FASE ZELFBEWUSTZIJN EMO. ZELFREG. ROLE TAKING FREUD ERIKSON PIAGET SEKSUEEL
B Zuigeling : erg op Nauwelijks ontw. 0-5 J : 0-1 J : orale fase Orale fase Sensomotorische Orale stadium
A zichzelf, opwinding, prefrontale cortex egocentrisch => auto-erotisme => vertrouwen vs fase – fase 1 : 0-1M Drift/lustbevrediging
B senso-motorisch => Gevoelens niet of en incorporatie vh wantrouwen - fase 2 : 1-4M Veilig gevoel
Y 2M : stemmingen controleren ongedifferentiee object - fase 3 : 4-8M Ontwikkelingsnormaal gedrag
(pos/neg) Overkomt hen rd HOOP - fase 4 : 8-12M huidcontact, voorkomen van
3 M : ontdekking buiten perspectief - fase 5 : 12-18M babyerecties, genitaal spel,..
+ 3 drijfveren : => Onbewust vh - fase 6 : 18-24M 4M : delen lichaam vastnemen
- Genotsdrang andere => van ervaren tot
- Sensatiedrang perspectief interne mentale
- activiteitsdrang combinaties
6M : bewuster andere
mensen, ged. gevoelens
1 J : gevoelens
uitdrukken (basisemo)
P Deelnemen sociaal 1-3 J : anale fase 1-3 J : Anale fase 2-7 J : Pre- Doelgericht
E leven => partiële liefde => autonomie vs operationele fase Anale fase
U Differentiatie gevoelens vh object (drang schaamte en twijfel => van intuïtief Sekse-identiteit
T Zelfbewustzijn naar autonomie) denken tot Moeite grenzen aangeven en
E WILSKRACHT interesse id herkennen
R observerende Genderidentiteit
wereld Seksestereotiep gedrag
K Ontwikkeling ik-beleven Ontdekken dat iets 3-5 J : fallische 3-5 J : fallische fase Experimenteren
L Kleuterschool = anders gaan doen fase => initiatief vs schuld Fallische fase
E Confrontatie bij neg gev helpt => ambivalente Fantasiespel
U Buitenwereld Ontwikkeling liefde en haat tov Behoefte huidcontact
T Onderscheid (niet-) ik taal ouders en DOELGERICHTH Beginnende empathie
E Egocentrisme aandacht naar
R Kleuterleidster geslachts-
Behoefte : contact functioneren
leeftijdsgenoten
3 à 4 J : prestatiegericht
gedrag + vergelijking
Opgavebewustzijn
MAAR mogelijkh nog
niet inschatten + beg
nodig in haalb doelen
L Leren eigen prestaties Onderscheid tss 6-8 J : 6-12 j : 6-12 J : latentiefase Concreet- Latentiefase
B Zuigeling : erg op Nauwelijks ontw. 0-5 J : 0-1 J : orale fase Orale fase Sensomotorische Orale stadium
A zichzelf, opwinding, prefrontale cortex egocentrisch => auto-erotisme => vertrouwen vs fase – fase 1 : 0-1M Drift/lustbevrediging
B senso-motorisch => Gevoelens niet of en incorporatie vh wantrouwen - fase 2 : 1-4M Veilig gevoel
Y 2M : stemmingen controleren ongedifferentiee object - fase 3 : 4-8M Ontwikkelingsnormaal gedrag
(pos/neg) Overkomt hen rd HOOP - fase 4 : 8-12M huidcontact, voorkomen van
3 M : ontdekking buiten perspectief - fase 5 : 12-18M babyerecties, genitaal spel,..
+ 3 drijfveren : => Onbewust vh - fase 6 : 18-24M 4M : delen lichaam vastnemen
- Genotsdrang andere => van ervaren tot
- Sensatiedrang perspectief interne mentale
- activiteitsdrang combinaties
6M : bewuster andere
mensen, ged. gevoelens
1 J : gevoelens
uitdrukken (basisemo)
P Deelnemen sociaal 1-3 J : anale fase 1-3 J : Anale fase 2-7 J : Pre- Doelgericht
E leven => partiële liefde => autonomie vs operationele fase Anale fase
U Differentiatie gevoelens vh object (drang schaamte en twijfel => van intuïtief Sekse-identiteit
T Zelfbewustzijn naar autonomie) denken tot Moeite grenzen aangeven en
E WILSKRACHT interesse id herkennen
R observerende Genderidentiteit
wereld Seksestereotiep gedrag
K Ontwikkeling ik-beleven Ontdekken dat iets 3-5 J : fallische 3-5 J : fallische fase Experimenteren
L Kleuterschool = anders gaan doen fase => initiatief vs schuld Fallische fase
E Confrontatie bij neg gev helpt => ambivalente Fantasiespel
U Buitenwereld Ontwikkeling liefde en haat tov Behoefte huidcontact
T Onderscheid (niet-) ik taal ouders en DOELGERICHTH Beginnende empathie
E Egocentrisme aandacht naar
R Kleuterleidster geslachts-
Behoefte : contact functioneren
leeftijdsgenoten
3 à 4 J : prestatiegericht
gedrag + vergelijking
Opgavebewustzijn
MAAR mogelijkh nog
niet inschatten + beg
nodig in haalb doelen
L Leren eigen prestaties Onderscheid tss 6-8 J : 6-12 j : 6-12 J : latentiefase Concreet- Latentiefase