Samenvatting ak h3
Paragraaf 3.1 de economie van de stad
Produceren in de stad:
Productiemiddelen: wat je nodig hebt om iets te make, arbeid, kapitaal en natuur
• Argrarische samenleving —> grond
• Industriële samenleving —> grondstoffen, machines en arbeid
• Stedelijke samenleving —> kennis
Wij leven in een kenniseconomie —> productiefactoren arbeid en kapitaal gericht
op ontwikkeling van technologie.
Het gaat daarbij om twee soorten kennis:
1. Technologische kennis: wordt vooral in industrie gebruikt, bijv: om een
racefiets te maken
2. Sociale kennis: wordt vooral in de handel en dienstverlening gebruikt, om
de racefiets op een slimme manier te verkopen.
Zakelijke dienstverlening: leveren diensten aan het bedrijfsleven en de overheid.
De aantrekkelijke stad:
Na 1990 kwam de kenniseconomie —> hierdoor werden steden weer
aantrekkelijk — re-urbanisatie.
Opkomst creatieve sector — zij werden een motor voor economische ontwikkeling
want:
1. Creatieven geven veel geld uit in de stad
2. Creatieven brengen een sfeer van succes, schoonheid en plezier met zich
mee
De 3T’s voor een creatieve stad zijn: talent, technologie en tolerantie
Aantrekken van de creatieven:
1. Ontwikkelen van sienceparks
2. Door het beschikbaar stellen van goedkope bedrijfsruimte aan
vernieuwende en artistieke bedrijven. Deze worden vaak broedplaatsen
genoemd.
Socialen ongelijkheid:
- Het verschil in werk en inkomen is groot in NL gevolg → duale
arbeidsmarkt
- Duaal: laagopgeleid vs hoogopgeleid
- Geen opleiding of laaggeschoold – niet meedoen = werkloosheid
- Gevolg: sociale ongelijkheid
- Winners: hooggeschoolde arbeiders , verliezers: laagopgeleiden
, Paragraaf 3.2 de stad van de toekomst
In welke stad is het nog prettig?
Door hoge bevolkingsdichtheid is er grote variëteit aan voorzieningen dicht bij
elkaar —> groeien vooral de grote steden de laatste jaren sterk.
Gevolgen: luchtvervuiling, enorme afvalstromen en torenhoge co2 uitstoot.
Aan de randen is het anders daar trekken jongeren juist weg voor studie of werk
en ze komen niet terug als ze een gezin stichten. Daardoor daalt geboorte cijfer,
bevolking vergrijst en ontgroend → bevolkingskrimp- gevolg in die gemeente is
leegstand.
Oplossingen lange termijn:
Duurzame steden: energie neutraal en recyclen afval → dit zijn sustainable city’s
.
Kenmerken:
- Perfect geïsoleerde gebouwen
- Duurzame energiebronnen
- Flexibel in te richten gebouwen
- Natuur en technologie samen
- Deelfietsen en deelauto’s
Slimme oplossingen:
Smart cities maken maximaal gebruik van digitale technologie: computers en het
internet.
- Open data: statische gegevens over wijken en zelfs gemeentelijke financiën
zijn open baar
- Big data: gegevens verzameld uit allerlei bronnen, van mobieltjes en
bewakingscamera’s tot geluids- en lichtmeters. Met big data kan je dan
voorspellen waar en wanneer de drukte in e stad is.
- Veel gaat online zoals: shoppen of arbnb’s
Paragraaf 3.3 verstedelijking en het bestuur
Bestuur en beleid:
Openbaar bestuur ( rijk, provincie en gemeente) regelen → ruimtelijke ordening.
• Rijk = hoogste schaalniveau , nationaal belang: het milieu, snelwegen en
zeespiegelstijging.
• 12 provincies, landschapsbeleid: stedelijke groei, provinciale wegen.
• 393 Gemeenten (2015) 352 (2021), beleid: woningbouw en
bedrijventerreinen.
• Waterschappen→ waterhuishouding
Er is een hiërarchie: het beleid van de lagere niveaus mag niet in tegenspraak
zijn met dat van de hogere niveaus, de gemeente moet zich houden aan het
provinciale en landelijke beleid.
Stad en regio een eenheid:
Paragraaf 3.1 de economie van de stad
Produceren in de stad:
Productiemiddelen: wat je nodig hebt om iets te make, arbeid, kapitaal en natuur
• Argrarische samenleving —> grond
• Industriële samenleving —> grondstoffen, machines en arbeid
• Stedelijke samenleving —> kennis
Wij leven in een kenniseconomie —> productiefactoren arbeid en kapitaal gericht
op ontwikkeling van technologie.
Het gaat daarbij om twee soorten kennis:
1. Technologische kennis: wordt vooral in industrie gebruikt, bijv: om een
racefiets te maken
2. Sociale kennis: wordt vooral in de handel en dienstverlening gebruikt, om
de racefiets op een slimme manier te verkopen.
Zakelijke dienstverlening: leveren diensten aan het bedrijfsleven en de overheid.
De aantrekkelijke stad:
Na 1990 kwam de kenniseconomie —> hierdoor werden steden weer
aantrekkelijk — re-urbanisatie.
Opkomst creatieve sector — zij werden een motor voor economische ontwikkeling
want:
1. Creatieven geven veel geld uit in de stad
2. Creatieven brengen een sfeer van succes, schoonheid en plezier met zich
mee
De 3T’s voor een creatieve stad zijn: talent, technologie en tolerantie
Aantrekken van de creatieven:
1. Ontwikkelen van sienceparks
2. Door het beschikbaar stellen van goedkope bedrijfsruimte aan
vernieuwende en artistieke bedrijven. Deze worden vaak broedplaatsen
genoemd.
Socialen ongelijkheid:
- Het verschil in werk en inkomen is groot in NL gevolg → duale
arbeidsmarkt
- Duaal: laagopgeleid vs hoogopgeleid
- Geen opleiding of laaggeschoold – niet meedoen = werkloosheid
- Gevolg: sociale ongelijkheid
- Winners: hooggeschoolde arbeiders , verliezers: laagopgeleiden
, Paragraaf 3.2 de stad van de toekomst
In welke stad is het nog prettig?
Door hoge bevolkingsdichtheid is er grote variëteit aan voorzieningen dicht bij
elkaar —> groeien vooral de grote steden de laatste jaren sterk.
Gevolgen: luchtvervuiling, enorme afvalstromen en torenhoge co2 uitstoot.
Aan de randen is het anders daar trekken jongeren juist weg voor studie of werk
en ze komen niet terug als ze een gezin stichten. Daardoor daalt geboorte cijfer,
bevolking vergrijst en ontgroend → bevolkingskrimp- gevolg in die gemeente is
leegstand.
Oplossingen lange termijn:
Duurzame steden: energie neutraal en recyclen afval → dit zijn sustainable city’s
.
Kenmerken:
- Perfect geïsoleerde gebouwen
- Duurzame energiebronnen
- Flexibel in te richten gebouwen
- Natuur en technologie samen
- Deelfietsen en deelauto’s
Slimme oplossingen:
Smart cities maken maximaal gebruik van digitale technologie: computers en het
internet.
- Open data: statische gegevens over wijken en zelfs gemeentelijke financiën
zijn open baar
- Big data: gegevens verzameld uit allerlei bronnen, van mobieltjes en
bewakingscamera’s tot geluids- en lichtmeters. Met big data kan je dan
voorspellen waar en wanneer de drukte in e stad is.
- Veel gaat online zoals: shoppen of arbnb’s
Paragraaf 3.3 verstedelijking en het bestuur
Bestuur en beleid:
Openbaar bestuur ( rijk, provincie en gemeente) regelen → ruimtelijke ordening.
• Rijk = hoogste schaalniveau , nationaal belang: het milieu, snelwegen en
zeespiegelstijging.
• 12 provincies, landschapsbeleid: stedelijke groei, provinciale wegen.
• 393 Gemeenten (2015) 352 (2021), beleid: woningbouw en
bedrijventerreinen.
• Waterschappen→ waterhuishouding
Er is een hiërarchie: het beleid van de lagere niveaus mag niet in tegenspraak
zijn met dat van de hogere niveaus, de gemeente moet zich houden aan het
provinciale en landelijke beleid.
Stad en regio een eenheid: