiscompetenties voor kleuteronderwijs, lager onderwijs en
secundair
onderwijs
2.3 verband met de lerarenopleiding 3
* door het volgen van een opleidingsprogramma binnen een
lerarenopleiding worden
basiscompetenties verworven en deze stellen de leraar instaat door de
groeien naar
het beroepsprofiel d.m.v. professionalisering
3 STRUCTUUR VAN DE BASISCOMPETENTIES
Basiscompetentie bestaan uit 10 functionele gehelen
De 10 functionele gehelen worden in 3 clusters van
verantwoordelijkheden van de leraar ingedeeld
,Verantwoordelijkhei 1. begeleider van leer- - zelf kunnen doorgronden
d van de leraar t.a.v. en wat leerlingen denken,
de lerende ontwikkelingsprocessen feedback kunnen geven
2. opvoeder - het begrip
gelijkwaardigheid
uitleggen
3. inhoudelijk expert - bijscholing volgen voor 1
van je vakken
4. organisator - als klassenleraar
puntenlijsten bijhouden,
leerlingenadministratie in
orde brengen
5. innovator, - bij een minder geslaagde
onderzoeker les jezelf in vraag durven
stellen en de les
herwerken
Verantwoordelijkhei 6. partner van - een opmerking in de
d van de leraar t.a.v. ouders/verzorgers agenda van de leerling
de school/ schrijven
onderwijsgemeensch 7. lid van een - discussiëren met
ap schoolteam collega’s over de keuze
van een nieuw handboek
8. partner van externen - bij zware ziekte van 1
van je leerlingen als
klassenleraar contact
leggen met de
ziekenhuisschool waar die
leerling les volgt
9. lid van de - jouw expertise als
onderwijsgemeenschap ervaren leerkracht delen
door mee te werken aan
een nieuw handboek voor
jouw vak
Verantwoordelijkhei 10. cultuurparticipant Samen met je leerlingen
d van de leraar t.a.v. een tentoonstelling
de maatschappij opzetten in een rusthuis
,3.2 de attitudes (beroepshoudingen)
1. beslissingvermogen: durven een standpunt innemen, tot een
handeling overgaan en
er verantwoordelijkheid voor opnemen
2. Relationele gerichtheid: in zijn contacten met anderen kenmerken
van echtheid,
aanvaarding, empathie en respect tonen
3. Kritische ingesteldheid: bereid zijn jezelf en je omgeving in vraag
te stellen, de
waarde van een bewering of feit, de wenselijkheid en haalbaarheid van
een
vooropgesteld doel te verifiëren alvorens een stelling in te nemen
4. Leergierigheid: actief zoeken naar situaties om je competenties te
verbreden en
verdiepen
5. Organisatievermogen: taken zodanig plannen, coördineren en
delegeren zodat het
beoogde doel op een efficiënte manier bereikt kan worden
6. zin voor samenwerking: bereid zijn een gemeenschappelijk aan
eenzelfde taak te
werken
7. Verantwoordelijkheidszin: zich verantwoordelijk voelen voor de
school als geheel
en zich engageren om een positieve ontwikkeling van de leerlingen te
bevorderen
8. Flexibiliteit: bereid zijn zich aan te passen aan wijzigende
omstandigheden, zoals
middelen, doelen, personen en procedures
4. FUNCTIES VAN HET BEROEPSPROFIEL
voor de leerkracht
* weten wat er verwacht wordt, de criteria waaraan een leerkracht moet
voldoen en wat
zijn verantwoordelijkheden zijn tegenover:
- school
- collega’s
- ouders
- leerlingen
voor de lerarenopleidingen
* zodat ze hun opleidingsprogramma kunnen afstemmen op de
basiscompetenties
, * de basiscompetenties van de overheid = de opleidingsdoelen of
eindtermen van de
opleiding
* competentiegerichte standaard voor de praktijk
voor de overheid
* controle van de kwaliteit van het onderwijs d.m.v. doorlichting en
visitaties
voor het onderwijsveld/werkveld
* zo weet het schoolbestuur wat ze van de leerkrachten kunnen
verwachten
* info over de kennis, vaardigheden en attitudes van de leerkracht
5. BIJSTURINGEN SINDS 2007
1. taalvaardigheid: Standaardnederlands
2. Diversiteit: elk individu gelijke kansen kunnen geven
3. ICT: informatie- en communicatietechnologie
DEEL 2: DE LERAAR ALS BEGELEIDER VAN LEER- EN
ONTWIKKELINGSPROCESSEN
1. INLEIDING
Leren = gedragsverandering als gevolg van rijping en ervaring
Vorming = de systematische, intentionele hulp door leerkrachten verschaft
in scholen door middel van cultuurgoed aan zich vormende leerlingen op
hun weg tot cultuurwezen
alles wat de leraar onderneemt als begeleider van leer- en
ontwikkelingsprocessen
Volgens De Block