Affectieve/emotionele en sociale ontwikkeling
Babytijd
Neonatus: subject-objectsplitsing
- Geen besef van verschil tussen zichzelf en anderen
Adualisme: eenheidsbeleven
- Enkel stroom van indrukken ervaren zonder zaken te onderscheiden of te interpreteren
Sociale gerichtheid
- Want niet bewust van bestaan van ander – in jaren 70 aanzien als
Autistische fase / pre-sociale fase (zelfde)
Voorkeur voor menselijke aspecten (stem, gelaat, huid, geur, …) sociaal gericht
Deelaspecten: Bowlby (4 fasen)
- Sociale gerichtheid
Voorhechtingsfase (2-3m)
o Solitaire glimlach – gastric smile = endogene
- Gehechtheid – sociale voorkeur
glimlach - primitieve communicatie
Alles is in orde – gevoel van welbehagen –
vaak na geven van voedsel Beginnende gehechtheid (2–6/8m)
- Voorkeur eigen gezinsleden
o Sociale glimlach (6° - 8° week) - Staren naar vreemden
contactglimlach – lachen naar anderen - Troost door eigen ouders
o 8 m: scheidingsangst – vreemdenangst Feitelijke gehechtheid (6-18/24m)
intellectuele vooruitgang (onderscheid - Sterke binding met aanwezigen
gezichten) & objectpermanentie - Sensitieve responsiviteit
- Hechting (zie volgende p) Doelgecorrigeerde partnerschap (18/24m-…)
o Start in buik: voorkeur stem, geur moeder - Geen nood aan fysieke nabijheid
o Als baby: voeding, verzorging, koestering - Nood aan psychologische
verbondenheid
- Gevoelsleven (Bridges) - Beter bestand tegen fysieke scheiding
o Recenter: 2 emoties bij geboorte - Leert rekening houden met anderen
aantrekking voor aangename prikkel
afkeer voor onaangename prikkel
Opwinding
Ongenoegen (geboorte) Genoegen
o 2m: sociale glimlach (3 maanden) (3 maanden)
positieve reactie op
gelaatsexpressie volwassene Angst Afkeer Woede Jaloezie Verrukking Affectie
o 6m: emotionele reacties op gepaste momenten
boosheid & angst – gehechtheid met verzorgingsfiguren
Tov Tov
volwassene kinderen
o 2j: zelfbewuste emoties
trots, schaamte, schuld, spijt
, Affectieve/emotionele en sociale ontwikkeling
o Door taalontwikkeling: ontstaan van vocabularium om gevoelens onder woorden te brengen
- Taal
o Reeds vanaf geboorte: huilen
o Neonatus: huilen = reactie op onaangename prikkel
huilen = respondent (gedragsantwoord op prikkel)
koude, honger, angst, volle luier, …
o Na aantal maanden: huilen= middel om iets te bereiken
huilen = operant: belonend (baby beseft dat hij iets bereikt met huilen)
o Good enough mother (Winnicott) beter goede moeder dan perfecte moeder
o Schaerlakens – prelinguale periode
Stadium 1 1-6w Huilen Interesse stem van verzorgingsfiguur en klankverschillen
Stadium 2 Vanaf 6w Vocaliseren Kirren + klanken (di/da/ba) uit plezier & owv klank
Stadium 3 Na 4m Polyglot brabbelen Niet-moedertaal gebonden, universeel brabbelen
Na 6m Polyglot brabbelen
met beurt nemen
Stadium 4 Na 8m Monoglot brabbelen Moedertaal gebonden, aangepast brabbelen
aangepast brabbelen: sociaal brabbelen: ééntalig brabbelen
= basis voor verwerven van moedertaal
Na 1j Linguale periode Eerste woordjes
- Zelfbeleving
o Bij geboorte: eenheidsbeleven = adualisme
Geen onderscheid tss zichzelf en anderen
Geen besef dat men zelfstandig individu is geen zelfherkenning
o Zelfherkenning einde 1j
volledig geïnstalleerd rond 18 maanden
o Spiegeltest of rougetest
kind grijpt naar eigen neus/hoofd zelfherkenning
o Stern: 4 fasen in ontwikkeling van zelfgevoel
Sense of an emergent self 0-3m Ontluikend zelfgevoel – zintuigen, beweging, lichaam, geest komen
langzaam met elkaar in verband
Sense of a core self 3-7m Vormen van eenheid, los van anderen – nog geen inzicht – eigen
handelen is niet het handelen van anderen
Sense of a subjective self 7-15m Besef: anderen hebben eigen gevoelsleven: eigen doelen, eigen
subjectieve wereld – theory of seperate minds
Babytijd
Neonatus: subject-objectsplitsing
- Geen besef van verschil tussen zichzelf en anderen
Adualisme: eenheidsbeleven
- Enkel stroom van indrukken ervaren zonder zaken te onderscheiden of te interpreteren
Sociale gerichtheid
- Want niet bewust van bestaan van ander – in jaren 70 aanzien als
Autistische fase / pre-sociale fase (zelfde)
Voorkeur voor menselijke aspecten (stem, gelaat, huid, geur, …) sociaal gericht
Deelaspecten: Bowlby (4 fasen)
- Sociale gerichtheid
Voorhechtingsfase (2-3m)
o Solitaire glimlach – gastric smile = endogene
- Gehechtheid – sociale voorkeur
glimlach - primitieve communicatie
Alles is in orde – gevoel van welbehagen –
vaak na geven van voedsel Beginnende gehechtheid (2–6/8m)
- Voorkeur eigen gezinsleden
o Sociale glimlach (6° - 8° week) - Staren naar vreemden
contactglimlach – lachen naar anderen - Troost door eigen ouders
o 8 m: scheidingsangst – vreemdenangst Feitelijke gehechtheid (6-18/24m)
intellectuele vooruitgang (onderscheid - Sterke binding met aanwezigen
gezichten) & objectpermanentie - Sensitieve responsiviteit
- Hechting (zie volgende p) Doelgecorrigeerde partnerschap (18/24m-…)
o Start in buik: voorkeur stem, geur moeder - Geen nood aan fysieke nabijheid
o Als baby: voeding, verzorging, koestering - Nood aan psychologische
verbondenheid
- Gevoelsleven (Bridges) - Beter bestand tegen fysieke scheiding
o Recenter: 2 emoties bij geboorte - Leert rekening houden met anderen
aantrekking voor aangename prikkel
afkeer voor onaangename prikkel
Opwinding
Ongenoegen (geboorte) Genoegen
o 2m: sociale glimlach (3 maanden) (3 maanden)
positieve reactie op
gelaatsexpressie volwassene Angst Afkeer Woede Jaloezie Verrukking Affectie
o 6m: emotionele reacties op gepaste momenten
boosheid & angst – gehechtheid met verzorgingsfiguren
Tov Tov
volwassene kinderen
o 2j: zelfbewuste emoties
trots, schaamte, schuld, spijt
, Affectieve/emotionele en sociale ontwikkeling
o Door taalontwikkeling: ontstaan van vocabularium om gevoelens onder woorden te brengen
- Taal
o Reeds vanaf geboorte: huilen
o Neonatus: huilen = reactie op onaangename prikkel
huilen = respondent (gedragsantwoord op prikkel)
koude, honger, angst, volle luier, …
o Na aantal maanden: huilen= middel om iets te bereiken
huilen = operant: belonend (baby beseft dat hij iets bereikt met huilen)
o Good enough mother (Winnicott) beter goede moeder dan perfecte moeder
o Schaerlakens – prelinguale periode
Stadium 1 1-6w Huilen Interesse stem van verzorgingsfiguur en klankverschillen
Stadium 2 Vanaf 6w Vocaliseren Kirren + klanken (di/da/ba) uit plezier & owv klank
Stadium 3 Na 4m Polyglot brabbelen Niet-moedertaal gebonden, universeel brabbelen
Na 6m Polyglot brabbelen
met beurt nemen
Stadium 4 Na 8m Monoglot brabbelen Moedertaal gebonden, aangepast brabbelen
aangepast brabbelen: sociaal brabbelen: ééntalig brabbelen
= basis voor verwerven van moedertaal
Na 1j Linguale periode Eerste woordjes
- Zelfbeleving
o Bij geboorte: eenheidsbeleven = adualisme
Geen onderscheid tss zichzelf en anderen
Geen besef dat men zelfstandig individu is geen zelfherkenning
o Zelfherkenning einde 1j
volledig geïnstalleerd rond 18 maanden
o Spiegeltest of rougetest
kind grijpt naar eigen neus/hoofd zelfherkenning
o Stern: 4 fasen in ontwikkeling van zelfgevoel
Sense of an emergent self 0-3m Ontluikend zelfgevoel – zintuigen, beweging, lichaam, geest komen
langzaam met elkaar in verband
Sense of a core self 3-7m Vormen van eenheid, los van anderen – nog geen inzicht – eigen
handelen is niet het handelen van anderen
Sense of a subjective self 7-15m Besef: anderen hebben eigen gevoelsleven: eigen doelen, eigen
subjectieve wereld – theory of seperate minds