Week 01 – H1, 2, 5, 6 (niet 6.3.4) en 7.3.1 t/m 7.3.3
Hoofdstuk 1 Inleiding
Hoofdstuk 1.2 plaats van het strafrecht
Verschil van strafrecht met andere rechtsgebieden:
- Als een burger een strafbaar feit pleegt, moet hij verantwoording afleggen aan de overheid
die hem namens de samenleving straf oplegt;
- Overheid heeft een monopolie om te bepalen wie straf krijgt en waarvoor.
Twee soorten dagvaardingen:
- Civielrechtelijk: verstuurd naar burgers onderling bij burgerlijke rechter;
- Strafrechtelijk: verzonden door officier van justitie om verdachte voor strafrechter te krijgen;
Benadeelde kan schadeverhalen op de ander bij de strafrechter.
Eigenrichting: recht in eigen hand nemen (wraak) en verboden. I.P.V aangifte doen (art. 300 sr)
Hoofdstuk 1.3 doelen van straffen
Straf dient voor het doel:
- Vergelding: het kwaad dat de dader veroorzaakt bij slachtoffer of maatschappij wordt
vergolden door leedtoevoeging en zorgt voor morele genoegdoening;
- Preventie: het voorkomen van toekomstige strafbare feiten door:
Speciale preventie: moet voorkomen of ontmoedigen dat de gestrafte weer een
strafbaar feit pleegt;
Generale preventie: de gestrafte moet een voorbeeld zijn dat potentiële wetsovertreders
afschrift.
Hoofdstuk 1.4 materieel strafrecht, formeel strafrecht en sanctierecht
Rechtsgebied strafrecht is onder te verdelen door:
- Materieel strafrecht: wat is een strafbaar feit, wat mag niet en wie wordt gestraft? (Sr);
- Formele strafrecht (strafprocesrecht): welke regels gevolgd moeten worden wanneer een
norm van materieel recht vermoedelijk is overtreden (Sv);
- Sanctierecht: voorwaarden voor het opleggen van bepaalde straffen ofwel eisen van
wetsartikel (Sv en sr).
Niet verwarren met:
- Wet formele zin: totstandkoming door regering en Staten-Generaal;
- Materiële zin: algemene regels die burgers bindt met elkaar.
Hoofdstuk 1.5 commuun en bijzonder strafrecht
Artikel 107 GW: wetgever moet strafrecht en strafprocesrecht in wetten opnemen.
- Commune strafrecht: strafrecht in de wetboeken;
- Bijzonder strafrecht: bijzonder strafrecht – bv wegenverkeerswet 1994 of Opiumwet.
Materieel en formeel recht
1
, Wet in materiële zin en niet door Staten-Generaal en regering:
- Door lagere openbare lichamen, bv gemeente algemene plaatselijke verordening (APV)
Hoofdstuk 1.6 de opbouw van Wetboek Strafrecht en Wetboek Strafvordering
Wetboek van Strafrecht (Sr):
- Boek I: algemene leerstukken van materieel recht (bv strafuitsluitingsgronden en poging)
- Boek II: uitsluitend strafbepalingen voor misdrijven;
- Boek III: uitsluitend strafbepalingen voor overtredingen.
Rechtsmiddel: middel om beslissing aan te vechten bij hogere instantie (hoger beroep).
Wetboek strafvordering (Sv):
- Boek I: algemene bepalingen voor de belangrijkste bevoegdheden tijdens
opsporingsonderzoek;
- Boek II: strafvordering eerste aanleg regelt de vervolg beslissing van officier van justitie en
procedure van berechtiging van verdachte;
- Boek III: gewijd aan rechtsmiddelen;
- Tot boek 6.
Hoofdstuk 1.7 invloed van internationaal en supranationaal
- Internationaal recht: sluiten van verdragen waarin verplichtingen worden aangegaan;
- Supranationaal recht: regels die een internationale organisatie oplegt aan lidstaten om aan
te houden.
Ook jurisprudentie van Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) behoort bij
supranationaal.
Hoofdstuk 2 inleiding materieel strafrecht
Hoofdstuk 2.1 plaats en structuur van strafbepalingen
Strafbepaling in meest volledige vorm:
- Delictsomschrijving: welke ongewenste gedraging de wetgever strafbaar stelt;
- Kwalificatie-aanduiding: hoe het gedrag in juridisch opzicht benoemd wordt;
- Strafbedreiging: welke soort straf mag opgelegd worden en het maximum daarvan.
Strafbepaling voorbeeld: art. 225 lid 1 Sr
Strafbepaling bijzondere wetten: delictsomschrijving en strafbepaling vaak uit elkaar getrokken.
Hoofdstuk 2.2 de opbouw van het strafbare feit in vier componenten
Definitie van materieelstrafrechtelijke zin de inhoud van strafbaar feit (cumulatief):
Het vierlagenmodel als volgt:
1. Menselijke gedraging (MG);
2. Wettelijke delictsomschrijving (DO);
3. Wederrechtelijkheid (W);
4. Schuld/verwijtbaarheid (V).
2
Hoofdstuk 1 Inleiding
Hoofdstuk 1.2 plaats van het strafrecht
Verschil van strafrecht met andere rechtsgebieden:
- Als een burger een strafbaar feit pleegt, moet hij verantwoording afleggen aan de overheid
die hem namens de samenleving straf oplegt;
- Overheid heeft een monopolie om te bepalen wie straf krijgt en waarvoor.
Twee soorten dagvaardingen:
- Civielrechtelijk: verstuurd naar burgers onderling bij burgerlijke rechter;
- Strafrechtelijk: verzonden door officier van justitie om verdachte voor strafrechter te krijgen;
Benadeelde kan schadeverhalen op de ander bij de strafrechter.
Eigenrichting: recht in eigen hand nemen (wraak) en verboden. I.P.V aangifte doen (art. 300 sr)
Hoofdstuk 1.3 doelen van straffen
Straf dient voor het doel:
- Vergelding: het kwaad dat de dader veroorzaakt bij slachtoffer of maatschappij wordt
vergolden door leedtoevoeging en zorgt voor morele genoegdoening;
- Preventie: het voorkomen van toekomstige strafbare feiten door:
Speciale preventie: moet voorkomen of ontmoedigen dat de gestrafte weer een
strafbaar feit pleegt;
Generale preventie: de gestrafte moet een voorbeeld zijn dat potentiële wetsovertreders
afschrift.
Hoofdstuk 1.4 materieel strafrecht, formeel strafrecht en sanctierecht
Rechtsgebied strafrecht is onder te verdelen door:
- Materieel strafrecht: wat is een strafbaar feit, wat mag niet en wie wordt gestraft? (Sr);
- Formele strafrecht (strafprocesrecht): welke regels gevolgd moeten worden wanneer een
norm van materieel recht vermoedelijk is overtreden (Sv);
- Sanctierecht: voorwaarden voor het opleggen van bepaalde straffen ofwel eisen van
wetsartikel (Sv en sr).
Niet verwarren met:
- Wet formele zin: totstandkoming door regering en Staten-Generaal;
- Materiële zin: algemene regels die burgers bindt met elkaar.
Hoofdstuk 1.5 commuun en bijzonder strafrecht
Artikel 107 GW: wetgever moet strafrecht en strafprocesrecht in wetten opnemen.
- Commune strafrecht: strafrecht in de wetboeken;
- Bijzonder strafrecht: bijzonder strafrecht – bv wegenverkeerswet 1994 of Opiumwet.
Materieel en formeel recht
1
, Wet in materiële zin en niet door Staten-Generaal en regering:
- Door lagere openbare lichamen, bv gemeente algemene plaatselijke verordening (APV)
Hoofdstuk 1.6 de opbouw van Wetboek Strafrecht en Wetboek Strafvordering
Wetboek van Strafrecht (Sr):
- Boek I: algemene leerstukken van materieel recht (bv strafuitsluitingsgronden en poging)
- Boek II: uitsluitend strafbepalingen voor misdrijven;
- Boek III: uitsluitend strafbepalingen voor overtredingen.
Rechtsmiddel: middel om beslissing aan te vechten bij hogere instantie (hoger beroep).
Wetboek strafvordering (Sv):
- Boek I: algemene bepalingen voor de belangrijkste bevoegdheden tijdens
opsporingsonderzoek;
- Boek II: strafvordering eerste aanleg regelt de vervolg beslissing van officier van justitie en
procedure van berechtiging van verdachte;
- Boek III: gewijd aan rechtsmiddelen;
- Tot boek 6.
Hoofdstuk 1.7 invloed van internationaal en supranationaal
- Internationaal recht: sluiten van verdragen waarin verplichtingen worden aangegaan;
- Supranationaal recht: regels die een internationale organisatie oplegt aan lidstaten om aan
te houden.
Ook jurisprudentie van Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) behoort bij
supranationaal.
Hoofdstuk 2 inleiding materieel strafrecht
Hoofdstuk 2.1 plaats en structuur van strafbepalingen
Strafbepaling in meest volledige vorm:
- Delictsomschrijving: welke ongewenste gedraging de wetgever strafbaar stelt;
- Kwalificatie-aanduiding: hoe het gedrag in juridisch opzicht benoemd wordt;
- Strafbedreiging: welke soort straf mag opgelegd worden en het maximum daarvan.
Strafbepaling voorbeeld: art. 225 lid 1 Sr
Strafbepaling bijzondere wetten: delictsomschrijving en strafbepaling vaak uit elkaar getrokken.
Hoofdstuk 2.2 de opbouw van het strafbare feit in vier componenten
Definitie van materieelstrafrechtelijke zin de inhoud van strafbaar feit (cumulatief):
Het vierlagenmodel als volgt:
1. Menselijke gedraging (MG);
2. Wettelijke delictsomschrijving (DO);
3. Wederrechtelijkheid (W);
4. Schuld/verwijtbaarheid (V).
2