Inleiding recht
Werkgroep 1 opdrachten
Opdracht 1
a. Strafrecht
b. Publiekrecht
c.
Opdracht 2
a. Als boven een artikel staat dat het bevoegd is door de Raad van State is
het een formele wet.
b. Nee
Opdracht 3
a. Ja, deze rechtsregel is een normatieve regel. De modaliteit is een verbod.
b. Deze wetsbepaling bevat cumulatieve voorwaarden
c. Het rechtsgevolg is een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of een
geldboete van de vierde categorie.
Opdracht 4
a. De politierechter
b. Na het oordeel van het OM is de zaak van eenvoudige aard
c. Een gevangenisstraf van niet meer dan één jaar.
Opdracht 5
De rechter zal de verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf van vier
maanden. Er is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan,
het bewezen is gekwalificeerd als diefstal.
,Werkgroep 1 aantekeningen
TENTAMEN 26 OKTOBER!!!
Wat is recht?
→ Het geheel van de regels dat de samenleving ordent
Waartoe dient het recht?
→ het recht dient ervoor om ordehandhaving, veiligheid, vrede, vrijheid en
gelijkheid te bevorderen of in stand te brengen. Het is een stelsel van wetten en
regels, zodat het maatschappelijke verkeer in goede banen wordt geleid.
Onderscheidingen binnen het recht
- Objectief recht en subjectief recht
- Positief recht en natuurrecht
- Publiekrecht en privaatrecht
- Dwingend recht en aanvullend recht
- Formeel recht en materieel recht
Objectieve recht:
- Het geheel van regels of normen dat de samenleving ordent
- Algemeen recht
- Overkoepelend
- Niet tastbaar
Subjectieve recht:
- Bevoegdheden en rechten die van toepassing zijn op een individu
- Wanneer een individu als rechtsobject een beroep doet op het objectieve
recht dan wordt het subjectief recht
Positief recht
- Recht dat is opgetekend
- Product van mensen
- Vastgesteld in een rechtsbron
- Terug te vinden
Natuurrecht
- Recht dat je van nature hebt
- Niet opgeschreven
- Hoeft geen product van mensen te zijn
- ‘hoger recht’ zoals Goddelijk recht maar ook ‘rationalistisch natuurrecht’
- Kan gecodificeerd worden tot positief recht
Publiekrecht
- Richt zich op de staat
- Dient algemeen belang
- Verticale verhouding overheid en burger
- Initiatief tot handhaven ligt bij de overheid
Privaatrecht
- Heeft betrekking op individuen
, - Dient particuliere belangen
- Horizontale verhouding tussen burgers
- Initiatief tot handhaven ligt bij de burger
Dwingend recht
- Recht waar door de belanghebbende niet mag worden afgeweken
- Vb. huwelijkse voorwaarden laten vastleggen bij notariële akte → art. 1:115
BW (p.45)
Aanvullend recht
- Geldt als de partijen zelf niets overeengekomen zijn
- Vb. plaats van nakoming → art. 6:41 BW (p.395)
Formeel recht
- Procedureel recht
- Procedures voor het behandelen van een strafzaak → art. 310 Sr
Materieel recht
- Inhoud
- Artikel dat stelt dat diefstal strafbaar is → art. 27a Sv
Rechtsbronnen
Bronnen van het recht:
1. De wet
2. Gewoonte
3. De rechtsspraak
4. Het verdrag
De wet wordt verdeeld in twee categorieën:
1. De wet in formele zin
o Ieder gezamenlijk besluit van regering en Staten-Generaal dat
volgens een bepaalde procedure tot stand is gekomen → art. 81
Grondwet
o Bijzondere status in de Nederlandse rechtsorde → afkomstig van de
hoogste wetgever
o De rechter mag een wet in formele zin niet toetsen aan de Grondwet
Wetten die gemaakt zijn door lagere wetgevers mogen wel
aan de grondwet getoetst worden
2. De wet in materiële zin
o Iedere naar buiten werkende algemene de burgers bindende
regeling, uitgaand van een overheidsorgaan, dat zijn bevoegdheid
direct ontleent aan een wet in formele zin
o Inhoudelijke regels die burgers bindt
o Kan tegelijkertijd wet in formele zin zijn
Soorten regels
1. Normatieve regels: Normeren het gedrag van burgers, bedrijven en de
overheid. Schrijven voor wat er onder bepaalde omstandigheden moet
gebeuren.
Werkgroep 1 opdrachten
Opdracht 1
a. Strafrecht
b. Publiekrecht
c.
Opdracht 2
a. Als boven een artikel staat dat het bevoegd is door de Raad van State is
het een formele wet.
b. Nee
Opdracht 3
a. Ja, deze rechtsregel is een normatieve regel. De modaliteit is een verbod.
b. Deze wetsbepaling bevat cumulatieve voorwaarden
c. Het rechtsgevolg is een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of een
geldboete van de vierde categorie.
Opdracht 4
a. De politierechter
b. Na het oordeel van het OM is de zaak van eenvoudige aard
c. Een gevangenisstraf van niet meer dan één jaar.
Opdracht 5
De rechter zal de verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf van vier
maanden. Er is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan,
het bewezen is gekwalificeerd als diefstal.
,Werkgroep 1 aantekeningen
TENTAMEN 26 OKTOBER!!!
Wat is recht?
→ Het geheel van de regels dat de samenleving ordent
Waartoe dient het recht?
→ het recht dient ervoor om ordehandhaving, veiligheid, vrede, vrijheid en
gelijkheid te bevorderen of in stand te brengen. Het is een stelsel van wetten en
regels, zodat het maatschappelijke verkeer in goede banen wordt geleid.
Onderscheidingen binnen het recht
- Objectief recht en subjectief recht
- Positief recht en natuurrecht
- Publiekrecht en privaatrecht
- Dwingend recht en aanvullend recht
- Formeel recht en materieel recht
Objectieve recht:
- Het geheel van regels of normen dat de samenleving ordent
- Algemeen recht
- Overkoepelend
- Niet tastbaar
Subjectieve recht:
- Bevoegdheden en rechten die van toepassing zijn op een individu
- Wanneer een individu als rechtsobject een beroep doet op het objectieve
recht dan wordt het subjectief recht
Positief recht
- Recht dat is opgetekend
- Product van mensen
- Vastgesteld in een rechtsbron
- Terug te vinden
Natuurrecht
- Recht dat je van nature hebt
- Niet opgeschreven
- Hoeft geen product van mensen te zijn
- ‘hoger recht’ zoals Goddelijk recht maar ook ‘rationalistisch natuurrecht’
- Kan gecodificeerd worden tot positief recht
Publiekrecht
- Richt zich op de staat
- Dient algemeen belang
- Verticale verhouding overheid en burger
- Initiatief tot handhaven ligt bij de overheid
Privaatrecht
- Heeft betrekking op individuen
, - Dient particuliere belangen
- Horizontale verhouding tussen burgers
- Initiatief tot handhaven ligt bij de burger
Dwingend recht
- Recht waar door de belanghebbende niet mag worden afgeweken
- Vb. huwelijkse voorwaarden laten vastleggen bij notariële akte → art. 1:115
BW (p.45)
Aanvullend recht
- Geldt als de partijen zelf niets overeengekomen zijn
- Vb. plaats van nakoming → art. 6:41 BW (p.395)
Formeel recht
- Procedureel recht
- Procedures voor het behandelen van een strafzaak → art. 310 Sr
Materieel recht
- Inhoud
- Artikel dat stelt dat diefstal strafbaar is → art. 27a Sv
Rechtsbronnen
Bronnen van het recht:
1. De wet
2. Gewoonte
3. De rechtsspraak
4. Het verdrag
De wet wordt verdeeld in twee categorieën:
1. De wet in formele zin
o Ieder gezamenlijk besluit van regering en Staten-Generaal dat
volgens een bepaalde procedure tot stand is gekomen → art. 81
Grondwet
o Bijzondere status in de Nederlandse rechtsorde → afkomstig van de
hoogste wetgever
o De rechter mag een wet in formele zin niet toetsen aan de Grondwet
Wetten die gemaakt zijn door lagere wetgevers mogen wel
aan de grondwet getoetst worden
2. De wet in materiële zin
o Iedere naar buiten werkende algemene de burgers bindende
regeling, uitgaand van een overheidsorgaan, dat zijn bevoegdheid
direct ontleent aan een wet in formele zin
o Inhoudelijke regels die burgers bindt
o Kan tegelijkertijd wet in formele zin zijn
Soorten regels
1. Normatieve regels: Normeren het gedrag van burgers, bedrijven en de
overheid. Schrijven voor wat er onder bepaalde omstandigheden moet
gebeuren.