HC 5: Gespreksmodellen: het
toepassen van
gespreksvaardigheden in specifieke
situaties
Intakegesprekken
Jargon & definities: intakegesprek
- Intake: eerste gesprek waarin geïnventariseerd wordt wat verwachtingen van cliënt en
psychosociale HV over en weer zijn
Stramien van intakegesprek
- Openen van gesprek
- Verkennen van situatie
- Bepalen hulpvraag
- Afstemmen verwachtingen
- Afsluiten gesprek
1. Verkennen van situatie
Cliënt verteld wat situatie is en waarom hij gekomen is
Valkuil: storten op wat cliënt als eerste inbrengt en ervan uit gaan dat dit de kern is
o Proefballonnetje: wel echte situatie maar nog niet het grote probleem
Lange (2006): taxeren in rondes: elk onderwerp, elk levensgebied wordt een ronde
o Afsluiten met SV om te controleren of je het goed hebt begrepen
o Daarna wat gaat er goed: nadruk op positieve
Volledigheid
Relativering
Uitzicht
2. Bepalen van hulpvraag
Situatie helder hulpvraag bepalen aangaan hulpverleningstraject
3. Afstemmen van verwachtingen
3.1 Wondervraag is geen wondermiddel
- Shazer (1988): wondervraag: stel dat…
! Moet relevant zijn en aansluiten bij datgene waar cliënt mee komt
- Geeft goede info over wat cliënt wil bereiken : blikt vooruit
4. Afronden van gesprek
Kort samenvatten: alleen kernpunten benoemen
toepassen van
gespreksvaardigheden in specifieke
situaties
Intakegesprekken
Jargon & definities: intakegesprek
- Intake: eerste gesprek waarin geïnventariseerd wordt wat verwachtingen van cliënt en
psychosociale HV over en weer zijn
Stramien van intakegesprek
- Openen van gesprek
- Verkennen van situatie
- Bepalen hulpvraag
- Afstemmen verwachtingen
- Afsluiten gesprek
1. Verkennen van situatie
Cliënt verteld wat situatie is en waarom hij gekomen is
Valkuil: storten op wat cliënt als eerste inbrengt en ervan uit gaan dat dit de kern is
o Proefballonnetje: wel echte situatie maar nog niet het grote probleem
Lange (2006): taxeren in rondes: elk onderwerp, elk levensgebied wordt een ronde
o Afsluiten met SV om te controleren of je het goed hebt begrepen
o Daarna wat gaat er goed: nadruk op positieve
Volledigheid
Relativering
Uitzicht
2. Bepalen van hulpvraag
Situatie helder hulpvraag bepalen aangaan hulpverleningstraject
3. Afstemmen van verwachtingen
3.1 Wondervraag is geen wondermiddel
- Shazer (1988): wondervraag: stel dat…
! Moet relevant zijn en aansluiten bij datgene waar cliënt mee komt
- Geeft goede info over wat cliënt wil bereiken : blikt vooruit
4. Afronden van gesprek
Kort samenvatten: alleen kernpunten benoemen