Wereldoriëntatie breed denken en handelen
Inhoud
1 Visie op oriëntatie op de wereld: de grote krachtlijnen......................................3
1.1 Krachtlijn 1: Uniciteit vs. Verbondenheid.....................................................3
1.1.1 Uniciteit = verbondenheid met jezelf (ik)...............................................4
1.1.2 Verbondenheid met anderen (jij)............................................................4
1.1.3 Verbondenheid met de wereld (wij).......................................................4
1.1.4 Verbondenheid met de andere (wij).......................................................4
1.2 Krachtlijn 2: Harmonische ontwikkeling van kinderen................................4
1.2.1 Persoonsgebonden ontwikkelvelden.......................................................4
1.2.2 … en cultuurgebonden ontwikkeling......................................................4
1.2.3 Persoonsgebonden en cultuurgebonden ontwikkeling...........................4
1.3 Krachtlijn 3: Werkelijkheidsnabijheid...........................................................5
1.4 Krachtlijn 4: Brede kijk................................................................................. 5
1.5 Krachtlijn 5: Thematisch vs. Cursorisch.......................................................5
1.5.1 Thema -opbouw...................................................................................... 5
1.6 Krachtig onderzoek....................................................................................... 6
2 Stap 1: Het thema kiezen.................................................................................... 7
2.1 De criteria voor een goed aspect..................................................................7
2.2 De leerkracht kiest het thema......................................................................7
2.3 De kinderen kiezen (een deel) van het thema..............................................7
2.3.1 De kinderen kiezen zelf een thema of een probleem..............................7
3 Stap 2: Het thema voorbereiden.........................................................................8
3.1 Ideeën verzamelen........................................................................................ 8
3.1.1 Fase 1: individuele brainstrom...............................................................8
3.1.2 Fase 2: uitwisselen in de groep..............................................................8
3.1.3 Fase 3: uitwisseling – spion....................................................................8
3.1.4 Fase 4: nieuwe ideeën inpassen.............................................................8
3.1.5 Fase 5: structuren van de opgedane ideeën...........................................8
3.1.6 Fase 6: inpassen van de ideeën in de ontwikkelvelden........................10
3.2 Het gekozen aspect thematiseren (of afbakenen)......................................10
3.2.1 Fase 1: stand van zaken opmaken........................................................10
3.2.2 Fase 2: het geven van een passende naam...........................................10
3.3 De richting bepalen a.d.h.v. generieke doelen...........................................10
3.4 Informatie opzoeken................................................................................... 11
3.4.1 Fase 1: overgang naar het opzoekwerk................................................11
Pagina |1
, 3.4.2 Fase 2: opzoeken van informatie buiten de groep................................11
3.5 Een rode draad doorheen het thema..........................................................11
3.6 Activiteiten plannen.................................................................................... 11
3.6.1 Instapactiviteiten.................................................................................. 11
3.6.2 Verkenningsactiviteiten........................................................................13
3.6.3 Verwerkingsactiviteiten........................................................................13
3.6.4 Evaluatie............................................................................................... 13
4 Stap 3: Het thema uitvoeren............................................................................. 13
4.1 Activiteit = kiezen voor (inter) actieve werkvormen..................................13
4.1.1 De strategiekaart en werkvormen........................................................13
4.1.2 Alle werkvormen op een rijtje..............................................................16
4.1.3 Een woordje uitleg over…....................................................................17
4.2 Naar buiten met kinderen..........................................................................18
4.2.1 Wat is buitenonderwijs?.......................................................................18
4.2.2 Gradaties in buitenonderwijs................................................................18
4.2.3 Waarom kiezen we voor buitenonderwijs?...........................................18
4.2.4 Op excursie of leeruitstap met kinderen..............................................19
4.3 Educaties integreren.................................................................................. 19
4.3.1 Actualiteitseducatie.............................................................................. 19
4.3.2 MOVO = mondiale vorming..................................................................19
4.4 Lessen voorbereiden (volgens het vijstappenplan).....................................20
4.5 Het werkboekje als synthese-instrument....................................................20
4.5.1 Wat is de bedoeling van synthese? (bladzijde 146-147).......................20
4.5.2 Criteria voor goed synthesemateriaal (bladzijde 147-148)..................20
5 Stap 4: Het thema evalueren............................................................................ 21
5.1 Wat is evalueren? Waarom evalueren we?.................................................21
5.2 Wat doet evalueren met mensen?...............................................................21
5.3 Hoe kunnen we oriëntatie op de wereld evalueren?..................................21
5.4 Evaluatie van het product...........................................................................21
5.4.1 Geen toets zonder dergelijke synthese.................................................21
5.4.2 Doe toets oriëntatie op de wereld – Wat vraag ik me af? (bladzijde 153-
165)................................................................................................................ 22
5.5 Evaluatie van het proces (bladzijde 166-174).............................................22
5.5.1 De leerkracht evalueert de kinderen....................................................22
5.5.2 De kinderen evalueren zichzelf............................................................23
5.5.3 De kinderen evalueren de andere kinderen.........................................23
5.5.4 De leerkracht evalueert zichzelf...........................................................23
Pagina |2
, 5.5.5 Evalueren in de strategiekaart.............................................................23
1 Visie op oriëntatie op de wereld: de grote
krachtlijnen
Het leerplanconcept van het katholiek basisonderwijs
- Zin in leren! Zin in leven! (Zill)
- de harmonische ontwikkeling van kinderen staat centraal
- verbinding tussen leren en leven
- 10 ontwikkelvelden
5 persoonsgebonden ontwikkelvelden
5 cultuurgebonden ontwikkelvelden
Ontwikkeling van oriëntatie op de wereld
- oriëntatie op de samenleving
- oriëntatie op bewegingscultuur
- oriëntatie op tijd
- oriëntatie op de ruimte
- oriëntatie op techniek
- oriëntatie op natuur
Kernvragen krachtlijnen
- krachtlijn 1: uniciteit versus verbondenheid
In welke mate zet de leraar in op de persoonsgebonden ontwikkeling van
kinderen?
- krachtlijn 2: harmonische ontwikkeling van kinderen
In hoeverre is er sprake van een onderwijsaanbod waarin zowel persoons-
als cultuurgebonden
ontwikkeling centraal staat?
- krachtlijn 3: werkelijkheidsnabijheid
Leren kinderen in betekenisvolle en werkelijkheidsnabije situaties?
- krachtlijn 4: brede kijk
In welke mate is er aandacht voor elk ontwikkelthema? Is de aandacht in
overeenstemming met de
noden van de kinderen
- krachtlijn 5: thematisch versus cursorisch
Welke samenhang wordt gerealiseerd? Welke ontwikkelvelden en –thema’s
worden in
leerarrangementen met elkaar verbonden?
1.1 Krachtlijn 1: Uniciteit vs. Verbondenheid
3 niveaus binnen de persoonsgebonden ontwikkeling
- relationele niveau (jij)
- groepsniveau (wij)
- persoonlijke niveau (ik)
Pagina |3
Inhoud
1 Visie op oriëntatie op de wereld: de grote krachtlijnen......................................3
1.1 Krachtlijn 1: Uniciteit vs. Verbondenheid.....................................................3
1.1.1 Uniciteit = verbondenheid met jezelf (ik)...............................................4
1.1.2 Verbondenheid met anderen (jij)............................................................4
1.1.3 Verbondenheid met de wereld (wij).......................................................4
1.1.4 Verbondenheid met de andere (wij).......................................................4
1.2 Krachtlijn 2: Harmonische ontwikkeling van kinderen................................4
1.2.1 Persoonsgebonden ontwikkelvelden.......................................................4
1.2.2 … en cultuurgebonden ontwikkeling......................................................4
1.2.3 Persoonsgebonden en cultuurgebonden ontwikkeling...........................4
1.3 Krachtlijn 3: Werkelijkheidsnabijheid...........................................................5
1.4 Krachtlijn 4: Brede kijk................................................................................. 5
1.5 Krachtlijn 5: Thematisch vs. Cursorisch.......................................................5
1.5.1 Thema -opbouw...................................................................................... 5
1.6 Krachtig onderzoek....................................................................................... 6
2 Stap 1: Het thema kiezen.................................................................................... 7
2.1 De criteria voor een goed aspect..................................................................7
2.2 De leerkracht kiest het thema......................................................................7
2.3 De kinderen kiezen (een deel) van het thema..............................................7
2.3.1 De kinderen kiezen zelf een thema of een probleem..............................7
3 Stap 2: Het thema voorbereiden.........................................................................8
3.1 Ideeën verzamelen........................................................................................ 8
3.1.1 Fase 1: individuele brainstrom...............................................................8
3.1.2 Fase 2: uitwisselen in de groep..............................................................8
3.1.3 Fase 3: uitwisseling – spion....................................................................8
3.1.4 Fase 4: nieuwe ideeën inpassen.............................................................8
3.1.5 Fase 5: structuren van de opgedane ideeën...........................................8
3.1.6 Fase 6: inpassen van de ideeën in de ontwikkelvelden........................10
3.2 Het gekozen aspect thematiseren (of afbakenen)......................................10
3.2.1 Fase 1: stand van zaken opmaken........................................................10
3.2.2 Fase 2: het geven van een passende naam...........................................10
3.3 De richting bepalen a.d.h.v. generieke doelen...........................................10
3.4 Informatie opzoeken................................................................................... 11
3.4.1 Fase 1: overgang naar het opzoekwerk................................................11
Pagina |1
, 3.4.2 Fase 2: opzoeken van informatie buiten de groep................................11
3.5 Een rode draad doorheen het thema..........................................................11
3.6 Activiteiten plannen.................................................................................... 11
3.6.1 Instapactiviteiten.................................................................................. 11
3.6.2 Verkenningsactiviteiten........................................................................13
3.6.3 Verwerkingsactiviteiten........................................................................13
3.6.4 Evaluatie............................................................................................... 13
4 Stap 3: Het thema uitvoeren............................................................................. 13
4.1 Activiteit = kiezen voor (inter) actieve werkvormen..................................13
4.1.1 De strategiekaart en werkvormen........................................................13
4.1.2 Alle werkvormen op een rijtje..............................................................16
4.1.3 Een woordje uitleg over…....................................................................17
4.2 Naar buiten met kinderen..........................................................................18
4.2.1 Wat is buitenonderwijs?.......................................................................18
4.2.2 Gradaties in buitenonderwijs................................................................18
4.2.3 Waarom kiezen we voor buitenonderwijs?...........................................18
4.2.4 Op excursie of leeruitstap met kinderen..............................................19
4.3 Educaties integreren.................................................................................. 19
4.3.1 Actualiteitseducatie.............................................................................. 19
4.3.2 MOVO = mondiale vorming..................................................................19
4.4 Lessen voorbereiden (volgens het vijstappenplan).....................................20
4.5 Het werkboekje als synthese-instrument....................................................20
4.5.1 Wat is de bedoeling van synthese? (bladzijde 146-147).......................20
4.5.2 Criteria voor goed synthesemateriaal (bladzijde 147-148)..................20
5 Stap 4: Het thema evalueren............................................................................ 21
5.1 Wat is evalueren? Waarom evalueren we?.................................................21
5.2 Wat doet evalueren met mensen?...............................................................21
5.3 Hoe kunnen we oriëntatie op de wereld evalueren?..................................21
5.4 Evaluatie van het product...........................................................................21
5.4.1 Geen toets zonder dergelijke synthese.................................................21
5.4.2 Doe toets oriëntatie op de wereld – Wat vraag ik me af? (bladzijde 153-
165)................................................................................................................ 22
5.5 Evaluatie van het proces (bladzijde 166-174).............................................22
5.5.1 De leerkracht evalueert de kinderen....................................................22
5.5.2 De kinderen evalueren zichzelf............................................................23
5.5.3 De kinderen evalueren de andere kinderen.........................................23
5.5.4 De leerkracht evalueert zichzelf...........................................................23
Pagina |2
, 5.5.5 Evalueren in de strategiekaart.............................................................23
1 Visie op oriëntatie op de wereld: de grote
krachtlijnen
Het leerplanconcept van het katholiek basisonderwijs
- Zin in leren! Zin in leven! (Zill)
- de harmonische ontwikkeling van kinderen staat centraal
- verbinding tussen leren en leven
- 10 ontwikkelvelden
5 persoonsgebonden ontwikkelvelden
5 cultuurgebonden ontwikkelvelden
Ontwikkeling van oriëntatie op de wereld
- oriëntatie op de samenleving
- oriëntatie op bewegingscultuur
- oriëntatie op tijd
- oriëntatie op de ruimte
- oriëntatie op techniek
- oriëntatie op natuur
Kernvragen krachtlijnen
- krachtlijn 1: uniciteit versus verbondenheid
In welke mate zet de leraar in op de persoonsgebonden ontwikkeling van
kinderen?
- krachtlijn 2: harmonische ontwikkeling van kinderen
In hoeverre is er sprake van een onderwijsaanbod waarin zowel persoons-
als cultuurgebonden
ontwikkeling centraal staat?
- krachtlijn 3: werkelijkheidsnabijheid
Leren kinderen in betekenisvolle en werkelijkheidsnabije situaties?
- krachtlijn 4: brede kijk
In welke mate is er aandacht voor elk ontwikkelthema? Is de aandacht in
overeenstemming met de
noden van de kinderen
- krachtlijn 5: thematisch versus cursorisch
Welke samenhang wordt gerealiseerd? Welke ontwikkelvelden en –thema’s
worden in
leerarrangementen met elkaar verbonden?
1.1 Krachtlijn 1: Uniciteit vs. Verbondenheid
3 niveaus binnen de persoonsgebonden ontwikkeling
- relationele niveau (jij)
- groepsniveau (wij)
- persoonlijke niveau (ik)
Pagina |3