OUDEREN – PRAKTIJK
KRACHTTRAINING EN AGEISM
COMMUNICATIE MET OUDEREN
Ageism = stereotyperen, discrimineren en vooroordelen hebben ten opzichte van een andere
leeftijdsgroep
Ageism veroorzaakt
o Cardiovasculaire stress
o Lager zelfbeeld – selffulfilling prophecy
o Gedaalde productiviteit
o Verminderde cognitie
Negatieve attitude tov veroudering
o Risico op gezondheidsproblemen
o Slechtere fysieke gezondheid
o Slechtere mentale gezondheid
o Trager herstel na ziekten
o Leven 7,5j minder!
Ageism in de gezondheidszorg
o Klachten = leeftijd
o Behandeling ontzeggen omwille van leeftijd
o ‘baby talk’ = ‘elderly speak’
o Kine in de geriatrie = onderhoud
Kenmerken
o Uit zich op 3 verschillende domeinen
Cognitief
Affectief
Gedragsmatig
o Bewust/onbewust
o Anderen/zichzelf
o 3 verschillende niveau’s
Intrapersoonlijk
Interpersoonlijk
Institutioneel (maatschappelijk)
Systematische review
o Case study
o Facotren die percepties van eerste
jaarstudenten beïnvloeden
o Resultaten
Confrontatie met negatieve
houding (verbaal en niet-
verbaal) van zorgverleners tov
ouderen
Persoonlijke (persoonlijke
omgeving) en klinische ervaring
1
, Ontwikkelen interpersoonlijke relaties in de praktijk (luisteren vs oefenen)
o Soorten interventies
Educatie
Contact tussen generaties
Combinatie
Communicatie
o Ontvanger = oudere persoon = heterogeen
Sociaal/cultureel/educatie
Medische voorgeschiedenis
Fysieke beperkingen, verlies sensorische systemen
Cognitieve beperkingen
Emotionele status
Taal
o Feedback
Kennis van uitvoering (feedback tijdens oefening) vs kennis van resultaat (feedback
na oefening)
Concurrent feedback vs terminal feedback
Bij veel feedback wordt P afhankelijk van T ↔ te weinig feedback geeft geen
leereffect
“as much as necessary, as little as possible”
Be a guide, not a hero!
o Dementie
Lichaamstaal (amygdala is het eerste dat ze verliezen schieten sneller in fight of
flight) + toon van stem
Eenvoudige + directe boodschappen
Gemakkelijke vragen stellen (geen vragen waar ze op zullen falen)
KRACHTTRAINING BIJ OUDEREN
Inleiding
Minder functionele capaciteit minder
functionele reserves minder weerstand
tegen stressor event
o Persoon b: veel sneller verval van
functionele capaciteiten
o Fysiologische reserve zo hoog
mogelijk houden
Bepaalde facotren beïnvloeden weerstand
Naar ADL activiteiten kijken
o Hoe zwaar is dit voor een jongere persoon, en hoe zwaar is dit voor een oudere persoon
o Voor jongeren niet zwaar, voor ouderen wel
o Rechtstaan uit stoel is bijna 100% van het
kunnen van ouderen ze gaan deze
bewegingen niet meer doen
1RM living
Alle inspanningen die ze dien zitten dicht bij hun 1RM
Krachttraining zodat ADL taken niet meer = 1RM
Kijken naar volledige P: helikopter view
2
, Spiermassa – spierkracht – spierfunctie
Fysiek zelfstandig = spiermassa + spierfunctie
Piekwaarde spiermassa = 18-30j
Invloed spiermassa
o Uitvoeren ADL
o Thermoregulatie
o Vochtbalans
o Insuline- en glucosehuishouding
o Productie eiwitten door skeletspieren
o Absorptie en metabolisering medicatie (vetmassa/vetvrijemassa)
Spiermassa vs spierfunctie
o Spierfunctie = spierkracht + explosiviteit + krachtuithouding + lenigheid + coördinatie + …
Spieratrofie + spierzwakte beperkingen mobiliteit en zelfredzaamheid
Maximale kracht = hoogst kracht die spier kan ontwikkelen bij een willekeurige contractie
o Beïnvloed door
Morfologische factoren
Neurogene factoren
Energetische factoren
o Krachtverlies door
Verouderen CZS
Trage overdracht tussen neurale prikkel en spier
Stijging bind-vetweefsel in spier
Minder elasticiteit en stijgende interne weerstand
Afname spiermassa
Minder calcium afgifte in sarcoplasmatisch reticulum
Sarcopenie
= invloed van veroudering op spiermassa
Definitie: verlies van spiermassa + spierkracht en spierfunctie
Grote variabiliteit
Atrofie = verlies type 1 en 2 vezels + kleiner worden overblijvende vezels (vooral type 2)
Verloop spieratrofie
o Begin: 30-40j
Lineair met snelheid van 0,7-1,5% tussen 30 en
70j
o Naast atrofie ook kortere vezels + pennatiehoek wijzigt
(actine en myosine filamenten moeten optimaal in elkaar
kunnen schuiven)
o > 70j versnelling
-3,5% spierzwakte per levensjaar (biologische
veroudering)
Boven 70j functioneren veel mensen dicht tegen hun
maximale mogelijkheden
o Rechtkomen uit stoel = +/- 80% 1RM
3
KRACHTTRAINING EN AGEISM
COMMUNICATIE MET OUDEREN
Ageism = stereotyperen, discrimineren en vooroordelen hebben ten opzichte van een andere
leeftijdsgroep
Ageism veroorzaakt
o Cardiovasculaire stress
o Lager zelfbeeld – selffulfilling prophecy
o Gedaalde productiviteit
o Verminderde cognitie
Negatieve attitude tov veroudering
o Risico op gezondheidsproblemen
o Slechtere fysieke gezondheid
o Slechtere mentale gezondheid
o Trager herstel na ziekten
o Leven 7,5j minder!
Ageism in de gezondheidszorg
o Klachten = leeftijd
o Behandeling ontzeggen omwille van leeftijd
o ‘baby talk’ = ‘elderly speak’
o Kine in de geriatrie = onderhoud
Kenmerken
o Uit zich op 3 verschillende domeinen
Cognitief
Affectief
Gedragsmatig
o Bewust/onbewust
o Anderen/zichzelf
o 3 verschillende niveau’s
Intrapersoonlijk
Interpersoonlijk
Institutioneel (maatschappelijk)
Systematische review
o Case study
o Facotren die percepties van eerste
jaarstudenten beïnvloeden
o Resultaten
Confrontatie met negatieve
houding (verbaal en niet-
verbaal) van zorgverleners tov
ouderen
Persoonlijke (persoonlijke
omgeving) en klinische ervaring
1
, Ontwikkelen interpersoonlijke relaties in de praktijk (luisteren vs oefenen)
o Soorten interventies
Educatie
Contact tussen generaties
Combinatie
Communicatie
o Ontvanger = oudere persoon = heterogeen
Sociaal/cultureel/educatie
Medische voorgeschiedenis
Fysieke beperkingen, verlies sensorische systemen
Cognitieve beperkingen
Emotionele status
Taal
o Feedback
Kennis van uitvoering (feedback tijdens oefening) vs kennis van resultaat (feedback
na oefening)
Concurrent feedback vs terminal feedback
Bij veel feedback wordt P afhankelijk van T ↔ te weinig feedback geeft geen
leereffect
“as much as necessary, as little as possible”
Be a guide, not a hero!
o Dementie
Lichaamstaal (amygdala is het eerste dat ze verliezen schieten sneller in fight of
flight) + toon van stem
Eenvoudige + directe boodschappen
Gemakkelijke vragen stellen (geen vragen waar ze op zullen falen)
KRACHTTRAINING BIJ OUDEREN
Inleiding
Minder functionele capaciteit minder
functionele reserves minder weerstand
tegen stressor event
o Persoon b: veel sneller verval van
functionele capaciteiten
o Fysiologische reserve zo hoog
mogelijk houden
Bepaalde facotren beïnvloeden weerstand
Naar ADL activiteiten kijken
o Hoe zwaar is dit voor een jongere persoon, en hoe zwaar is dit voor een oudere persoon
o Voor jongeren niet zwaar, voor ouderen wel
o Rechtstaan uit stoel is bijna 100% van het
kunnen van ouderen ze gaan deze
bewegingen niet meer doen
1RM living
Alle inspanningen die ze dien zitten dicht bij hun 1RM
Krachttraining zodat ADL taken niet meer = 1RM
Kijken naar volledige P: helikopter view
2
, Spiermassa – spierkracht – spierfunctie
Fysiek zelfstandig = spiermassa + spierfunctie
Piekwaarde spiermassa = 18-30j
Invloed spiermassa
o Uitvoeren ADL
o Thermoregulatie
o Vochtbalans
o Insuline- en glucosehuishouding
o Productie eiwitten door skeletspieren
o Absorptie en metabolisering medicatie (vetmassa/vetvrijemassa)
Spiermassa vs spierfunctie
o Spierfunctie = spierkracht + explosiviteit + krachtuithouding + lenigheid + coördinatie + …
Spieratrofie + spierzwakte beperkingen mobiliteit en zelfredzaamheid
Maximale kracht = hoogst kracht die spier kan ontwikkelen bij een willekeurige contractie
o Beïnvloed door
Morfologische factoren
Neurogene factoren
Energetische factoren
o Krachtverlies door
Verouderen CZS
Trage overdracht tussen neurale prikkel en spier
Stijging bind-vetweefsel in spier
Minder elasticiteit en stijgende interne weerstand
Afname spiermassa
Minder calcium afgifte in sarcoplasmatisch reticulum
Sarcopenie
= invloed van veroudering op spiermassa
Definitie: verlies van spiermassa + spierkracht en spierfunctie
Grote variabiliteit
Atrofie = verlies type 1 en 2 vezels + kleiner worden overblijvende vezels (vooral type 2)
Verloop spieratrofie
o Begin: 30-40j
Lineair met snelheid van 0,7-1,5% tussen 30 en
70j
o Naast atrofie ook kortere vezels + pennatiehoek wijzigt
(actine en myosine filamenten moeten optimaal in elkaar
kunnen schuiven)
o > 70j versnelling
-3,5% spierzwakte per levensjaar (biologische
veroudering)
Boven 70j functioneren veel mensen dicht tegen hun
maximale mogelijkheden
o Rechtkomen uit stoel = +/- 80% 1RM
3