Geschiedenis PWW 3
Paragraaf 1
De Hollanders gingen vanaf 1691 naar Zuid-Afrika omdat de Kaapkolonie (Kaapstad) een
tussenstop was tussen de twee oceanen, waar schepen hun voorraden konden vullen (Kaap de
Goede Hoop). Ook kon de bemanning herstellen van scheurbuik.
De Khoikhoi en de San (Bosjesmannen en Hottentotten) waren de oorspronkelijke bewoners
van het zuidelijkste deel van Afrika. Zij hebben zwaar moeten lijden onder de blanke
aanwezigheid in hun gebied. In het binnenland kwamen de Boeren in aanraking met de Xhosa
en de Zoeloes, die zich hevig en langdurig tegen de blanken hebben verzet, maar uiteindelijk
toch verloren.
In 1862 woonden er meer dan 6000 mensen in de Kaapkolonie. Kaapstad was een echte
havenstad geworden bevolkt door zeelieden, ambtenaren van de VOC, Afrikaanse slaven en
contractarbeiders uit Indië. De blanke boeren die rond Kaapstad leefde ontwikkelden een eigen
levenswijze en taal: het ‘Afrikaans’. De ambtenaren van de Kaapstad keken neer op deze
boeren.
Door de Franse Revolutie namen de Britten de Kaapkolonie over (1806). Zij wilde geen slavernij;
abolitionisme. Na de nieuwe wet vanuit Engeland lieten de Engelse hun slaven vrij.
De Afrikaners waren hier absoluut niet blij mee, ze kregen namelijk maar een kleine vergoeding.
Ze wilden niks meer met de Engelse te maken hebben en trokken diep het binnenland in. (De
Grote Trek). Tussen 1836 en 1845 trokken 14000 Boeren het binnenland van Zuid-Afrika
binnen, de Voortrekkers. De oorspronkelijke bewoners (Zoeloes) verzetten zich heftig. Een leider
van de Grote Trek werd vermoord door de Zoeloe-leider Dingaan, de boeren namen wraak bij de
rivier die vanaf toen de ‘Bloedrivier’ heette.
1880-1881: Oorlog tussen Engelsen en de Boerenrepublieken → Boeren wonnen
KA24: Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
KA25: De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht.
KA29: Uitbouw van de Europese overheersing met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee
verbonden transatlantische slavenhandel en de opkomst van het abolitionisme.
Paragraaf 1
De Hollanders gingen vanaf 1691 naar Zuid-Afrika omdat de Kaapkolonie (Kaapstad) een
tussenstop was tussen de twee oceanen, waar schepen hun voorraden konden vullen (Kaap de
Goede Hoop). Ook kon de bemanning herstellen van scheurbuik.
De Khoikhoi en de San (Bosjesmannen en Hottentotten) waren de oorspronkelijke bewoners
van het zuidelijkste deel van Afrika. Zij hebben zwaar moeten lijden onder de blanke
aanwezigheid in hun gebied. In het binnenland kwamen de Boeren in aanraking met de Xhosa
en de Zoeloes, die zich hevig en langdurig tegen de blanken hebben verzet, maar uiteindelijk
toch verloren.
In 1862 woonden er meer dan 6000 mensen in de Kaapkolonie. Kaapstad was een echte
havenstad geworden bevolkt door zeelieden, ambtenaren van de VOC, Afrikaanse slaven en
contractarbeiders uit Indië. De blanke boeren die rond Kaapstad leefde ontwikkelden een eigen
levenswijze en taal: het ‘Afrikaans’. De ambtenaren van de Kaapstad keken neer op deze
boeren.
Door de Franse Revolutie namen de Britten de Kaapkolonie over (1806). Zij wilde geen slavernij;
abolitionisme. Na de nieuwe wet vanuit Engeland lieten de Engelse hun slaven vrij.
De Afrikaners waren hier absoluut niet blij mee, ze kregen namelijk maar een kleine vergoeding.
Ze wilden niks meer met de Engelse te maken hebben en trokken diep het binnenland in. (De
Grote Trek). Tussen 1836 en 1845 trokken 14000 Boeren het binnenland van Zuid-Afrika
binnen, de Voortrekkers. De oorspronkelijke bewoners (Zoeloes) verzetten zich heftig. Een leider
van de Grote Trek werd vermoord door de Zoeloe-leider Dingaan, de boeren namen wraak bij de
rivier die vanaf toen de ‘Bloedrivier’ heette.
1880-1881: Oorlog tussen Engelsen en de Boerenrepublieken → Boeren wonnen
KA24: Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
KA25: De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht.
KA29: Uitbouw van de Europese overheersing met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee
verbonden transatlantische slavenhandel en de opkomst van het abolitionisme.