Analyse van bewegingen samenvatting
Afkortingen, symbolen, formules met bijhorende SI eenheid
Benaming Afkorting, symbool, formule SI eenheid
massa m kg
tijd t s
afstand s m
snelheid v = s/t m/s
versnelling a = v/t m/s²
valversnelling g 9,81m/s²
straal r m
hoek φ
hoeksnelheid ω = φ/t = v/r
Kracht F = m*a N
Zwaartekracht Fz = G = m*g N
Normaalkracht Fn N
Wrijvingscoëfficient μ
Wrijvingskracht Fw = μ * Fn N
Centripetale kracht m*ω²/r N
Spierkracht Fs N
Arbeid W = F*s J
Energie E J
Kinetische Energie Ek = m*v²/2 J
Potentiële Energie Ep = m*g*h J
Vermogen P = W/t = F*v W
Moment tov punt 0 M0 = F*s Nm
Druk F/opp N/cm²
Impuls p = m*v
Traagheidsmoment (bij rotaties) I = m * r²
Impulsmoment bij rotaties L=I*ω
Cos 0° = 1
Cos 90° = 0 y z x= z*cosφ
Sin 0° = 0 φ y= z*sinφ
Sin 90° = 1 x
Hoofd: 0.5 cm voor het gewricht achterhoofdsbeen met atlas
Romp: voorzijde L1
Romp en hoofd: voorzijde T11
Opperarm: midden schouder en ellebooggewricht
Voorarm: iets hoger dan midden
Hand: onderste epifyse van het tweede middenhandsbeen
Voorarm en hand: in het onderste derde van de voorarm
Bovenste lidmaat: ellebooggewricht
Dij: binnenzijde van het bovenstede derde van het dijbeen
Onderbeen: bovenste derde van de achterzijde van het scheenbeen
Voet: binnenzijde van het gewricht tussen scheepvormig been en sprongbeen
Onderbeen en voet: iets hoger dan het onderste derde van het scheenbeen
Gestrekt been: 6 tot 8 cm boven het kniegewricht
LZP in staande houding: bekken, thv derde heiligbeenwervel, juist boven lijn die de twee dijbeenhoofden met elkaar
verbindt.
,Examenopdracht analyse ¼ punten
Fase 1: Racket achteruit brengen
1. In welke gewrichten vindt welke beweging plaats?
GEWRICHT BEWEGING
Schoudergewricht Flexie, abductie, exorotatie
Ellebooggewricht Flexie
Polsgewricht Dorsaal flexie
Schouderblad Exorotatie
Heupgewricht Abductie
Wervelzuil Rotatie
2. In welke gewrichten vindt geen beweging plaats?
GEWRICHT STABILISATIE
Kniegewricht Stabilisatie
3. Welke beweging primeert in deze oefening?
Schouderflexie Om de racket naar achter te brengen om zo
kracht te creëren
Wervelzuil – rotatie Je draait je romp wanneer er een flexie
plaatsvindt in het schoudergewricht op het
moment dat de racket naar achter wordt
gebracht
4. Welke spieren behoren in deze fase van de oefening tot:
SPIERGROEP VERKLAAR
Agonisten Concentrisch
Deltoideus achterste bundel Bij abductie en flexie schoudergewricht
Biceps brachii Bij flexie ellebooggewricht
Latissimus dorsi Bij extensie schoudergewricht
Antagonisten Excentrisch
Triceps brachii Werkt excentrisch bij het naar achter brengen
van het racket
Zwaartekracht Zwaartekracht trekt de racket heel lichtjes naar
onder
,Stabiliseren Isometrisch
Buikspieren Voorkomen extensie rug bij het achterwaarts
zwaaien van de raket
Spieren core Stabiliteit lage rug
Fase 2: Arm strekken en wapenen
1. In welke gewrichten vindt welke beweging plaats?
GEWRICHT BEWEGING
Ellebooggewricht Extensie
Heupgewricht Verdere abductie
Wervelzuil Verdere rotatie
2. In welke gewrichten vindt geen beweging plaats?
GEWRICHT STABILISATIE
Kniegewricht Stabilisatie
Schoudergewricht Stabilisatie
Polsgewricht Stabilisatie
3. Welke beweging primeert in deze oefening?
Elleboogextensie Racket verder naar achter te brengen om meer
kracht en snelheid op te bouwen
, 4. Welke spieren behoren in deze fase van de oefening tot:
SPIERGROEP VERKLAAR
Agonisten Concentrisch
Triceps brachii Bij extensie ellebooggewricht
Antagonisten Excentrisch
Biceps brachii Werkt excentrisch bij extensie van
ellebooggewricht
Zwaartekracht Zwaartekracht trekt de racket heel lichtjes naar
onder
Stabiliseren Isometrisch
Buikspieren Voorkomen extensie rug bij het achterwaarts
zwaaien van de racket
Spieren core Stabiliteit lage rug
Afkortingen, symbolen, formules met bijhorende SI eenheid
Benaming Afkorting, symbool, formule SI eenheid
massa m kg
tijd t s
afstand s m
snelheid v = s/t m/s
versnelling a = v/t m/s²
valversnelling g 9,81m/s²
straal r m
hoek φ
hoeksnelheid ω = φ/t = v/r
Kracht F = m*a N
Zwaartekracht Fz = G = m*g N
Normaalkracht Fn N
Wrijvingscoëfficient μ
Wrijvingskracht Fw = μ * Fn N
Centripetale kracht m*ω²/r N
Spierkracht Fs N
Arbeid W = F*s J
Energie E J
Kinetische Energie Ek = m*v²/2 J
Potentiële Energie Ep = m*g*h J
Vermogen P = W/t = F*v W
Moment tov punt 0 M0 = F*s Nm
Druk F/opp N/cm²
Impuls p = m*v
Traagheidsmoment (bij rotaties) I = m * r²
Impulsmoment bij rotaties L=I*ω
Cos 0° = 1
Cos 90° = 0 y z x= z*cosφ
Sin 0° = 0 φ y= z*sinφ
Sin 90° = 1 x
Hoofd: 0.5 cm voor het gewricht achterhoofdsbeen met atlas
Romp: voorzijde L1
Romp en hoofd: voorzijde T11
Opperarm: midden schouder en ellebooggewricht
Voorarm: iets hoger dan midden
Hand: onderste epifyse van het tweede middenhandsbeen
Voorarm en hand: in het onderste derde van de voorarm
Bovenste lidmaat: ellebooggewricht
Dij: binnenzijde van het bovenstede derde van het dijbeen
Onderbeen: bovenste derde van de achterzijde van het scheenbeen
Voet: binnenzijde van het gewricht tussen scheepvormig been en sprongbeen
Onderbeen en voet: iets hoger dan het onderste derde van het scheenbeen
Gestrekt been: 6 tot 8 cm boven het kniegewricht
LZP in staande houding: bekken, thv derde heiligbeenwervel, juist boven lijn die de twee dijbeenhoofden met elkaar
verbindt.
,Examenopdracht analyse ¼ punten
Fase 1: Racket achteruit brengen
1. In welke gewrichten vindt welke beweging plaats?
GEWRICHT BEWEGING
Schoudergewricht Flexie, abductie, exorotatie
Ellebooggewricht Flexie
Polsgewricht Dorsaal flexie
Schouderblad Exorotatie
Heupgewricht Abductie
Wervelzuil Rotatie
2. In welke gewrichten vindt geen beweging plaats?
GEWRICHT STABILISATIE
Kniegewricht Stabilisatie
3. Welke beweging primeert in deze oefening?
Schouderflexie Om de racket naar achter te brengen om zo
kracht te creëren
Wervelzuil – rotatie Je draait je romp wanneer er een flexie
plaatsvindt in het schoudergewricht op het
moment dat de racket naar achter wordt
gebracht
4. Welke spieren behoren in deze fase van de oefening tot:
SPIERGROEP VERKLAAR
Agonisten Concentrisch
Deltoideus achterste bundel Bij abductie en flexie schoudergewricht
Biceps brachii Bij flexie ellebooggewricht
Latissimus dorsi Bij extensie schoudergewricht
Antagonisten Excentrisch
Triceps brachii Werkt excentrisch bij het naar achter brengen
van het racket
Zwaartekracht Zwaartekracht trekt de racket heel lichtjes naar
onder
,Stabiliseren Isometrisch
Buikspieren Voorkomen extensie rug bij het achterwaarts
zwaaien van de raket
Spieren core Stabiliteit lage rug
Fase 2: Arm strekken en wapenen
1. In welke gewrichten vindt welke beweging plaats?
GEWRICHT BEWEGING
Ellebooggewricht Extensie
Heupgewricht Verdere abductie
Wervelzuil Verdere rotatie
2. In welke gewrichten vindt geen beweging plaats?
GEWRICHT STABILISATIE
Kniegewricht Stabilisatie
Schoudergewricht Stabilisatie
Polsgewricht Stabilisatie
3. Welke beweging primeert in deze oefening?
Elleboogextensie Racket verder naar achter te brengen om meer
kracht en snelheid op te bouwen
, 4. Welke spieren behoren in deze fase van de oefening tot:
SPIERGROEP VERKLAAR
Agonisten Concentrisch
Triceps brachii Bij extensie ellebooggewricht
Antagonisten Excentrisch
Biceps brachii Werkt excentrisch bij extensie van
ellebooggewricht
Zwaartekracht Zwaartekracht trekt de racket heel lichtjes naar
onder
Stabiliseren Isometrisch
Buikspieren Voorkomen extensie rug bij het achterwaarts
zwaaien van de racket
Spieren core Stabiliteit lage rug