samenvatting
Neuropsychologie en -
Academiejaar: 2021-2022 & docenten: Christophe Lafosse
, HC1: functionele neuroanatomie (deel 1)
Een hersenletsel kan je duidelijk zien. Een hersendysfunctie wil zeggen dat er iets in de
werking in de hersenen niet goed werkt. Wat betekent dit voor het gedrag van de persoon?
Inleiding:
We hebben miljarden zenuwcellen die aan elkaar gekoppeld zijn. Deze circuits zorgen ervoor
dat we onze aandacht kunnen richten, een geheugen hebben, zaken kunnen waarnemen…
Cellen -> circuits -> gedrag.
Video van patiënt die een ongeval had gehad: hij was tegen een boom gereden en
herinnerde hem er niets meer van. Hij sprak redelijk vloeiend dus er zal niet echt een
motorische afasie zijn. De persoon begrijpt wel minder goed. Hij geeft wel een
realistisch antwoord op ‘hoe oud bent u?’ maar het is niet juist. Hij blijft wel in de
juiste semantische groep. Het geheugen is duidelijk niet 100%. Hij maakt een
verkeerde invulling van iets dat hij niet meer weet. Soms lijkt hij ook niet volledig
zeker van wat hij zegt en dan maakt hij de typische beweging met zijn 2 vingers
(‘’tussen haakjes’’). Indirect geeft hij dus aan dat er ergens een probleem zit. Soms
zijn er ook woorden die niet kloppen (parafasieën: wo die niet 100% kloppen) . Heeft hij dus wel
ziekte-inzicht? Hij zegt ook ergens in het filmpje dat zijn ‘hersenbomen’ kapot zijn
(bedoelt hersenstam). Hij creëert dus nieuwe woorden omdat hij het niet 100% meer
weet. Er is dus iets met de taal: taalverwarring = taalconfusie. Het heeft een grote
invloed op de pragmatiek. Op basis van een observatie kan je dus al een mooie
beschrijving maken. Je hersenen moeten hetgeen wat je net hebt verteld even
onderdrukken zodat je iets nieuws kan vertellen. Hij heeft moeite bij dit
onderdrukken/inhiberen. Dit blijven vasthangen bij hetgeen wat gezegd geweest is =
persevereren (vb. zegt ‘3 gsm’s’ ipv 3 schroeven omdat hij net ‘gsm’ had uitgesproken) . Hij kan zich er
allemaal nuchter/emotieloos over uitspreken.
Na hersenletsel zijn mensen vaak egocentrisch: ik heb een probleem, ik ben zo, ik kan dit…
Ze kunnen zich moeilijk inbeelden wat de ander kan ervaren. Het brein blijft fel vasthouden
aan zichzelf. Het heeft al genoeg werk met zichzelf.
Functionele neuroanatomie
Wat we al wisten – hoe de hersenen informatie verwerken:
De linkerkant is input, de rechterkant is output. Bij de input via de
zintuigen wordt info (afferente) richting de hersenen gestuurd via
verschillende banen. De hersenen gaan dit verwerken om dan
uiteindelijk info (efferente) te sturen richting de effectoren. De
verwerking van info gebeurt in het CZS in de hersenen. Deze info
wordt aangeleverd door het PZS. Ook zal het PZS ervoor zorgen dat
er een motorische actie wordt uitgelokt: info loopt van hersenen ->
wervelkolom -> ruggenmerg -> spieren.