Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 8 out of 72 pages
Summary

Samenvatting FCOAT jaar 3: (Management control systems, Financiering, Corporate governance)

Document preview thumbnail
Preview 8 out of 72 pages

3 samenvattingen in 1. - Management Control systems - Financiering - Corporate Governance Te gebruiken voor de FCOAT

Content preview

SAMENVATTING FCOAT
BESTAAT UIT: MANAGEMENT CONTROL SYSTEMS, FINANCIERING & CORPORATE GOVERNANCE


In dit bestand heb ik samenvattingen van de vakken management control systems, financiering en corporate
governance samengevoegd. Dit maakt het dan ook een uitermate geschikte samenvatting voor het
voorbereiden op de FCOAT toets. Deze toets wordt gegeven in jaar 3 van de studie Finance & Control.

,Inhoud
Management Control Systems..................................................................................................................................4
H1. Introduction to management control systems...............................................................................................5
H2. Mission, goals and strategies..........................................................................................................................6
H3. Managers, human behaviour and organizations............................................................................................8
H4. Responsibility centres...................................................................................................................................10
H5. Control with transfer prices and shared service centres..............................................................................12
H6. Organizational structure and cross-functional integration..........................................................................14
H7. Management control systems and inter-organisational relationships........................................................16
H8. Budgeting and forecasting............................................................................................................................17
H9. Financial and non-financial performance measurement systems...............................................................19
H10. Monetary incentice systems and motivation.............................................................................................20
H11. Risk management systems.........................................................................................................................21
H12. Control and controllership: past, present, future......................................................................................22
Financiering.............................................................................................................................................................23
H6. Producten en ontwikkelingen op de financiële markten.............................................................................24
H7. Eigen vermogen............................................................................................................................................25
H8. Vreemd vermogen........................................................................................................................................28
H10. Vermogensstructuur en vermogenskosten................................................................................................34
H15. Bedrijfswaardering en bedrijfsovername...................................................................................................35
H16. Value based management..........................................................................................................................36
Corporate governance.............................................................................................................................................40
H1. Defining corporate governance and key theoretical models.......................................................................41
H2. Corporate governance across the world......................................................................................................43
H3. Control versus ownership rights...................................................................................................................45
H4. Taxonomies of corporate goverance systems..............................................................................................47
H5. Corporate governance, types of financial systems and economical growth...............................................49
H6. Corporate governance regulation in an international context.....................................................................50
H7. Board of directors.........................................................................................................................................52
H8. Incentivizing managers and disciplining of badly performing managers.....................................................55
De nederlandse Corporate governance Code.....................................................................................................57
Inleiding COSO en levers of Simon......................................................................................................................59
H9. Corporate governance in emerging markets................................................................................................61
H10. Conctructual corporate governance...........................................................................................................62
H11. Corporate governance in initial public offerings........................................................................................63
H12. Behavioural biases and corporate governance..........................................................................................64



2

,H13. Corporate social responsibility and socially responsible investment.........................................................65
Framework wilhelm en Velazquez......................................................................................................................67
H14. debtholders.................................................................................................................................................68
H15. Employee rights and voice across corporate governance systems............................................................68
H16. The role of gatekeepers in corporate governance.....................................................................................69
COSO ERM framework en risicomanagement....................................................................................................71
H17. Learning from diversity and future challenges for corporate governance................................................72




2

,MANAGEMENT CONTROL SYSTEMS




2

,H1. INTRODUCTION TO MANAGEMENT CONTROL SYSTEMS


Definitie management control systems:
Managementcontrolesystemen bestaan uit een combinatie van controlepraktijken die zijn ontworpen en
geïmplementeerd door topmanagers om de kans te vergroten dat managers en werknemers op een lager
niveau zich gedragen op een manier die consistent is met de missie, doelen en strategieën van de organisatie.
Een gebrek aan geschikte managementcontrolesystemen kan leiden tot bedrijfsfalen.


Waarom is er behoefte aan controle:
 Gedecentraliseerde managers begrijpen niet automatisch de doelen en strategieën die zijn ontwikkeld
door managers op een hoger niveau, noch hoe ze kunnen bijdragen aan deze doelen en strategieën.
 Gedecentraliseerde managers zijn het niet automatisch eens met de doelstellingen en strategieën van
de organisatie die zijn ontwikkeld door managers op een hoger niveau.
 Gedecentraliseerde managers hebben niet automatisch de middelen die nodig zijn om te handelen
met organisatiedoelen en -strategieën die zijn ontwikkeld door managers op een hoger niveau.


De top-down en bottom-up functies van MC:




Drie typen controlepraktijken:
Input: Gaat bijvoorbeeld over het selectieproces voor werknemers.
Throughput: Gaat bijvoorbeeld over de regels die gelden binnen een organisatie.
Output: Gaat bijvoorbeeld over risicomanagement.




Grootte van een organisatie:




2

,Bij kleine organisaties is er weinig behoefte aan managementcontrolesystemen. Dit omdat het kostbaar is en
de communicatie direct en informeel is. Bij grote organisaties zijn managementcontrolesystemen vereist omdat
managers op een lager niveau de autoriteit hebben om zelfstandig beslissingen te nemen.

H2. MISSION, GOALS AND STRATEGIES


Blik van de aandeelhouders (shareholders view):
Eigenaren hebben legale macht om een onderneming te sluiten. De belangrijkste ondernemingsdoelstelling is
om een goed rendement te realiseren over de investeringen van de eigenaren. Daarnaast is de belangrijkste
zorg voor managers en management control het creëren van waarde voor de eigenaren.
Deze visie komt vooral voor in Angelsaksische landen zoals de UK en VS.


Corporate Governance:
Corporate Governance gaat over goed bestuur van beursgenoteerde bedrijven en het toezicht daarop. Het
regelt verhoudingen tussen bestuurders, commissarissen en aandeelhouders. De overheid heeft hiervoor
verschillende wetten opgesteld om richtlijnen te geven aan bedrijven.
Corporate Governance hoort bij de shareholders view.


Blik van de belanghebbenden (stakeholder view):
Een bedrijf heeft meerdere even belangrijke belanghebbenden. Om te kunnen overleven is de input van de
belangrijkste belanghebbenden nodig, dus niet alleen de input van de eigenaren is bij deze visie van belang.
Het is belangrijk voor het management om balans te vinden in het voldoen aan wensen/vragen van
stakeholders
Deze visie komt voornamelijk voor in Centraal Europa en Japan.


Corporate Social Responsibility (CSR):
Corporate Social Responsibility (CSR) staat voor de wijze waarop bedrijven sociale, milieu- en economische
aspecten integreren in hun waarden, cultuur, beslissingen, strategie en bedrijfsvoering. Het belang van CSR
voor bedrijven neemt toe.
Bedrijven hebben drie redenen waarom ze werken met CSR:
1. Ehtisch: Het is eerlijk voor andere groepen belanghebbenden dan de eigenaren, en het is duurzamer.
2. Business: Het is een goede zaak om gelukkige medewerkers te hebben en de klanten duurzame
producten en diensten aan te bieden.
3. Mode: iedereen lijkt het te doen, dus we mogen niet achterblijven


De missie van een organisatie:
Vermeldt het doel van de organisatie, inspireert medewerkers, trekt mensen aan tot organisatie en stimuleert
de teamgeest.


Verschillende organisatiedoelen:
 Financieel: Hoge winstgevendheid en laag risico voor profit-organisaties en het beheersen van de
kosten voor non-profit organisaties.
 Strategisch: Beschrijven hoe de organisatie haar concurrentievoordeel gaat opbouwen of behouden.




2

,Strategieën:
 Intended strategie: Hierbij bedenk je van te voren wat je wilt gaan doen.
 Deliberate strategie: Dit is het deel waaraan je daadwerkelijk invulling geeft
 Emergent strategie: Hierbij vorm je de strategie gaande de rit omdat je dan in kan spelen op
ontwikkelingen die je niet van tevoren kon zien aankomen.


Business unit strategie:
Het 5 krachten model van Porter:
1. De intensiteit van rivaliteit tussen bestaande concurrenten
2. De onderhandelingsmacht van klanten
3. De onderhandelingsmacht van leveranciers
4. Bedreiging van vervangers
5. De dreiging van nieuwe toetreding


Mechanische (mechanistic MCS) en organische (organic MCS) managementcontrolesystemen:

Mechanistic MCS Organic MCS
Motivatie door betaling Motivatie door bijdragen aan doelen
Specialisatie, gedefinieerde verantwoordelijkheden Samenwerking, teamwork en interactie
Hiërarchische communicatie Horizontale communicatie
Formeel en strak Informeel en los
Supervisie Aanmoediging
Interne focus Externe focus
Smalle kosten- en productiviteitsmaatregelen voor Bredere en voornamelijk niet-financiële maatregelen
evaluatie voor leren
Planning en budgettering Flexibiliteit en creativiteit
Technologie en routines Mensen en culturen




2

, H3. MANAGERS, HUMAN BEHAVIOUR AND ORGANIZATIONS


Modellen van menselijk gedrag:
Een goed ontwerp van managementcontrolesystemen, gebaseerd op expliciet begrip van menselijk gedrag,
vergroot de kans op succesvolle interventies om het gedrag van managers en werknemers op een lager niveau
te veranderen en te verbeteren.


De zeven gewoonten van zeer effectieve mensen:
1. Wees proactief
2. Begin met het einde in gedachten
3. Doe de belangrijkste zaken eerst
4. Denk Win-Win
5. Zoek eerst om te begrijpen, dan om begrepen te worden
6. Synergie
7. Zelfontwikkeling


De zes gekleurde hoeden:
Kleur Interpretatie
Rood Symboliseert onze manier van denken op basis van intuïtie, emotie en onderbuikgevoel.
Geel Symboliseert optimisme en focus op alle positieve resultaten van de keuze.
Blauw Symboliseert controle en procedurele nauwkeurigheid in het besluitvormingsproces.
Zwart Symboliseert pessimisme en focus op alle negatieve uitkomsten van de keuze.
Wit Symboliseert de noodzaak om de feiten te kennen en naar de beschikbare informatie te kijken.
Groen Symboliseert creativiteit en laat je fantasie de vrije loop, of ga brainstormen.


Het economische model van menselijk gedrag:
Mensen maken rationele en weloverwogen keuzes en beslissingen in hun zoektocht naar maximaal nut. De
belangrijkste motivator voor tijd en inspanningen is het ontvangen van geldelijke betalingen. Mensen zijn erg
calculerend in het bepalen hoeveel moeite ze doen, in ruil voor het geld dat ze kunnen verdienen.


Agentschap theorie (Agency theory):
Om disfunctioneel gedrag te voorkomen kan een organisatie gebruikmaken van contracten om ervoor te
zorgen dat de agent (manager) in het belang van zichzelf en de principaal (aandeelhouder) blijft werken.

Als er geen externe onzekerheid is kan een eenvoudig prestatiecontract goed werken tegen dit probleem.
Echter wanneer de externe onzekerheid groot is wordt de agent risicomijdend. Om het probleem tegen te gaan
zal het optimale contract een hoger percentage loon moeten omvatten.


Het sociologisch model van menselijk gedrag:
Mensen zijn leden van groepen waarin bepaalde regels en gedragspatronen bestaan. Om menselijk gedrag te
voorspellen, moet je niet zozeer letten op de individuen en hun overwegingen, maar op de collectieve set van
individuen waartoe het individu behoort. Dit kan bestaan uit: cultuur, nabootsend gedrag en Informele macht.




2

Document information

Study
Uploaded on
June 8, 2022
Number of pages
72
Written in
2020/2021
Type
Summary
$15.93
Purchased by 24 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
bartgroot1
3.5
(25)
Sold
249
Followers
160
Items
5
Last sold
1 year ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions