Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 55 pagina's
Samenvatting

Volledige samenvatting Crossculturele Psychologie

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 55 pagina's

Volledige, goede samenvatting van het vak crossculturele psychologie + voorbeelden en afbeeldingen. Ik was door op al mijn examens vorig semester en heb alleen mijn samenvatting gebruikt.

Voorbeeld van de inhoud

Hoofstuk 1: inleiding (geen leerstof)
Hoofdstuk 2: cultuur
2.1 Wat is crossculturele psychologie?
Crossculturele psychologie = cultuurverschillen én gelijkenissen onderzoeken in psychologische fenomenen:
voelen, denken en doen

Wie?

• White

• Educated

• Industrialized

• Rich

• Democratic

= WEIRD (typen die gebruikt wordt in psychologische onderzoek  blank, hoog opgeleid, rijk)

Etnocentrisme = de houding waarbij de eigen omgeving, het eigen volk of de eigen cultuur bewust of onbewust
als maatstaf gebruikt wordt om de rest van de wereld te beoordelen

‘wij zijn normaal’ en ‘zij zijn afwijkend’

Generalisatie = we geven aan andere landen slechts 1 label vb België is chocolade, Afrika is arm

 dat er Afrikanen zijn die weten hoe ze een fornuis moeten gebruiken, de Engelse taal kunnen past hier niet
bij



Psychologie is niet immuun voor etnocentrisme:

 Etnocentrische keuze onderzoeksvragen vb weinig onderzoek naar ondervoeding, wel naar obesitas
 Etnocentrische concepten/metingen vb wij meten niet de sociale component van intelligentie in het
Westerse = vertekend beeld
 Etnocentrische interpretatie bevindingen vb soorten opvoedingen die als norm worden beschouwd

! waarderen en respect voor andere culturen

! cultuur kan gevoelig onderwerp zijn



2.2 Wat is cultuur?
Definitie:

 (brede zin) alles wat niet natuur is, wat de mens schept
 (Enge zin) kunstuitingen, jongerencultuur, bedrijfscultuur

Materie = objectief aspect

Immaterie = subjectief aspect

,  Cultuur is gedeeld
o Voor cultuur is een groep nodig
o Individuele verschillen binnen dezelfde cultuur
o Verschillen tussen culturen



 Cultuur is geleerd (door socialisatie)
o Enculturatie: cultuuroverdracht in tijd (eigen cultuur)
o Acculturatie: cultuur overdracht in geografische en sociale ruimte (nieuwe culturen leren)



 Cultuur is dynamisch
o Cultuur beïnvloedt gedrag en andersom
o Een nieuwe (sub)cultuur kan zich snel vormen



 Cultuur is adaptief

= aanpassing van de menselijke soort op ecologische, sociopolitieke en biologische factoren

o Ecocultureel perspectief

= de ecologische omgeving waarin mensen functioneren, is van invloed op de cultuur



2.3 Wat is cultuur NIET?
 Ras: dit zijn enkel fysieke kenmerken van een persoon
 Nationaliteit: staatsburgerschap, cultuur kan nationaliteit overstijgen



Absolutisme:

 Psychologie wordt niet beïnvloedt door cultuur
 Extreem universele aanpak, zoeken naar psychologische functies die cultuurvrij zijn

Kritiek op extreme absolutisme:

 Zeer abstract
 Wat met culturele variatie?
 Ons brein is plastisch en wordt beïnvloedt door (culturele) ervaringen



Relativisme:

 Er bestaat geen contextvrije psychologie
 Iedereen maakt deel uit van 1 of meerdere culturen

Kritiek in het extreme:

 Zijn we te verschillend om met elkaar om te gaan? Nee
 Zijn morele standaarden dan relatief? Nee
 We hebben ook veel gemeenschappelijk over culturen heen

,DUS: gematigd absolutisme/gematigd relativisme

 erkenning van gelijkenissen en verschillen



Hoofdstuk 3: onderzoeksmethoden
3.1 samenstelling van de steekproef
Hangt af van:

1. welke culturen ga je bestuderen?

2. Welke deelnemers ga je in een cultuur bestuderen?



A. Algemene onderzoeksmethoden

 Methode 1: random sampling

= willekeurig een groep samenstellen zonder duidelijke verwachtingen



 Methode 2: systematische sampling

 vooraf bedachte systematiek

= het selecteren van groepen op basis van theoretische veronderstelling



 Methode 3: convenience sampling (geen echte methode)

 gemak

= deelnemers zijn diegene die je gemakkelijk kan bereiken of die zelf interesse hebben in het thema

 studenten als convenience sampling

Voordelen:

 vergelijkbaar (vaak, niet in elke cultuur evident om te studeren)
 conservatieve toetsing van cultuurverschil in gedrag (kans is kleiner dat ze verschillen want ze zijn
hoogopgeleid en zijn blootgesteld aan wetenschap als ze dan verschillen zal dit de cultuur zijn)

Nadelen:

 het cultuurverschil wordt niet gedetecteerd  ten onrechte aanhouden van nulhypothese
 je mag niet zomaar veralgemenen naar een hele cultuur (representativiteit)



Aandachtspunten:

 wees je bewust van je resultaten en welke invloed die kunnen hebben
 generaliseerbaar?
 deelnemersgroep moet gelijkaardig zijn in de verschillende culturen vb eveneveel gelijke leeftijd,
hoogopgeleiden
 belang van culturele kennis

,  je eigen kennis niet generaliseren, hou je op de hoogte van de overtuiging van de cultuur (schakel een
insider in desnoods)



3.2 Type onderzoek
 Kwalitatief
 Interviews
o Open vragen om inzicht te krijgen in hun ervaringen, meningen, …
o Kunnen een antwoord toelichten en nuanceren
o Kunnen dingen naar boven komen die je als onderzoeker zelf niet wist/kon voorspellen

Aandachtspunt: kennis van taal en cultuur vb communicatie, omgang



 Observaties
o Gedrag observeren in de eigen culturele omgeving van de deelnemers

Aandachtspunten:

o Vraagt kennis van de cultuur
o Niet tussenkomen ! (vlieg op de muur zijn)
o Gedragen mensen zich anders als er iemand meekijkt? En verschilt dit tussen culturen?


Voorbeeld: the pace of life (kennen)


 Inhoudsanalyse

= inhoud van culturele producten analyseren vb media, reclame, kinderboeken, …

 coderen van inhoud door meerdere beoordelaars



 Kwantitatief
 Vragenlijsten
o Surveys
o Deelnemers vullen online of op papier vragen in
o Vaak met door de onderzoeker opgestelde antwoordopties vb 1-5
o Veel gebruikt
o Grote groep mensen
o Statistisch mogelijk

Aandachtspunten:

o vertalingen
o er bestaan woorden die geen betekenis hebben in een andere taal vb sibblings
o niet alle culturen zijn het gewoon om antwoordschaal te gebruiken of kunnen niet lezen
o manier waarop ze de schaal gebruiken kan verschillen
 moderacy & extremity bias: neiging om het midden te gebruiken of de uitersten
 reference group effect: dingen die je kent, vergelijken met mensen rondom jou
Vb ben je groot? In een kleine groep kan je groot zijn en in een grotere groep eerder klein
o back translation: (vertaling)

stap 1: Nederlands  Spaans

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
19 mei 2022
Aantal pagina's
55
Geschreven in
2021/2022
Type
Samenvatting
$11.22

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
1
Items
0
Laatst verkocht
4 jaar geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen