Thema 4; Cross-cultural issues related to society and
work
Vignet 1
Leerdoel:
- Hoe verschilt het tussen culturen waar waarde aan gehecht wordt?
(werk)
Vignet 2
Leerdoel:
- Hoe zijn de dimensies van Hofstede te generaliseren naar de
werkvloer binnen organisaties tussen culturen?
Vignet 3
Leerdoel:
- Hoe verschillen leiderschapsstijlen over culturen?
Vignet 4
Leerdoel:
- Wat is ecological fallacy?
Artikel 1: Dimensionalizing cultures: the hofstede model in
context, Hofstede
Het artikel beschrijft in het kort Hofstede’s model van zes dimensies van
nationale culturen: power distance, uncertainty avoidance,
individualism/collectivism, masculinity/femininity, long/short term
orientation en indulgence/restraint.
Het beschrijft de zes geheel verschillende dimensies in organisationele
culturen.
Cultuur wordt op veel verschillende manieren gedefinieerd.
Hofstede definieert het als: ‘Cultuur is het collectieve programmeren van
de geest dat de leden van één groep of categorie onderscheid van
anderen’.
Sociale culturen bevinden zich in (vaak onbewuste) waarden, algemene
neigingen op bepaalde staten van zaken de voorkeur te geven over
anderen.
Organisationele culturen bevinden zich vaak in (zichtbare en bewuste)
praktijken, de manier waarop mensen wat er omgaat in hun
organisationele omgeving ontvangen.
Het classificeren van culturen: conceptuele dimensies
In een artikel dat eerst gepubliceerd is in 1952 beargumentieerde
Kluckhohn dat er universele categorieën van cultuur zullen zijn.
Maar… veel auteurs in de tweede helft van de 20ste eeuw hebben
gespeculeerd over de natuur van de basisproblemen van maatschappijen
die onderscheidene dimensies van cultuur representeren.
- Kluckhohn en Strodtbeck hebben vijf dichtbijzijnde geografisch
kleine communies in het Zuidwest-Amerika bestudeerd. Op basis van
deze studie onderscheidde zij: vijf waardeoriëntaties.
, o Een evaluatie van de menselijke natuur
o De relatie van de mens met de omgevende natuurlijke
omgeving
o De oriëntatie in tijd
o De oriëntatie richting activiteit
o Relaties tussen mensen
De één- of meer dimensionale classificatie representeren subjectieve
reflectieve pogingen om een complexe realiteit te ordenen. Elk is
sterk gekleurd door de subjectieve keuzes van de auteur(s). Ze laten
wat overlap zien, maar hun gebrek aan duidelijkheid over en mixen
van levels van analyses hebben ernstige methodologische
zwakheden.
Deze zwakheden werden vermeden in een extensief reviewartikel voor
Inkeles en Levinson
(1969). Zij limiteerde zichzelf tot cultuur op het niveau van landen en ze
vatte alle beschikbare sociologische en antropologische studies samen die
betrekking hadden op wat toen nationaal karakter genoemd werd. Wat
Hofstede dimensies noemt, noemen zij ‘standard analytic issues’. Er waren
drie standaard analytische punten:
1) Relatie tot autoriteit
2) Het concept van de zelf, inclusief het de concepten van het individu
van masculinity en femininity.
3) Primaire dilemma’s of conflicten, en manieren om met deze om te
gaan, inclusief de controle van agressie en de expressie versus
inhibitie van affect.
Empirische benaderingen en de Hofstede dimensies
Ecological = analyse van data op hoger niveau van aggregatie. Stabiliteit
van de resultaten van een ecologische factor analyse hangt niet af van het
aantal cases, maar van het aantal individuen wiens scores samengevoegd
zijn in deze cases.
Dimensie = aspect van een cultuur dat gemeten kan worden. Scores op
een dimensie correleerde sign met conceptuele gerelateerde externe data.
Hieruit ontstonden 6 dimensies:
1. Power Distance = gerelateerd aan verschillende oplossingen op
basis problemen van menselijke ongelijkheid en hoe dit
geaccepteerd wordt
2. Uncertainty Avoidance = gerelateerd aan niveau van stress in
een samenleving door onbekende toekomst/situatie
3. Indivudalisme vs Collectivisme = gerelateerd aan integratie van
individuen in primaire groepen.
4. Masculinity vs Femininity = gerelateerd aan verdeling van
emotierollen tussen man en vrouw
5. Long Term vs Short Term Orientation = gerelateerd aan keuzes
voor de focus van moeite van mensen: toekomst, heden of verleden
6. Indulgence vs Restraint = gerelateerd aan voldoening vs controle
van basis verlangens van mensen aan het genieten van het leven.
work
Vignet 1
Leerdoel:
- Hoe verschilt het tussen culturen waar waarde aan gehecht wordt?
(werk)
Vignet 2
Leerdoel:
- Hoe zijn de dimensies van Hofstede te generaliseren naar de
werkvloer binnen organisaties tussen culturen?
Vignet 3
Leerdoel:
- Hoe verschillen leiderschapsstijlen over culturen?
Vignet 4
Leerdoel:
- Wat is ecological fallacy?
Artikel 1: Dimensionalizing cultures: the hofstede model in
context, Hofstede
Het artikel beschrijft in het kort Hofstede’s model van zes dimensies van
nationale culturen: power distance, uncertainty avoidance,
individualism/collectivism, masculinity/femininity, long/short term
orientation en indulgence/restraint.
Het beschrijft de zes geheel verschillende dimensies in organisationele
culturen.
Cultuur wordt op veel verschillende manieren gedefinieerd.
Hofstede definieert het als: ‘Cultuur is het collectieve programmeren van
de geest dat de leden van één groep of categorie onderscheid van
anderen’.
Sociale culturen bevinden zich in (vaak onbewuste) waarden, algemene
neigingen op bepaalde staten van zaken de voorkeur te geven over
anderen.
Organisationele culturen bevinden zich vaak in (zichtbare en bewuste)
praktijken, de manier waarop mensen wat er omgaat in hun
organisationele omgeving ontvangen.
Het classificeren van culturen: conceptuele dimensies
In een artikel dat eerst gepubliceerd is in 1952 beargumentieerde
Kluckhohn dat er universele categorieën van cultuur zullen zijn.
Maar… veel auteurs in de tweede helft van de 20ste eeuw hebben
gespeculeerd over de natuur van de basisproblemen van maatschappijen
die onderscheidene dimensies van cultuur representeren.
- Kluckhohn en Strodtbeck hebben vijf dichtbijzijnde geografisch
kleine communies in het Zuidwest-Amerika bestudeerd. Op basis van
deze studie onderscheidde zij: vijf waardeoriëntaties.
, o Een evaluatie van de menselijke natuur
o De relatie van de mens met de omgevende natuurlijke
omgeving
o De oriëntatie in tijd
o De oriëntatie richting activiteit
o Relaties tussen mensen
De één- of meer dimensionale classificatie representeren subjectieve
reflectieve pogingen om een complexe realiteit te ordenen. Elk is
sterk gekleurd door de subjectieve keuzes van de auteur(s). Ze laten
wat overlap zien, maar hun gebrek aan duidelijkheid over en mixen
van levels van analyses hebben ernstige methodologische
zwakheden.
Deze zwakheden werden vermeden in een extensief reviewartikel voor
Inkeles en Levinson
(1969). Zij limiteerde zichzelf tot cultuur op het niveau van landen en ze
vatte alle beschikbare sociologische en antropologische studies samen die
betrekking hadden op wat toen nationaal karakter genoemd werd. Wat
Hofstede dimensies noemt, noemen zij ‘standard analytic issues’. Er waren
drie standaard analytische punten:
1) Relatie tot autoriteit
2) Het concept van de zelf, inclusief het de concepten van het individu
van masculinity en femininity.
3) Primaire dilemma’s of conflicten, en manieren om met deze om te
gaan, inclusief de controle van agressie en de expressie versus
inhibitie van affect.
Empirische benaderingen en de Hofstede dimensies
Ecological = analyse van data op hoger niveau van aggregatie. Stabiliteit
van de resultaten van een ecologische factor analyse hangt niet af van het
aantal cases, maar van het aantal individuen wiens scores samengevoegd
zijn in deze cases.
Dimensie = aspect van een cultuur dat gemeten kan worden. Scores op
een dimensie correleerde sign met conceptuele gerelateerde externe data.
Hieruit ontstonden 6 dimensies:
1. Power Distance = gerelateerd aan verschillende oplossingen op
basis problemen van menselijke ongelijkheid en hoe dit
geaccepteerd wordt
2. Uncertainty Avoidance = gerelateerd aan niveau van stress in
een samenleving door onbekende toekomst/situatie
3. Indivudalisme vs Collectivisme = gerelateerd aan integratie van
individuen in primaire groepen.
4. Masculinity vs Femininity = gerelateerd aan verdeling van
emotierollen tussen man en vrouw
5. Long Term vs Short Term Orientation = gerelateerd aan keuzes
voor de focus van moeite van mensen: toekomst, heden of verleden
6. Indulgence vs Restraint = gerelateerd aan voldoening vs controle
van basis verlangens van mensen aan het genieten van het leven.