TK Morfologie 20-21
Begrippenlijst TK
PERSPECTIEVEN OP TAAL
- Descriptieve adequaatheid = door observatie beschrijven wat er is
- Explanatorische adequaatheid = het geobserveerde beschrijven
- Psycholinguïstiek = psychologie en taal die erachter zit
- Neurolinguïstiek = verwering en verwerving van taal in de hersenen en de cognitieve processen
- Sociolinguïstiek = hoe sociale functies onder taal bepalen
MORFEEM VS FONEEM (EN ALLOFONEN)
- Foneem = spreekklank (geen letter) die betekenisonderscheid tot stand brengt
- Minimale paren = paren van woorden die slechts in één spraakklank van elkaar verschillen en
daardoor ook van betekenis van elkaar verschillen
- Allofoon = uitspraakvariant van één bepaalde klank die geen betekenisonderscheid tot stand
brengt // varianten op een foneem oiv aangrenzende spraakklanken
- Partieel regressieve assimilatie = stemloze consonant wordt stemhebbend door de eerstvolgende
stemhebbende consonant (bv: dakbedekking)
- Partieel progressieve/perseverende assimilatie = stemhebbende consonant wordt stemloos door
de voorafgaande stemloze consonant (bv: huisvuil)
- Totale assimilatie = klank verandert in voorafgaande of volgende klank en wordt volledig
geassimileerd
- Morfeem = kleinst mogelijke vorm die een betekenis op zich heeft
- Zelfstandige morfemen = elementen die los van andere morfemen kunnen voorkomen
- Gebonden morfemen = elementen die enkel voorkomen in combo met zelfst morfe(e)m(en)
TYPES MORFOLOGISCHE COMPLEXE WOORDEN/ITEMS
- Derivatie = afleiding = combo van zelfstandige en gebonden morfemen
- Samenstelling = combo van zelfstandige morfemen
1
Begrippenlijst TK
PERSPECTIEVEN OP TAAL
- Descriptieve adequaatheid = door observatie beschrijven wat er is
- Explanatorische adequaatheid = het geobserveerde beschrijven
- Psycholinguïstiek = psychologie en taal die erachter zit
- Neurolinguïstiek = verwering en verwerving van taal in de hersenen en de cognitieve processen
- Sociolinguïstiek = hoe sociale functies onder taal bepalen
MORFEEM VS FONEEM (EN ALLOFONEN)
- Foneem = spreekklank (geen letter) die betekenisonderscheid tot stand brengt
- Minimale paren = paren van woorden die slechts in één spraakklank van elkaar verschillen en
daardoor ook van betekenis van elkaar verschillen
- Allofoon = uitspraakvariant van één bepaalde klank die geen betekenisonderscheid tot stand
brengt // varianten op een foneem oiv aangrenzende spraakklanken
- Partieel regressieve assimilatie = stemloze consonant wordt stemhebbend door de eerstvolgende
stemhebbende consonant (bv: dakbedekking)
- Partieel progressieve/perseverende assimilatie = stemhebbende consonant wordt stemloos door
de voorafgaande stemloze consonant (bv: huisvuil)
- Totale assimilatie = klank verandert in voorafgaande of volgende klank en wordt volledig
geassimileerd
- Morfeem = kleinst mogelijke vorm die een betekenis op zich heeft
- Zelfstandige morfemen = elementen die los van andere morfemen kunnen voorkomen
- Gebonden morfemen = elementen die enkel voorkomen in combo met zelfst morfe(e)m(en)
TYPES MORFOLOGISCHE COMPLEXE WOORDEN/ITEMS
- Derivatie = afleiding = combo van zelfstandige en gebonden morfemen
- Samenstelling = combo van zelfstandige morfemen
1