Biologische ontwikkeling
Prenatale fase
Bevruchting: enkel beweeglijkste, gezondste zaadcellen bereiken eicel
Eicel + zaadcel = conceptie zygote
38 weken van conceptie tot bevalling Germinale fase (kiemfase) eerste 2 weken
266 dagen
o 20 u na conceptie
o Morula fase: tros cellen (morula of moerbei)
3 fasen vanaf bevruchting:
o Innesteling in baarmoeder na 5 dagen
o Bepaalde cellen krijgen al specifieke functies
Embryonale fase week 3 tot 8
o Plaats waar cel terecht komt bepaalt latere functie
o Organogenese: organenontwikkeling o 3 kiembladen ° organen
(Heel delicate en kritische periode) Endoderm: binnenste cellen vormen binnenste laag
3w: primitief hartje Mesoderm: laag tussen endoderm en ectoderm
4w: hersenblaasjes Ectoderm: buitenste cellen
5w: hemisferen
6w: stompjes armen
8w: alle organen tot ontwikkeling (behalve geslachtsorganen)
vrucht krijgt menselijke vorm
o Endoderm: binnenste kiemlaag
spijsvertering, ademhaling, lever, pancreas
o Mesoderm: middelste kiemlaag
spieren, botten, bloed, bloedsomloop
o Ectoderm: buitenste kiemlaag
huid, haar, tanden, zintuigen, hersenen, ruggenmerg
Foetale fase vanaf 9 weken
Echoscopie (ultrasone golven)
(Verdere finalisatie van organen)
Foetoscopie (lichtbron)
o Inoefening en ingebruikname Geen BWZ, enkel info over vrucht
hart klopt en bloed wordt rondgestuurd
Adem-slokbewegingen
, Biologische ontwikkeling
Babytijd
Neurologische ontwikkeling
Neonatus: 100 à 200 miljard neuronen
o Weinig tot geen verbindingen
o Niet functioneel, niet efficiënt
Vanaf geboorte neuronenverbindingen
o Neuronen maken meer en meer contact
o Mede ook door ervaring & leerprocessen (door stimulatie)
o Per neuron 5000 verbindingen met andere neuronen op volwassen leeftijd
Neuronen nemen in massa toe door toename van:
o Dendrieten: vertakking waarlangs celkern
van neuron informatie ontvangt van
andere neuron
o Axonen: Lange uitlopers van celkern
waarlangs info wordt doorgegeven aan
andere neuron
o Myeline: omhulsel rond axon dat zorgt voor snellere info-overdracht
(myelinisatie rond 5 jaar voltooid)
Afname in aantal neuronen efficiënter functioneren
o Overbodige neuronen & neuronen die niet of nauwelijks worden gebruikt
sterven af
Migratie en specialisatie van neuronen
o Hersenlateralisatie treedt op
o Bepaalde functies treden op in linkerhemisfeer – andere rechts
o L: taal en emoties R: ruimtelijk inzicht
o Plasticiteit van hersenen: uitval van bepaalde functie wordt overgenomen door
andere regio’s
o Na lateralisatie: functie-uitval vaak ernstiger en definitiever
Belang van stimulatie tijdens gevoelige periodes
o Zoniet: degeneratie neuronen
o Experiment kittens
Prenatale fase
Bevruchting: enkel beweeglijkste, gezondste zaadcellen bereiken eicel
Eicel + zaadcel = conceptie zygote
38 weken van conceptie tot bevalling Germinale fase (kiemfase) eerste 2 weken
266 dagen
o 20 u na conceptie
o Morula fase: tros cellen (morula of moerbei)
3 fasen vanaf bevruchting:
o Innesteling in baarmoeder na 5 dagen
o Bepaalde cellen krijgen al specifieke functies
Embryonale fase week 3 tot 8
o Plaats waar cel terecht komt bepaalt latere functie
o Organogenese: organenontwikkeling o 3 kiembladen ° organen
(Heel delicate en kritische periode) Endoderm: binnenste cellen vormen binnenste laag
3w: primitief hartje Mesoderm: laag tussen endoderm en ectoderm
4w: hersenblaasjes Ectoderm: buitenste cellen
5w: hemisferen
6w: stompjes armen
8w: alle organen tot ontwikkeling (behalve geslachtsorganen)
vrucht krijgt menselijke vorm
o Endoderm: binnenste kiemlaag
spijsvertering, ademhaling, lever, pancreas
o Mesoderm: middelste kiemlaag
spieren, botten, bloed, bloedsomloop
o Ectoderm: buitenste kiemlaag
huid, haar, tanden, zintuigen, hersenen, ruggenmerg
Foetale fase vanaf 9 weken
Echoscopie (ultrasone golven)
(Verdere finalisatie van organen)
Foetoscopie (lichtbron)
o Inoefening en ingebruikname Geen BWZ, enkel info over vrucht
hart klopt en bloed wordt rondgestuurd
Adem-slokbewegingen
, Biologische ontwikkeling
Babytijd
Neurologische ontwikkeling
Neonatus: 100 à 200 miljard neuronen
o Weinig tot geen verbindingen
o Niet functioneel, niet efficiënt
Vanaf geboorte neuronenverbindingen
o Neuronen maken meer en meer contact
o Mede ook door ervaring & leerprocessen (door stimulatie)
o Per neuron 5000 verbindingen met andere neuronen op volwassen leeftijd
Neuronen nemen in massa toe door toename van:
o Dendrieten: vertakking waarlangs celkern
van neuron informatie ontvangt van
andere neuron
o Axonen: Lange uitlopers van celkern
waarlangs info wordt doorgegeven aan
andere neuron
o Myeline: omhulsel rond axon dat zorgt voor snellere info-overdracht
(myelinisatie rond 5 jaar voltooid)
Afname in aantal neuronen efficiënter functioneren
o Overbodige neuronen & neuronen die niet of nauwelijks worden gebruikt
sterven af
Migratie en specialisatie van neuronen
o Hersenlateralisatie treedt op
o Bepaalde functies treden op in linkerhemisfeer – andere rechts
o L: taal en emoties R: ruimtelijk inzicht
o Plasticiteit van hersenen: uitval van bepaalde functie wordt overgenomen door
andere regio’s
o Na lateralisatie: functie-uitval vaak ernstiger en definitiever
Belang van stimulatie tijdens gevoelige periodes
o Zoniet: degeneratie neuronen
o Experiment kittens