KLP_inleiding
Definitie
De kern van KLP= psychische problemen en stoornissen
Gezondheidsproblemen= klinische psychologie/gezondheidspsychologie à echt problemen ontwikkelen of abnormaal
gedrag vertonen is normale reactie op iets abnormaal; in zo’n geval spreek je niet van klinische psychologie maar van
gezondheidspsychologie
Hoge gezondheidsgraad= de autonome ontwikkeling en toepassing van theorieën, methoden en technieken van de
psychologie als wetenschap in de bevordering van de gezondheid, de screening, psychologische diagnose en assessment
van gezondheidsproblemen en de preventie van en interventie bij deze problemen bij mensen
Met welk afwijkend gedrag houden we ons dan bezig?
• Meerdere stoornissen = steeds moeilijkere te behandelen
• Je bekijkt psychische stoornissen heel breed
• Chronische stoornissen ga je niet meer aanpakken
• Complex probleem bekijk je met een multidisciplinair team
Normaal – abnormaal
Onderscheid: wat is afwijkend?
• Symptomen moeten aan een bepaalde voorwaarden voldoen
• Klachten moeten 2 weken aanwezig zijn
• De opsommingen van symptomen moeten kloppen
Nevid 6 factoren:
o Uitzonderlijk: opvallend en onconventioneel gedrag
enkel uitzonderlijkheid kan niet gezien worden als een psychische stoornis
o Sociaal afwijkend: het overtreden van morele normen
o Foute perceptie/interpretatie: irrationeel/onbegrijpelijk gedrag
als men iets anders/fout gaat inzien dan andere kan dat leiden tot onbegrijpelijk gedrag à bv. stemmen horen
o Aanzienlijk emotioneel lijden
aanzienlijk leiden in de omgeving behoort hier ook bij
o Ongepast of contraproductief gedrag
à bv. niet meer functioneren als mama
o Gevaarlijk gedrag
à bv. gevaarlijk gedrag kan suïcide bevatten
Vanaf 1 of 2 van deze kan er al sprake zijn van een psychische stoornis ALS die aanzienlijk hoog zijn.
Het gaat altijd over een combinatie van factoren waarbij:
• Veroorzaakt lijden
• Tast functioneren aan
• Risico op dood, pijn, verlies vrijheid
DSM-5= een psychische stoornis is een syndroom, gekenmerkt door klinisch significante symptomen op het gebied van
cognitieve functies, de emotieregulatie en het gedrag van een persoon, dat een uiting is van een disfuncties in
psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen die ten grondslag liggen aan het psychisch functioneren.
Ze gaan gepaard met significant lijdensdruk en beperkingen in het functioneren.
Liesje Vanbroeckhoven_2021-2022 1
, Uitzonderingen waarbij je NIET van een psychische stoornis spreekt
• Een te verwachten en cultureel aanvaarde reactie
• Langdurig gedrag van politieke, religieuze of seksuele minderheden
• Uitvloeisel van conflict tussen individu en maatschappij
• Als iets bewust gedaan wordt
Culturele verschillen in afwijkend gedrag
• Abnormaal gedrag en psychische stoornissen kunnen anders geuit worden à bv. angst in Westerse versus
Afrikaanse cultuur
• Mogelijks andere termen voor of andere invulling (symptomen) van psychische stoornissen à bv. depressie in
Westerse versus Oosterse cultuur
• Symptomen zijn soms erg gelijkend, ondanks culturele verschillen à bv. Schizofrenie
Modellen
Statistisch model Medisch model Leermodel
u Normaalverdeling u Oorzaken stoornissen: somatogeen u Toegepast op patiënten zonder
eigenschappen of psychogeen duidelijke organische stoornissen
u Abnormaliteit= extreem u Dit model hanteert somatogeen u Stoornissen ontstaan door verkeerd
hoge/lage scores u Onderliggende mechanismen leerproces
u Continuüm= gemiddelde en bestrijden d.m.v. medicatie u Omgekeerde van medisch model
standaarddeviaties u Grens? aantoonbare ‘ziekte’ of niet
Schema:
Probleem: Kritiek: - Geen stigmatisering
- Waar grens van SD? - Patiënt is passief= weinig inbreng - Cliënt niet passief maar actief= meedoen
- Niet alles is normaal verdeeld - Geen duidelijke onderliggende met zaken, zelf uitzoeken, etc.
- Geen onderscheid volgens oorzaak - Eigen verantwoordelijkheid
wel/geen lijden - Stigmatiserend à bv. ‘autist’
- Volgens deze visie zou je door gebruiken en daarop verder baseren Kritiek:
heel hoog scoren afwijkend gezien - Niet altijd bruikbaar
worden terwijl dat niet altijd zo is
à bv. sporten
Populatie
Epidemiologisch onderzoek
De populatie zijn mensen/gezinnen waarin abnormaal gedrag voorkomt en niet enkel stoornissen maar ook chronische
terugkerend disfunctioneren.
Gevolgen Zelfdoding Geslacht Gewest SES leeftijd
• Isolatie 14% ooit en 4% Vrouwen vatbaarder Vlaams gewest Lager geschoolden Gemiddelde
• Ziekteverzuim laatste jaar ernstig voor angst, depressie en significant frequenter mentale leeftijd is 21.
• Schadelijke aan gedacht. eetstoornissen beter dan problemen 18-24 het
gedragingen BRUS en WG kwetsbaarste
• Medische 4.3% ooit en 0.2% Mannen vatbaarder voor
aandoeningen laatste jaar poging zelfmoordgedachten en
• Druggebruik, zelfdoding. pogingen
alcoholverslaving,
zelfmoord, …
Prevalentie psychische stoornissen
33% geeft aan niet goed in zijn/haar vel te zitten.
18% heeft kans op een psychische aandoening.
• Dit was geen officiële diagnose
• Sinds 10 jaar een zichtbare verslechtering
Liesje Vanbroeckhoven_2021-2022 2
, KLP_Inleiding algemene klinische psychologie en psychopathologie
Inleiding
Omschrijving en situering
Psychopathologie= de wetenschap of studie van het geestelijk of psychisch lijden en het geheel van psychische stoornissen.
Psychologie van het pathologische= syndroombenadering, dus vertrekken vanuit het syndroom en zo verder gaan.
Pathologie van het psychische= symptoombenadering, dus kijken naar psychische processen die aanwezig zijn
(symptomen).
Verhouding tussen psychopathologie en psychiatrie:
• Wederzijdse beïnvloeding in de kennis en het kunnen
• Psychiatrie: individu staat centraal (praktijk)
• Psychopathologie: algemeen geldende staat centraal (theorie)
Normaliteit vs. pathologie
We kunnen pas spreken van psychische stoornissen als ze vastgesteld zijn in alle continenten en door de eeuwen heen!
Variaties in stoornissen komen door:
• Pathogene elementen= algemene kenmerken van een stoornis die aanwezig moeten zijn om er van te kunnen
spreken
• Pathoplastische elementen= tijd en plaatsgebonden invloeden, zaken die er anders kunnen uitzien à bv. de
inhoud van wanen vroeger vs. nu bij schizofrenie
Polaire/categoriale opvatting is niet goed hanteerbaar (zwart/wit). Dimensionale opvatting weerspiegelt de werkelijkheid
beter, is dus beter!
Begrippen
Klinisch beeld= is het beeld dat je krijgt als hulpverlener.
Prevalentie= frequentie van het voorkomen van een bepaalde aandoening op een specifiek moment binnen een
Omschreven populatie à oude en nieuwe gevallen van totale populatiegroep vergelijken.
symptoom (>< diagnostisch criterium)= ziekteteken of uiting, signaal, kenmerk van een pathologisch proces.
Hoofdsymptoom = direct oriënterende functie.
Bijsymptoom = niet uit zichzelf direct richtinggevend.
Syndroom= is een groep van (dikwijls) samen optredende symptomen.
Diagnose (descriptieve diagnose)= beschrijving van het voorkomen van symptomen en syndromen in de zin van
karakteristieke eigenschappen, en dit ongeacht de mogelijke verklaringen.
Differentiaal diagnose= reeks van een aantal diagnoses die kan gegeven worden aan éénzelfde klinische beeld.
Comorbiditeit= het samen voorkomen van 2 of meerdere verschillende stoornissen.
Etiologie= verkenning van factoren die de stoornis hebben veroorzaakt, uitgelokt, bevorderd of in stand gehouden.
Pathogenese= onderzoek van de wijze waarop deze factoren hun werking uitoefenen en tot deze stoornis hebben geleid.
Prognose= een door onderzoek gefundeerde voorspelling van het mogelijk beloop van de stoornis, zonder en met
therapeutisch ingrijpen.
Therapie= ontwerp en uitvoering van een interventie (op grond van diagnose, etiologie, pathogenese en prognose) met het
doel het pathologisch functioneren te doen verdwijnen, verbeteren of de gevolgen ervan te beperken (revalidatie).
Ziektebesef= patiënt beseft dat er een ziekte is. Dit is niet altijd aanwezig.
Ziekte-inzicht= patiënt heeft inzicht in de oorzaken, het verloop, de prognose en de behandeling.
Liesje Vanbroeckhoven_2021-2022 3
, Classificatie
Betekenis van classificatie
Verschil tussen diagnostiek en classificatie:
Diagnostiek Classificatie
u Herkennen van zaken u Het is een middel
u Dubbele betekenis: proces en resultaat u Geen doel!
u Het is vrij om te doen u Je classificeert zelf ook voortdurend!
Waarom classificeren?
u Als basis van elke wetenschap
u Belangrijke beslissingen te nemen
u Voorspellingen te maken
u Onderzoekspopulaties te
onderscheiden
Pathologische verschijnselen ordenen:
• Categoriale classificatie= psychische stoornissen worden onderverdeeld in
afgebakende klassen die elkaar niet overlappen à bv. borderline? Ja of nee?
• Dimensionale classificatie= psychische stoornissen worden gesitueerd op een
dimensie/continuüm. Hier is geen duidelijk verschil tussen stoornissen, je kan
dezelfde symptomen ontdekken bij verschillende stoornissen.
• Prototypische classificatie= psychische stoornissen worden onderverdeeld
naar mate waarin ze gelijken op een prototypisch voorbeeld. Tussenvorm: de
typische cliënt met een stoornis die alle symptomen heeft van 1 bepaalde
stoornis → bv. alle symptomen van borderline zijn aanwezig
DSM & ICD
American Psychiatric Association= Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5) à bevat enkel
psychische stoornissen.
Wereldgezondheidsorganisatie= International Classification of Diseases-11 (ICD-11) à bevat zowel psychische als
somatische stoornissen.
Prototypische en categoriale classificatie van deze:
• Er is een grote variabiliteit bij individuen, die anderzijds ook veel kenmerken gemeen hebben
• Onderverdeeld naar de mate waarin ze gelijken op een prototypisch voorbeeld
• Beslissing wel of geen stoornis (categoriaal)
DSM
Het gaat om een combinatie van factoren, waarbij…
1. Veroorzaakt lijden
2. Tast functioneren aan
3. Risico op dood, pijn, verlies vrijheid
4. Duurt langere tijd en past niet meer in een normale reactie binnen een bepaalde context
• Ordent stoornissen, geen mensen
• Geen verklaring, puur beschrijvend
• Gebaseerd op prototypische en categoriaal classificatiemodel
• Geen mogelijkheid om ernst aan te duiden
We gaan ervan uit dat: afwijkend gedrag uiting is van onderliggende stoornissen en wordt veroorzaakt door complexe
interactie van aanleg en omgeving.
Liesje Vanbroeckhoven_2021-2022 4
Definitie
De kern van KLP= psychische problemen en stoornissen
Gezondheidsproblemen= klinische psychologie/gezondheidspsychologie à echt problemen ontwikkelen of abnormaal
gedrag vertonen is normale reactie op iets abnormaal; in zo’n geval spreek je niet van klinische psychologie maar van
gezondheidspsychologie
Hoge gezondheidsgraad= de autonome ontwikkeling en toepassing van theorieën, methoden en technieken van de
psychologie als wetenschap in de bevordering van de gezondheid, de screening, psychologische diagnose en assessment
van gezondheidsproblemen en de preventie van en interventie bij deze problemen bij mensen
Met welk afwijkend gedrag houden we ons dan bezig?
• Meerdere stoornissen = steeds moeilijkere te behandelen
• Je bekijkt psychische stoornissen heel breed
• Chronische stoornissen ga je niet meer aanpakken
• Complex probleem bekijk je met een multidisciplinair team
Normaal – abnormaal
Onderscheid: wat is afwijkend?
• Symptomen moeten aan een bepaalde voorwaarden voldoen
• Klachten moeten 2 weken aanwezig zijn
• De opsommingen van symptomen moeten kloppen
Nevid 6 factoren:
o Uitzonderlijk: opvallend en onconventioneel gedrag
enkel uitzonderlijkheid kan niet gezien worden als een psychische stoornis
o Sociaal afwijkend: het overtreden van morele normen
o Foute perceptie/interpretatie: irrationeel/onbegrijpelijk gedrag
als men iets anders/fout gaat inzien dan andere kan dat leiden tot onbegrijpelijk gedrag à bv. stemmen horen
o Aanzienlijk emotioneel lijden
aanzienlijk leiden in de omgeving behoort hier ook bij
o Ongepast of contraproductief gedrag
à bv. niet meer functioneren als mama
o Gevaarlijk gedrag
à bv. gevaarlijk gedrag kan suïcide bevatten
Vanaf 1 of 2 van deze kan er al sprake zijn van een psychische stoornis ALS die aanzienlijk hoog zijn.
Het gaat altijd over een combinatie van factoren waarbij:
• Veroorzaakt lijden
• Tast functioneren aan
• Risico op dood, pijn, verlies vrijheid
DSM-5= een psychische stoornis is een syndroom, gekenmerkt door klinisch significante symptomen op het gebied van
cognitieve functies, de emotieregulatie en het gedrag van een persoon, dat een uiting is van een disfuncties in
psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen die ten grondslag liggen aan het psychisch functioneren.
Ze gaan gepaard met significant lijdensdruk en beperkingen in het functioneren.
Liesje Vanbroeckhoven_2021-2022 1
, Uitzonderingen waarbij je NIET van een psychische stoornis spreekt
• Een te verwachten en cultureel aanvaarde reactie
• Langdurig gedrag van politieke, religieuze of seksuele minderheden
• Uitvloeisel van conflict tussen individu en maatschappij
• Als iets bewust gedaan wordt
Culturele verschillen in afwijkend gedrag
• Abnormaal gedrag en psychische stoornissen kunnen anders geuit worden à bv. angst in Westerse versus
Afrikaanse cultuur
• Mogelijks andere termen voor of andere invulling (symptomen) van psychische stoornissen à bv. depressie in
Westerse versus Oosterse cultuur
• Symptomen zijn soms erg gelijkend, ondanks culturele verschillen à bv. Schizofrenie
Modellen
Statistisch model Medisch model Leermodel
u Normaalverdeling u Oorzaken stoornissen: somatogeen u Toegepast op patiënten zonder
eigenschappen of psychogeen duidelijke organische stoornissen
u Abnormaliteit= extreem u Dit model hanteert somatogeen u Stoornissen ontstaan door verkeerd
hoge/lage scores u Onderliggende mechanismen leerproces
u Continuüm= gemiddelde en bestrijden d.m.v. medicatie u Omgekeerde van medisch model
standaarddeviaties u Grens? aantoonbare ‘ziekte’ of niet
Schema:
Probleem: Kritiek: - Geen stigmatisering
- Waar grens van SD? - Patiënt is passief= weinig inbreng - Cliënt niet passief maar actief= meedoen
- Niet alles is normaal verdeeld - Geen duidelijke onderliggende met zaken, zelf uitzoeken, etc.
- Geen onderscheid volgens oorzaak - Eigen verantwoordelijkheid
wel/geen lijden - Stigmatiserend à bv. ‘autist’
- Volgens deze visie zou je door gebruiken en daarop verder baseren Kritiek:
heel hoog scoren afwijkend gezien - Niet altijd bruikbaar
worden terwijl dat niet altijd zo is
à bv. sporten
Populatie
Epidemiologisch onderzoek
De populatie zijn mensen/gezinnen waarin abnormaal gedrag voorkomt en niet enkel stoornissen maar ook chronische
terugkerend disfunctioneren.
Gevolgen Zelfdoding Geslacht Gewest SES leeftijd
• Isolatie 14% ooit en 4% Vrouwen vatbaarder Vlaams gewest Lager geschoolden Gemiddelde
• Ziekteverzuim laatste jaar ernstig voor angst, depressie en significant frequenter mentale leeftijd is 21.
• Schadelijke aan gedacht. eetstoornissen beter dan problemen 18-24 het
gedragingen BRUS en WG kwetsbaarste
• Medische 4.3% ooit en 0.2% Mannen vatbaarder voor
aandoeningen laatste jaar poging zelfmoordgedachten en
• Druggebruik, zelfdoding. pogingen
alcoholverslaving,
zelfmoord, …
Prevalentie psychische stoornissen
33% geeft aan niet goed in zijn/haar vel te zitten.
18% heeft kans op een psychische aandoening.
• Dit was geen officiële diagnose
• Sinds 10 jaar een zichtbare verslechtering
Liesje Vanbroeckhoven_2021-2022 2
, KLP_Inleiding algemene klinische psychologie en psychopathologie
Inleiding
Omschrijving en situering
Psychopathologie= de wetenschap of studie van het geestelijk of psychisch lijden en het geheel van psychische stoornissen.
Psychologie van het pathologische= syndroombenadering, dus vertrekken vanuit het syndroom en zo verder gaan.
Pathologie van het psychische= symptoombenadering, dus kijken naar psychische processen die aanwezig zijn
(symptomen).
Verhouding tussen psychopathologie en psychiatrie:
• Wederzijdse beïnvloeding in de kennis en het kunnen
• Psychiatrie: individu staat centraal (praktijk)
• Psychopathologie: algemeen geldende staat centraal (theorie)
Normaliteit vs. pathologie
We kunnen pas spreken van psychische stoornissen als ze vastgesteld zijn in alle continenten en door de eeuwen heen!
Variaties in stoornissen komen door:
• Pathogene elementen= algemene kenmerken van een stoornis die aanwezig moeten zijn om er van te kunnen
spreken
• Pathoplastische elementen= tijd en plaatsgebonden invloeden, zaken die er anders kunnen uitzien à bv. de
inhoud van wanen vroeger vs. nu bij schizofrenie
Polaire/categoriale opvatting is niet goed hanteerbaar (zwart/wit). Dimensionale opvatting weerspiegelt de werkelijkheid
beter, is dus beter!
Begrippen
Klinisch beeld= is het beeld dat je krijgt als hulpverlener.
Prevalentie= frequentie van het voorkomen van een bepaalde aandoening op een specifiek moment binnen een
Omschreven populatie à oude en nieuwe gevallen van totale populatiegroep vergelijken.
symptoom (>< diagnostisch criterium)= ziekteteken of uiting, signaal, kenmerk van een pathologisch proces.
Hoofdsymptoom = direct oriënterende functie.
Bijsymptoom = niet uit zichzelf direct richtinggevend.
Syndroom= is een groep van (dikwijls) samen optredende symptomen.
Diagnose (descriptieve diagnose)= beschrijving van het voorkomen van symptomen en syndromen in de zin van
karakteristieke eigenschappen, en dit ongeacht de mogelijke verklaringen.
Differentiaal diagnose= reeks van een aantal diagnoses die kan gegeven worden aan éénzelfde klinische beeld.
Comorbiditeit= het samen voorkomen van 2 of meerdere verschillende stoornissen.
Etiologie= verkenning van factoren die de stoornis hebben veroorzaakt, uitgelokt, bevorderd of in stand gehouden.
Pathogenese= onderzoek van de wijze waarop deze factoren hun werking uitoefenen en tot deze stoornis hebben geleid.
Prognose= een door onderzoek gefundeerde voorspelling van het mogelijk beloop van de stoornis, zonder en met
therapeutisch ingrijpen.
Therapie= ontwerp en uitvoering van een interventie (op grond van diagnose, etiologie, pathogenese en prognose) met het
doel het pathologisch functioneren te doen verdwijnen, verbeteren of de gevolgen ervan te beperken (revalidatie).
Ziektebesef= patiënt beseft dat er een ziekte is. Dit is niet altijd aanwezig.
Ziekte-inzicht= patiënt heeft inzicht in de oorzaken, het verloop, de prognose en de behandeling.
Liesje Vanbroeckhoven_2021-2022 3
, Classificatie
Betekenis van classificatie
Verschil tussen diagnostiek en classificatie:
Diagnostiek Classificatie
u Herkennen van zaken u Het is een middel
u Dubbele betekenis: proces en resultaat u Geen doel!
u Het is vrij om te doen u Je classificeert zelf ook voortdurend!
Waarom classificeren?
u Als basis van elke wetenschap
u Belangrijke beslissingen te nemen
u Voorspellingen te maken
u Onderzoekspopulaties te
onderscheiden
Pathologische verschijnselen ordenen:
• Categoriale classificatie= psychische stoornissen worden onderverdeeld in
afgebakende klassen die elkaar niet overlappen à bv. borderline? Ja of nee?
• Dimensionale classificatie= psychische stoornissen worden gesitueerd op een
dimensie/continuüm. Hier is geen duidelijk verschil tussen stoornissen, je kan
dezelfde symptomen ontdekken bij verschillende stoornissen.
• Prototypische classificatie= psychische stoornissen worden onderverdeeld
naar mate waarin ze gelijken op een prototypisch voorbeeld. Tussenvorm: de
typische cliënt met een stoornis die alle symptomen heeft van 1 bepaalde
stoornis → bv. alle symptomen van borderline zijn aanwezig
DSM & ICD
American Psychiatric Association= Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5) à bevat enkel
psychische stoornissen.
Wereldgezondheidsorganisatie= International Classification of Diseases-11 (ICD-11) à bevat zowel psychische als
somatische stoornissen.
Prototypische en categoriale classificatie van deze:
• Er is een grote variabiliteit bij individuen, die anderzijds ook veel kenmerken gemeen hebben
• Onderverdeeld naar de mate waarin ze gelijken op een prototypisch voorbeeld
• Beslissing wel of geen stoornis (categoriaal)
DSM
Het gaat om een combinatie van factoren, waarbij…
1. Veroorzaakt lijden
2. Tast functioneren aan
3. Risico op dood, pijn, verlies vrijheid
4. Duurt langere tijd en past niet meer in een normale reactie binnen een bepaalde context
• Ordent stoornissen, geen mensen
• Geen verklaring, puur beschrijvend
• Gebaseerd op prototypische en categoriaal classificatiemodel
• Geen mogelijkheid om ernst aan te duiden
We gaan ervan uit dat: afwijkend gedrag uiting is van onderliggende stoornissen en wordt veroorzaakt door complexe
interactie van aanleg en omgeving.
Liesje Vanbroeckhoven_2021-2022 4