Sensatie en perceptie psychologie
Er gebeuren twee processen:
- Van stimulatie tot sensatie: zintuigelijke gefilterde observaties of gewaarwordingen.
- Van sensatie tot perceptie: betekenisvolle, geïnterpreteerde waarnemingsgehelen op het
niveau van ons brein.
5 zintuigen:
1. Zicht
2. Horen
3. Ruikzin
4. Smaakzin
5. Tastzin
Deze helpen je om te zeggen dat je honger, pijn, vermoeid bent of te warm hebt, je slechte
lichaamshouding hebt…
Ze zorgen voor het overleven
Onze zintuigen bepalen:
De kwaliteit en het effect van de sensaties (hoe komen de kleur en vorm op ons over?)
Of de sensaties doordringen tot in ons bewustzijn (trekken ze onze aandacht?)
Welke stimuli in sensaties omgezet worden (komt het sensorische systeem in actie?)
Van stimulatie tot sensatie
De hersenen nemen de wereld indirect waar
Fysieke werkelijkheid – gepercipieerde werkelijkheid (onze eigen invloeden in de
werkelijkheid)
Stimulatie-transductie-sensatie-perceptie
Onze zintuigen zijn ‘filters’: betrouwbaar, met bepaalde kenmerken
, Deze filters: transductie, sensorische adaptie, drempels
transductie
Omvormen, vertalen naar een zenuwimpuls of stimulusinformatie
receptoren
Worden geactiveerd door een stimuli (=prikkel)
Plek waar transductie plaatsvindt
sensatie
Het begrip sensatie verwijst naar de eerste stappen in het proces waarin een stimulus verwerkt
wordt. Waarin neuronen v/e receptor een stimulus omzetten in een patroon van zenuwimpulsen
(transductie) -> deze signalen worden gestuurd naar hersenen
perceptie
het proces waarin een sensatie bewerkt en geïnterpreteerd wordt.
sensorische adaptatie
Er treedt gewenning op. UITZONDERING = PIJN!!
Absolute drempelwaarde
= hoeveelheid stimulatie nodig voor opmerken van stimulus -> verschilt tussen personen
Naast de absolute drempels bepalen ook de kenmerken van de waarnemer of de prikkels worden
waargenomen..
Verschildrempel = JWV, juist waarneembare verschil
= kleinst mogelijke verandering dat opgemerkt wordt bv. Het wordt kouder, de muziek wordt luider…
Wet van Weber (gewaarwording is ‘relatief’)
-> Theorie stelt dat het JWV in verhouding staat tot de intensiteit van de stimulus
Het JWV is groot als de stimulus intens is en klein als de stimulus weinig intens is
Signaaldetectietheorie (gewaarwording is ‘selectief’)
-> afhankelijk van de stimulus, de achtergrondstimulus en de detector
Beoordeling tijdens het proces van perceptie is een combinatie van sensatie en
besluitvormingsprocessen.
Er gebeuren twee processen:
- Van stimulatie tot sensatie: zintuigelijke gefilterde observaties of gewaarwordingen.
- Van sensatie tot perceptie: betekenisvolle, geïnterpreteerde waarnemingsgehelen op het
niveau van ons brein.
5 zintuigen:
1. Zicht
2. Horen
3. Ruikzin
4. Smaakzin
5. Tastzin
Deze helpen je om te zeggen dat je honger, pijn, vermoeid bent of te warm hebt, je slechte
lichaamshouding hebt…
Ze zorgen voor het overleven
Onze zintuigen bepalen:
De kwaliteit en het effect van de sensaties (hoe komen de kleur en vorm op ons over?)
Of de sensaties doordringen tot in ons bewustzijn (trekken ze onze aandacht?)
Welke stimuli in sensaties omgezet worden (komt het sensorische systeem in actie?)
Van stimulatie tot sensatie
De hersenen nemen de wereld indirect waar
Fysieke werkelijkheid – gepercipieerde werkelijkheid (onze eigen invloeden in de
werkelijkheid)
Stimulatie-transductie-sensatie-perceptie
Onze zintuigen zijn ‘filters’: betrouwbaar, met bepaalde kenmerken
, Deze filters: transductie, sensorische adaptie, drempels
transductie
Omvormen, vertalen naar een zenuwimpuls of stimulusinformatie
receptoren
Worden geactiveerd door een stimuli (=prikkel)
Plek waar transductie plaatsvindt
sensatie
Het begrip sensatie verwijst naar de eerste stappen in het proces waarin een stimulus verwerkt
wordt. Waarin neuronen v/e receptor een stimulus omzetten in een patroon van zenuwimpulsen
(transductie) -> deze signalen worden gestuurd naar hersenen
perceptie
het proces waarin een sensatie bewerkt en geïnterpreteerd wordt.
sensorische adaptatie
Er treedt gewenning op. UITZONDERING = PIJN!!
Absolute drempelwaarde
= hoeveelheid stimulatie nodig voor opmerken van stimulus -> verschilt tussen personen
Naast de absolute drempels bepalen ook de kenmerken van de waarnemer of de prikkels worden
waargenomen..
Verschildrempel = JWV, juist waarneembare verschil
= kleinst mogelijke verandering dat opgemerkt wordt bv. Het wordt kouder, de muziek wordt luider…
Wet van Weber (gewaarwording is ‘relatief’)
-> Theorie stelt dat het JWV in verhouding staat tot de intensiteit van de stimulus
Het JWV is groot als de stimulus intens is en klein als de stimulus weinig intens is
Signaaldetectietheorie (gewaarwording is ‘selectief’)
-> afhankelijk van de stimulus, de achtergrondstimulus en de detector
Beoordeling tijdens het proces van perceptie is een combinatie van sensatie en
besluitvormingsprocessen.