Table of Contents
2.3. De Etrusken.................................................................................................7
2.3.1. Teksten en ontcijfering.........................................................................7
2.3.2. Herkomst...............................................................................................7
2.3.3. De politieke geschiedenis......................................................................8
2.3.4. Het belang van de Etrusken voor Rome................................................8
4.2. De antieke traditie....................................................................................10
4.2.1. Stichting van steden............................................................................10
4.2.2. Een rij van zeven koningen vanaf Romulus (717 vC)..........................10
5.1. Republikeinse instellingen.........................................................................16
5.2. Strijd tussen Patriciërs en de Plebs...........................................................17
6.1. Eerste Punische oorlog (264-241 v.C.)......................................................27
6.2. De Tweede Punische Oorlog: De strijd met Hannibal...............................28
6.2.1. Toestand na de eerste Punische oorlog (241-220 v.C.)......................28
6.2.2. De tweede Punische oorlog (220-202 v.C.).........................................29
6.2.3. De gevolgen.........................................................................................31
7.1. Nieuwe tegenstellingen duiken op in 2e eeuw V.C...................................35
7.1.1. Veranderende wereld.........................................................................35
7.1.2. De vijf tegenstellingen.........................................................................35
7.2. De gebroeders Gracchen: Hervormer van het eerste uur........................37
7.2.1. Tiberius Sempronius Gracchus: volkstribuun in 133 v.C.....................37
7.2.2. Gaius Sempronius Gracchus: volkstribuun in 123/122 v.C.................38
30 manipels per legioen die apart opereren................................................39
8.1.1. Afwachting en voorbereiding..............................................................51
8.2.2. Voorlopig herstel van de Republiek....................................................51
8.2.3. De vestiging van het principaat...........................................................51
8.2. De andere spelers in de nieuwe politieke orde........................................52
8.2.1. De senaat: tegengewicht voor het leger.............................................52
8.2.2. De keizerlijke raad...............................................................................52
8.2.3. De volksvergaderingen: rol uitgespeeld.............................................52
8.2.4. Het verval van de republikeinse magistraturen..................................53
, 8.2.5. Nieuwe topfuncties en de keizerlijke ambtenaren.............................53
9.1. Het Principaat............................................................................................57
9.1.1. Julisch-Claudische dynastie....................................................................57
9.1.2. De keizerlijke paleizen.........................................................................58
9.1.3. De Flavische dynastie..........................................................................58
9.1.4. Dynastie van de Antonini....................................................................59
9.1.5. Dynastie van de Severi........................................................................61
9.1.6. Militaire anarchie: crisis van de derde eeuw......................................62
9.2. Het dominaat.............................................................................................63
9.2.1. Diocletianus en Constantinus (284-337 n.C.)......................................63
9.2.2. De vervolging van de christenen.........................................................64
,1. Inleiding
1) Groei van het Romeinse Rijk (753-)
, Eerst: toevallig
150 v.Chr. imperialistisch
1) Succes van het Romeinse Rijk
Verdeel en heers
Respect voor lokale cultuur
Wie heeft imperium in handen
Wie heeft het imperium (machtsvolkomenheid / ≠ rijk) in handen?
¤ Koning
¤ Magistraten in Republiek
¤ Caesar, te radicaal
¤ Augustus, princeps
¤ Diocletianus, dominus
1. Geografich kader
Naamgeving: Italia <
Grieks: Italia
Oud-Italisch: viteliu (kalverenland)
o Eerst: Oenotriêrs en Bruttiërs
o Later: hele zuiden
o Pyrus: Rome neemt naam Italia over
o Augustus: straat van Messana tot Alpen
Zeeën: Tyrrheense, Adriatische, Ionisiche, Libische
Geen natuurlijke ontwikkeling scheepvaart
o landbouw + veeteelt
o Rome als landmacht
Havens: Ostia, Portus
Aanvallen Carthagers + Oosten: vloot bouwen tot einde crisisperiode
Geen controle over zee en piraten
pas onder Pompeius: regelmatige vlootpolitiek < landleger
De bergen:
Alpen = natuurlijke wal die politieke eenheid bevorderde
o Overschreden: Indo-Europeanen, Kleten, Galliërs, Carthagers)
o Vruchtbare Po-vlakte
Apennijnen
De stromen:
Arno, Tiber:
o Overstromingsgevaar in voorjaar
o Moeraskoorts