Situering en werkwijze van dierenveredeling
SEUROP S: superieur: hoogwaardige karkassen, mager vlees
E: uitstekend
U: zeer goed
R: goed
O: matig
P: gering minder: minderwaardige karkassen
bij runderen, varkens, schapen
reforme zeug op einde van carrière
voederwinst per zeug (#verkochte biggen x biggenprijs) + (aantal verkochte reforme zeugen
+ prijs/kg) - (aankoop voeder + aankoop gelten)
productiegetal aantal biggen dat een zeug per jaar werpt
gelt drachtige zeug
Rex hoogwaardige pels
rijk onderwol
Zebu aangepast aan warm klimaat
minder gevoelig voor runderpest
West African Shorthorn trypanosoma tolerant
aride gebieden
stamboek o ciële registratie van individuen en stambomen van een erkend ras
selectiebedrijven fokken zuivere lijnen die dan gekruist worden tot hybriden
hybriden zijn de ouders van de uiteindelijke vleeskuikens en varkens
pedigree stamboom
lijn gesloten populatie van bepaald ras waarmee selectiebedrijf kweekt
nakomelingen van paringen tussen nauw verwante individuen
geeft aanleiding tot fokzuiverheid en inteeltdepressie
kan ook gebaseerd zijn op verschillende rassen
LR landras
hangende oren
LW large white
rechtopstaande oren
D duroc
ros varken = tegen verbranden
P Pietrain
vleesproductie
stressgevoelig
heterosis e ect bastaardsuperioriteit
belangrijker voor reproductie eigenschappen (lage overerfbaarheid)
ras groep van dieren binnen een soort die van een andere groep
onderscheiden kan worden
via veredeling kan de uniformiteit binnnen een ras aanzienlijk verbeterd
worden
kudde groep van dieren van een lijn of ras op een bepaald plaats
ffi ff
, fokwaarde breeding value
waarde van individu voor veredeling op basis van het aantal gunstige
allelen dat het heeft voor een welbepaald kenmerk of voor
verschilllende kenmerken
kruisen tussen andere populaties, ras of lijn
broiler breeder paradox vleeskippen leggen bijna geen eieren
moeders worden dus op streng dieet gezet zodat ze minder spieren
gaan aanmaken en wel eieren gaan leggen
superovulatie > 85% geeft 5 embryo’s
Genetische basis voor dierenverdeling
crooked tail syndrome musculaire hypertrophie
vertraagde groei
gekraakte staart
korte kop
dikbil mutatie in myostatine gen (mh)
myostatine gen onderdrukt spiergroei
Principes van selectie en genetische vooruitgang
inteelt paren van verwanten
inteeltcoë ciënt proportie van loci van bepaald individu die homozygoot zijn door
afstamming
zuivere lijnen inteeltlijnen
niet allemaal zelfde gentoype
wel kleine genetische variatie
inteeltdepressie vooral voor kenmerken met lage erfelijkheidsgraad
reproductiekenmerken
bulmer e ect wanneer genetische variatie in populatie te klein is geworden om nog
verder te selecteren
DMC dystonie musculaire congenitale
heterosis bastaardsuperioriteit
gekruiste nakomeling is beter dan gemiddelde van ouderrassen
epistatische gen-e ecten interacties tussen allelen op verschillende loci
recombination loss kruisingsproducten krijgen slechts de helft van elke ouder
gunstige genecombinaties gaan verloren
 ffffi ff
, Basisprincipes van moleculaire genetica bij dieren
HLA human leukocyt antigens
MH maligne hyperthermie
homozygoot recessief = stress-positief
PSS porcine stress syndrome
PSE pale soft exsudative syndrome
ISAG international society of animal genetics
PCA principal component analyse
obv SNP
niet-informatieve meiose meiose waarbij je niet kan a eiden op welk chromosoom de mutatie
ligt
QTL quantitative trait locus
loci op chromosoom waar mutatie gelegen is die kwantitatieve
eigenschap beïnvloed
ETL economic trait locus
niet-kwantitatieve eigenschappen
multipoint linkage linkage analyse is e ciënter wanneer meer dan 1 loci tegelijkertijd
geanalyseerd kunnen worden
Merker-ondersteunde selectie
OMIA online mendelian inheritance in animals
beschrijven het aantal majorgenen per diersoort
MA-BLUP marker assisted best linear unbiased prediction
xenotransplantatie transplantaties tussen verschillende soorten
BSE boviene spongiforme encephalopathie
dolle koeienziekte = verlamde benen
veroorzaakt in prionen
Biotechnologie bij dieren
lactoferrine ontstekingsremmer
CD163 receptor van PRRS virus
RELA gen betrokken bij activeren van immuun respons
aangepast RELA gen = vertonen geen symptomen van varkenspest
PRRS virus porcine reproductive and respiratory syndrome
GGTA1 belangrijkste epitoop voor hyperacute afstoting
bij xenotransplantatie
ffi fl
SEUROP S: superieur: hoogwaardige karkassen, mager vlees
E: uitstekend
U: zeer goed
R: goed
O: matig
P: gering minder: minderwaardige karkassen
bij runderen, varkens, schapen
reforme zeug op einde van carrière
voederwinst per zeug (#verkochte biggen x biggenprijs) + (aantal verkochte reforme zeugen
+ prijs/kg) - (aankoop voeder + aankoop gelten)
productiegetal aantal biggen dat een zeug per jaar werpt
gelt drachtige zeug
Rex hoogwaardige pels
rijk onderwol
Zebu aangepast aan warm klimaat
minder gevoelig voor runderpest
West African Shorthorn trypanosoma tolerant
aride gebieden
stamboek o ciële registratie van individuen en stambomen van een erkend ras
selectiebedrijven fokken zuivere lijnen die dan gekruist worden tot hybriden
hybriden zijn de ouders van de uiteindelijke vleeskuikens en varkens
pedigree stamboom
lijn gesloten populatie van bepaald ras waarmee selectiebedrijf kweekt
nakomelingen van paringen tussen nauw verwante individuen
geeft aanleiding tot fokzuiverheid en inteeltdepressie
kan ook gebaseerd zijn op verschillende rassen
LR landras
hangende oren
LW large white
rechtopstaande oren
D duroc
ros varken = tegen verbranden
P Pietrain
vleesproductie
stressgevoelig
heterosis e ect bastaardsuperioriteit
belangrijker voor reproductie eigenschappen (lage overerfbaarheid)
ras groep van dieren binnen een soort die van een andere groep
onderscheiden kan worden
via veredeling kan de uniformiteit binnnen een ras aanzienlijk verbeterd
worden
kudde groep van dieren van een lijn of ras op een bepaald plaats
ffi ff
, fokwaarde breeding value
waarde van individu voor veredeling op basis van het aantal gunstige
allelen dat het heeft voor een welbepaald kenmerk of voor
verschilllende kenmerken
kruisen tussen andere populaties, ras of lijn
broiler breeder paradox vleeskippen leggen bijna geen eieren
moeders worden dus op streng dieet gezet zodat ze minder spieren
gaan aanmaken en wel eieren gaan leggen
superovulatie > 85% geeft 5 embryo’s
Genetische basis voor dierenverdeling
crooked tail syndrome musculaire hypertrophie
vertraagde groei
gekraakte staart
korte kop
dikbil mutatie in myostatine gen (mh)
myostatine gen onderdrukt spiergroei
Principes van selectie en genetische vooruitgang
inteelt paren van verwanten
inteeltcoë ciënt proportie van loci van bepaald individu die homozygoot zijn door
afstamming
zuivere lijnen inteeltlijnen
niet allemaal zelfde gentoype
wel kleine genetische variatie
inteeltdepressie vooral voor kenmerken met lage erfelijkheidsgraad
reproductiekenmerken
bulmer e ect wanneer genetische variatie in populatie te klein is geworden om nog
verder te selecteren
DMC dystonie musculaire congenitale
heterosis bastaardsuperioriteit
gekruiste nakomeling is beter dan gemiddelde van ouderrassen
epistatische gen-e ecten interacties tussen allelen op verschillende loci
recombination loss kruisingsproducten krijgen slechts de helft van elke ouder
gunstige genecombinaties gaan verloren
 ffffi ff
, Basisprincipes van moleculaire genetica bij dieren
HLA human leukocyt antigens
MH maligne hyperthermie
homozygoot recessief = stress-positief
PSS porcine stress syndrome
PSE pale soft exsudative syndrome
ISAG international society of animal genetics
PCA principal component analyse
obv SNP
niet-informatieve meiose meiose waarbij je niet kan a eiden op welk chromosoom de mutatie
ligt
QTL quantitative trait locus
loci op chromosoom waar mutatie gelegen is die kwantitatieve
eigenschap beïnvloed
ETL economic trait locus
niet-kwantitatieve eigenschappen
multipoint linkage linkage analyse is e ciënter wanneer meer dan 1 loci tegelijkertijd
geanalyseerd kunnen worden
Merker-ondersteunde selectie
OMIA online mendelian inheritance in animals
beschrijven het aantal majorgenen per diersoort
MA-BLUP marker assisted best linear unbiased prediction
xenotransplantatie transplantaties tussen verschillende soorten
BSE boviene spongiforme encephalopathie
dolle koeienziekte = verlamde benen
veroorzaakt in prionen
Biotechnologie bij dieren
lactoferrine ontstekingsremmer
CD163 receptor van PRRS virus
RELA gen betrokken bij activeren van immuun respons
aangepast RELA gen = vertonen geen symptomen van varkenspest
PRRS virus porcine reproductive and respiratory syndrome
GGTA1 belangrijkste epitoop voor hyperacute afstoting
bij xenotransplantatie
ffi fl