1
Samenvatting: Histologie van het
Parodontium:
Parodontium:
• Bestaat uit:
o Gingiva
o Cement
o Parodontaal ligament
o Alveolair bot
Gingiva:
• Orale mucosa die een gedeelte van de tanden en van de alveolaire botkam bedekt
o Zal het verhemelte bedekken in de bovenkaak
o Plaatst waar eerste tekenen van ontsteking zijn
• Coronaire grens:
o Gevormd door de
marginale gingiva
• Apicale grens:
o Gevormd door de
mucogingivale
verbindingslijn
▪ Scheidt
tandvlees van
de mucosa
• Tussen de tanden:
o Vorming van een
interdentale papil
Marginale gingiva:
• Niet verbonden met de tand of het alveolair bot
• Losse gingiva genoemd
Vaste gingiva:
• Interdentale papil en het overige gingiva
• Vastgehecht aan de tand of het alveolair bot
Histologie van het Parodontium
, 2
Histologische bestanddelen van de gingiva:
• Epitheel
o Oraal epitheel
▪ Grootste deel van
zichtbaar gingiva
o Sulculair epitheel
▪ Epitheel in de sulcus
o Aanhechtingsepitheel
▪ Zal gingiva vasthechten
aan de tandstructuur
• Bindweefsel
o Strijdtoneel van ontsteking
Oraal gingivaal epitheel:
• Loopt van hoogste punt tot aan de mucogingivale grens
• Meerlagig, ortho- of paragekeratiniseerd plaveiselepitheel
o Vrije oppervlak is gericht naar het vestibulum
• Omvat van binnen naar buiten:
o Stratum basale
o Stratum spinosum
o Stratum granulosum
o Stratum corneum (gekeratiniseerde laag)
• Er zal papillaire ingroei van de lamina propria zijn
o Werkzaam als verankeringselementen
Waarom keratinisatie:
• Bescherming tegen schurend voedsel, kauwen, poetsen…
o Indien geen keratinisatie kunnen er continu wonden zijn
Basaal complex:
• Samenraapsel van dikke en dunne collageenvezels die verbonden zijn aan de lamina basalis
o Lamina basalis is op zijn beurt verankerd in de basale laag van het plaveiselepitheel
• Zal de verbinding met de lamina propria kenmerken
o Hemidesmosomen, verankeringsfibrillen, band reticulinevezels…
• Verbinding vertoont sterk onregelmatig gegolfd patroon
o Door papillaire ingroei van de lamina propria
Celpopulatie van het oraal gingivaal epitheel:
• Twee algemene groepen
o Keratinocyten
o Niet-keratinocyten
Histologie van het Parodontium
, 3
Keratinocyten:
• Basiscel die uiteindelijk een verhoornde cel wordt
• Na deling in de basale laag:
o Dochtercellen ondergaan een maturatieproces (volgorde hieronder)
▪ Volumeverandering
▪ Stijging van cytoplasmatische fibrillaire en granulaire inclusies
▪ Stijging van intercellulaire desmosale verbindingen
Niet-keratinocyten:
• Vertegenwoordigen een groep
o Melanocyten
▪ Verzorgen de synthese en transport van melanine
o Langerhanscel
▪ Heeft immunologische functies
o Merckelcel
▪ Tastgevoelige cel
o Lymfocyt
▪ Ontstekingscel
o Polymorfonucleaire leukocyt
▪ Ontstekingscel
o Mastcel
▪ Secretie van inflammatoire mediatoren en vasoactieve stoffen
Sulcus:
• Virtuele ruimte rond de tandhals van 0.2-0.7 mm diep
• Top is gevormd door de rand van de marginale gingiva
• Bodem is gevormd door het vrije oppervlak van het aanhechtingsepitheel
• Wanden:
o Worden opgebouwd door glazuur en het sulculair epitheel
• Vorm en diepte:
o Niet statisch
o Kan veranderen als gevolg van weefselreacties bij acute of chronische ontsteking
▪ Kan dan verdiepen als pocket of tandvleeszak
Sulculair gingivaal epitheel:
• Vormt de laterale want van de gingivale sulcus
o Loopt van het hoogste punt tot aan het aanhechtingsepitheel
• Meerlagig plaveiselepitheel met tendens tot keratinisatie
o Geen echt duidelijke vorming van stratum granulosum en stratum corneum
• Kan naast het aanhechtingsepitheel naar apicaal doorlopen
o Tot ver beneden de sulcusbodem
o Zal wel steeds gescheiden zijn
Histologie van het Parodontium
Samenvatting: Histologie van het
Parodontium:
Parodontium:
• Bestaat uit:
o Gingiva
o Cement
o Parodontaal ligament
o Alveolair bot
Gingiva:
• Orale mucosa die een gedeelte van de tanden en van de alveolaire botkam bedekt
o Zal het verhemelte bedekken in de bovenkaak
o Plaatst waar eerste tekenen van ontsteking zijn
• Coronaire grens:
o Gevormd door de
marginale gingiva
• Apicale grens:
o Gevormd door de
mucogingivale
verbindingslijn
▪ Scheidt
tandvlees van
de mucosa
• Tussen de tanden:
o Vorming van een
interdentale papil
Marginale gingiva:
• Niet verbonden met de tand of het alveolair bot
• Losse gingiva genoemd
Vaste gingiva:
• Interdentale papil en het overige gingiva
• Vastgehecht aan de tand of het alveolair bot
Histologie van het Parodontium
, 2
Histologische bestanddelen van de gingiva:
• Epitheel
o Oraal epitheel
▪ Grootste deel van
zichtbaar gingiva
o Sulculair epitheel
▪ Epitheel in de sulcus
o Aanhechtingsepitheel
▪ Zal gingiva vasthechten
aan de tandstructuur
• Bindweefsel
o Strijdtoneel van ontsteking
Oraal gingivaal epitheel:
• Loopt van hoogste punt tot aan de mucogingivale grens
• Meerlagig, ortho- of paragekeratiniseerd plaveiselepitheel
o Vrije oppervlak is gericht naar het vestibulum
• Omvat van binnen naar buiten:
o Stratum basale
o Stratum spinosum
o Stratum granulosum
o Stratum corneum (gekeratiniseerde laag)
• Er zal papillaire ingroei van de lamina propria zijn
o Werkzaam als verankeringselementen
Waarom keratinisatie:
• Bescherming tegen schurend voedsel, kauwen, poetsen…
o Indien geen keratinisatie kunnen er continu wonden zijn
Basaal complex:
• Samenraapsel van dikke en dunne collageenvezels die verbonden zijn aan de lamina basalis
o Lamina basalis is op zijn beurt verankerd in de basale laag van het plaveiselepitheel
• Zal de verbinding met de lamina propria kenmerken
o Hemidesmosomen, verankeringsfibrillen, band reticulinevezels…
• Verbinding vertoont sterk onregelmatig gegolfd patroon
o Door papillaire ingroei van de lamina propria
Celpopulatie van het oraal gingivaal epitheel:
• Twee algemene groepen
o Keratinocyten
o Niet-keratinocyten
Histologie van het Parodontium
, 3
Keratinocyten:
• Basiscel die uiteindelijk een verhoornde cel wordt
• Na deling in de basale laag:
o Dochtercellen ondergaan een maturatieproces (volgorde hieronder)
▪ Volumeverandering
▪ Stijging van cytoplasmatische fibrillaire en granulaire inclusies
▪ Stijging van intercellulaire desmosale verbindingen
Niet-keratinocyten:
• Vertegenwoordigen een groep
o Melanocyten
▪ Verzorgen de synthese en transport van melanine
o Langerhanscel
▪ Heeft immunologische functies
o Merckelcel
▪ Tastgevoelige cel
o Lymfocyt
▪ Ontstekingscel
o Polymorfonucleaire leukocyt
▪ Ontstekingscel
o Mastcel
▪ Secretie van inflammatoire mediatoren en vasoactieve stoffen
Sulcus:
• Virtuele ruimte rond de tandhals van 0.2-0.7 mm diep
• Top is gevormd door de rand van de marginale gingiva
• Bodem is gevormd door het vrije oppervlak van het aanhechtingsepitheel
• Wanden:
o Worden opgebouwd door glazuur en het sulculair epitheel
• Vorm en diepte:
o Niet statisch
o Kan veranderen als gevolg van weefselreacties bij acute of chronische ontsteking
▪ Kan dan verdiepen als pocket of tandvleeszak
Sulculair gingivaal epitheel:
• Vormt de laterale want van de gingivale sulcus
o Loopt van het hoogste punt tot aan het aanhechtingsepitheel
• Meerlagig plaveiselepitheel met tendens tot keratinisatie
o Geen echt duidelijke vorming van stratum granulosum en stratum corneum
• Kan naast het aanhechtingsepitheel naar apicaal doorlopen
o Tot ver beneden de sulcusbodem
o Zal wel steeds gescheiden zijn
Histologie van het Parodontium