Musculus = spier
Tendo = pees, uitloper van een spier
Origo = begin pees; waar hij vast zit op de immobiele stuk, waar we het
bewegelijke stuk naartoe willen trekken
Insertio = aanhechting van de pees op het bewegelijk deel
Aponeurose = Eindpees die veel zwaarder moet dragen; eind vezels lopen
breed uit, wordt een dikke witte pees met een plaatvormige structuur. Is vaak
doorschijnend. vezels spreiden bredere uit, waardoor er meer kracht te verdelen
is. Platte spieren
Musculus pennatus = Pezige strook inbouwen, gevederd lopen de vezels op de
peesplaat.
Bursa synovialis = slijmbeurs; voorkomt dat er tussen de pees en de
beenfragmenten een slijmbeurs ligt. Glijkussen waar de pees over kan glijden.
Binnenzijde produceert vocht
Vagina synovialis = peesschede; omgeeft de pees en krijgt een
aangrijpingspunt. Rondom de pees ligt een zak met synoviaal vocht en de pees
wordt omgeven
Os sesamoideum = sesamsbeentje; botje tussen de pees en een onderliggend
bot. Beschermt tegen het schuren van het bot en pees
Fascia/ fascie = bindweefsel verpakkingen/ lamellen. Zorgen voor de
verpakking van spieren.
Oppervlakkige fascie = bindweefsel lamellen die tussen de huid en de spieren
inliggen. De huid beweegt over onderliggend weefsel dit is de fasci die het
mogelijk maakt
Diepe fascie = insnijden van een lidmaat; eerst door de verpakking snijden
voordat je de spier krijgt te zien