Beginselen van de
democratische rechtsstaat
Werkgroep 1 opdrachten
Opdracht 1
a. Bij dwang is er sprake van een dwingende machtsuitoefening en bij gezag
wordt er dwang uitgeoefend op basis van wettelijke bevoegdheid.
b. Nee, dat is niet vereist.
c. Bepaalde handelingen worden beperkt omdat dat niet zonder overleg
zomaar gedaan mag worden vanwege het lidmaatschap.
d. Art 92 GW
e. Voor: er zijn wetten die voor de hele EU gelden.
Tegen: Landen hebben wetten die alléén op dat land slaan en niet op de
rest van de EU
Opdracht 2
a. Legaliteitsbeginsel: De wet dient duidelijk te
beschrijven óf en wanneer een overheidsorgaan bevoegd is tot ingrijpen in
de rechten of vrijheden van burgers. Het legaliteitsbeginsel betekent
kortgezegd dat zowel de overheid als de burgers van een staat gebonden
zijn aan de wet.
Machtenscheiding: Dan wordt het geen dictatuur
Grondrechten: De staat garandeert dat burgers zich kunnen beroepen op
grondrechten om zo de rechten en vrijheden van burgers te beschermen.
Onafhankelijke rechterlijke macht: een rechterlijke macht waar een
president of koning geen invloed op kan uitoefenen, dit zorgt ervoor dat er
geen machtsmisbruik kan voorkomen
b. Dat zie je goed terug want er moet een scheiding der machten zijn wilt een
staat een rechtsstaat zijn.
c.
Opdracht 3
a. Het minderjarige kind heeft recht op het Nederlanderschap omdat
tenminste één van de ouders Nederlander is. Art. 5
b. De Australische vrouw heeft recht op het Nederlanderschap omdat ze
minstens 3 jaar is getrouwd met een Nederlander en ze heeft minstens 15
jaar op Nederlands grondgebied gewoond. Art 6, lid 1, sub g
Opdracht 4
a. Hoofdstuk 1
b. Hoofdstuk 5
c. Wetten en besluiten worden "organiek" genoemd, omdat zij betrekking
hebben op de organen en de organisatie van de Staat en zijn onderdelen.
Vb. gemeentewet en de provinciewet
d. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden is een overeenkomst
tussen de landen van het Koninkrijk der Nederlanden. Het regelt de
verhoudingen tussen die landen.
, Het Statuut verschilt van de grondwet omdat het Statuur over
verschillende landen gaat en de Grondwet alléén over Nederland.
Werkgroep 1 aantekeningen
Staat
1. Gebied
2. Groep mensen
3. Interne soevereiniteit
4. Externe soevereiniteit
Chaos → staat → machtsmisbruik/dictatuur
Om een dictatuur te voorkomen:
- Legaliteit
- Machtenscheiding
o Functie
Uitvoerend
Wetgevend
Rechtsprekend
o Federatie
- Grondrechten
- Rechtsbescherming
Constitutie → regels zoals ze zijn
Grondwet → op schrift
Wetgevende macht Nederland → regering en Staten Generaal
Uitvoerende macht Nederland → regering (en Tweede Kamer) Géén
strikte Trias Politica
Rechterlijke macht Nederland
democratische rechtsstaat
Werkgroep 1 opdrachten
Opdracht 1
a. Bij dwang is er sprake van een dwingende machtsuitoefening en bij gezag
wordt er dwang uitgeoefend op basis van wettelijke bevoegdheid.
b. Nee, dat is niet vereist.
c. Bepaalde handelingen worden beperkt omdat dat niet zonder overleg
zomaar gedaan mag worden vanwege het lidmaatschap.
d. Art 92 GW
e. Voor: er zijn wetten die voor de hele EU gelden.
Tegen: Landen hebben wetten die alléén op dat land slaan en niet op de
rest van de EU
Opdracht 2
a. Legaliteitsbeginsel: De wet dient duidelijk te
beschrijven óf en wanneer een overheidsorgaan bevoegd is tot ingrijpen in
de rechten of vrijheden van burgers. Het legaliteitsbeginsel betekent
kortgezegd dat zowel de overheid als de burgers van een staat gebonden
zijn aan de wet.
Machtenscheiding: Dan wordt het geen dictatuur
Grondrechten: De staat garandeert dat burgers zich kunnen beroepen op
grondrechten om zo de rechten en vrijheden van burgers te beschermen.
Onafhankelijke rechterlijke macht: een rechterlijke macht waar een
president of koning geen invloed op kan uitoefenen, dit zorgt ervoor dat er
geen machtsmisbruik kan voorkomen
b. Dat zie je goed terug want er moet een scheiding der machten zijn wilt een
staat een rechtsstaat zijn.
c.
Opdracht 3
a. Het minderjarige kind heeft recht op het Nederlanderschap omdat
tenminste één van de ouders Nederlander is. Art. 5
b. De Australische vrouw heeft recht op het Nederlanderschap omdat ze
minstens 3 jaar is getrouwd met een Nederlander en ze heeft minstens 15
jaar op Nederlands grondgebied gewoond. Art 6, lid 1, sub g
Opdracht 4
a. Hoofdstuk 1
b. Hoofdstuk 5
c. Wetten en besluiten worden "organiek" genoemd, omdat zij betrekking
hebben op de organen en de organisatie van de Staat en zijn onderdelen.
Vb. gemeentewet en de provinciewet
d. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden is een overeenkomst
tussen de landen van het Koninkrijk der Nederlanden. Het regelt de
verhoudingen tussen die landen.
, Het Statuut verschilt van de grondwet omdat het Statuur over
verschillende landen gaat en de Grondwet alléén over Nederland.
Werkgroep 1 aantekeningen
Staat
1. Gebied
2. Groep mensen
3. Interne soevereiniteit
4. Externe soevereiniteit
Chaos → staat → machtsmisbruik/dictatuur
Om een dictatuur te voorkomen:
- Legaliteit
- Machtenscheiding
o Functie
Uitvoerend
Wetgevend
Rechtsprekend
o Federatie
- Grondrechten
- Rechtsbescherming
Constitutie → regels zoals ze zijn
Grondwet → op schrift
Wetgevende macht Nederland → regering en Staten Generaal
Uitvoerende macht Nederland → regering (en Tweede Kamer) Géén
strikte Trias Politica
Rechterlijke macht Nederland