Opdracht 3 (week 3), werkgroep Goederenrecht B2
Onderwerpen:
Erfdienstbaarheid
Erfpachtrecht
Opstalrecht
Vruchtgebruik
Literatuur:
Pitlo: nrs. 588-705 (hoofdstuk 12)
Arrest:
HR 3 mei 1996, NJ 1996, 501 (Huizing/Ned. Stichting voor andere woonvormen) (zie
ook week 2)
1
, Twee soorten beperkte rechten: zekerheidsrechten en genotsrechten. Zekerheidsrechten dienen
om zekerheid te krijgen in het kader van leningen (hypotheek en pandrecht). Genotsrechten
geven een bepaald genot op een goed/zaak (erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal en
vruchtgebruik). Boek 5 gaat over zakelijke rechten. Alleen vruchtgebruik staat in boek 3,
heeft namelijk betrekking op alle goederen. Je krijgt het goederenrechtelijke recht om van een
bepaald goed gebruik te maken.
Erfdienstbaarheid: twee erven naast elkaar. Degene met het heersende erf krijgt een
bevoegdheid om bijvoorbeeld door de tuin te lopen van zijn buurman, het dienende erf.
Buurman moet dulden.
Erfpacht: kan voor onbepaalde tijd of bepaalde tijd. Stuk grond pachten.
Opstal: gebouw is duurzaam met de grond verenigd. Wordt nagetrokken door de grond.
Opstal is een manier om de natrekking te doorbreken. Eigenaar van de grond wordt niet de
eigenaar van het gebouw.
Casus 1 (erfpacht en erfdienstbaarheid)
Ferd is erfpachter van een winkelpand en de daarnaast gelegen eengezinswoning in
Amsterdam. Hoofdgerechtigde van het winkelpand en de woning is de gemeente Amsterdam.
In de erfpachtvoorwaarden is bepaald dat de erfpachter zijn recht niet kan overdragen zonder
toestemming van de hoofdgerechtigde.
In 2004 verkoopt en levert Ferd het erfpachtrecht op het windelpand en de daarnaast gelegen
eengezinswoning aan Naomi. Direct na de levering van het erfpachtrecht vestigt Naomi op het
erfpachtrecht een recht van hypotheek ten behoeve van de Amsterdamse Bank. Zij betrekt de
woning en gebruikt de winkel voor de verkoop van damesmode.
In 2015 raakt de gemeente Amsterdam op de hoogte van het feit dat het recht van erfpacht aan
Naomi is geleverd. Zij heeft daarvoor geen toestemming gegeven.
Vraag 1
Heeft de levering van het erfpachtrecht door Ferd aan Naomi in 2004 geleid tot een
rechtsgeldige verkrijging van dat recht door Naomi?
Gemeente Amsterdam is eigenaar van de grond. Er staat een winkelpand en een
eengezinswoning. Eigenaar van de grond is eigenaar van de gebouwen (art. 5:20 lid 1 BW),
dus de gemeente.
Ferd heeft erfpacht gekregen op winkelpand en eengezinswoning. Erfpacht is geregeld in art.
5:85 BW. Ferd mag de panden hierdoor houden en gebruiken. Met erfpacht blijft gemeente
eigenaar en krijgen ze een vergoeding. Voor overdracht heb je een art. 3:98 jo 3:84 BW: titel,
bb en levering (art. 3:89 BW) nodig. In beginsel als hier aan is voldaan kan Ferd aan Naomi
overdragen.
Maar in de erfpachtvoorwaarden is bepaald dat de erfpachter zijn recht niet kan overdragen
zonder toestemming van de hoofdgerechtigde. De voorwaarden dat de erfpachter zijn recht
niet kan overdragen zonder toestemming van de hoofdgerechtigde is geregeld in art. 5:91 lid 1
BW. Gemeente wil niet zomaar geconfronteerd worden met een nieuwe erfpachter.
Dus in principe kan Ferd rechtsgeldig aan Naomi leveren, maar in de erfpachtvoorwaarden is
anders bepaald. Dus in dit geval is het niet mogelijk.
Vraag 2
Kan Naomi door verjaring rechthebbende van het erfpachtrecht zijn geworden? Zo ja, onder
welke voorwaarden?
Erfpacht kan ontstaan door vestiging (art. 3:98 jo 3:84 jo 3:89 BW) en verjaring.
2
Onderwerpen:
Erfdienstbaarheid
Erfpachtrecht
Opstalrecht
Vruchtgebruik
Literatuur:
Pitlo: nrs. 588-705 (hoofdstuk 12)
Arrest:
HR 3 mei 1996, NJ 1996, 501 (Huizing/Ned. Stichting voor andere woonvormen) (zie
ook week 2)
1
, Twee soorten beperkte rechten: zekerheidsrechten en genotsrechten. Zekerheidsrechten dienen
om zekerheid te krijgen in het kader van leningen (hypotheek en pandrecht). Genotsrechten
geven een bepaald genot op een goed/zaak (erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal en
vruchtgebruik). Boek 5 gaat over zakelijke rechten. Alleen vruchtgebruik staat in boek 3,
heeft namelijk betrekking op alle goederen. Je krijgt het goederenrechtelijke recht om van een
bepaald goed gebruik te maken.
Erfdienstbaarheid: twee erven naast elkaar. Degene met het heersende erf krijgt een
bevoegdheid om bijvoorbeeld door de tuin te lopen van zijn buurman, het dienende erf.
Buurman moet dulden.
Erfpacht: kan voor onbepaalde tijd of bepaalde tijd. Stuk grond pachten.
Opstal: gebouw is duurzaam met de grond verenigd. Wordt nagetrokken door de grond.
Opstal is een manier om de natrekking te doorbreken. Eigenaar van de grond wordt niet de
eigenaar van het gebouw.
Casus 1 (erfpacht en erfdienstbaarheid)
Ferd is erfpachter van een winkelpand en de daarnaast gelegen eengezinswoning in
Amsterdam. Hoofdgerechtigde van het winkelpand en de woning is de gemeente Amsterdam.
In de erfpachtvoorwaarden is bepaald dat de erfpachter zijn recht niet kan overdragen zonder
toestemming van de hoofdgerechtigde.
In 2004 verkoopt en levert Ferd het erfpachtrecht op het windelpand en de daarnaast gelegen
eengezinswoning aan Naomi. Direct na de levering van het erfpachtrecht vestigt Naomi op het
erfpachtrecht een recht van hypotheek ten behoeve van de Amsterdamse Bank. Zij betrekt de
woning en gebruikt de winkel voor de verkoop van damesmode.
In 2015 raakt de gemeente Amsterdam op de hoogte van het feit dat het recht van erfpacht aan
Naomi is geleverd. Zij heeft daarvoor geen toestemming gegeven.
Vraag 1
Heeft de levering van het erfpachtrecht door Ferd aan Naomi in 2004 geleid tot een
rechtsgeldige verkrijging van dat recht door Naomi?
Gemeente Amsterdam is eigenaar van de grond. Er staat een winkelpand en een
eengezinswoning. Eigenaar van de grond is eigenaar van de gebouwen (art. 5:20 lid 1 BW),
dus de gemeente.
Ferd heeft erfpacht gekregen op winkelpand en eengezinswoning. Erfpacht is geregeld in art.
5:85 BW. Ferd mag de panden hierdoor houden en gebruiken. Met erfpacht blijft gemeente
eigenaar en krijgen ze een vergoeding. Voor overdracht heb je een art. 3:98 jo 3:84 BW: titel,
bb en levering (art. 3:89 BW) nodig. In beginsel als hier aan is voldaan kan Ferd aan Naomi
overdragen.
Maar in de erfpachtvoorwaarden is bepaald dat de erfpachter zijn recht niet kan overdragen
zonder toestemming van de hoofdgerechtigde. De voorwaarden dat de erfpachter zijn recht
niet kan overdragen zonder toestemming van de hoofdgerechtigde is geregeld in art. 5:91 lid 1
BW. Gemeente wil niet zomaar geconfronteerd worden met een nieuwe erfpachter.
Dus in principe kan Ferd rechtsgeldig aan Naomi leveren, maar in de erfpachtvoorwaarden is
anders bepaald. Dus in dit geval is het niet mogelijk.
Vraag 2
Kan Naomi door verjaring rechthebbende van het erfpachtrecht zijn geworden? Zo ja, onder
welke voorwaarden?
Erfpacht kan ontstaan door vestiging (art. 3:98 jo 3:84 jo 3:89 BW) en verjaring.
2